Het Haagse Voorhout in de 17de eeuw

Een wandeling door de Nederlandse Gouden Eeuw

Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw is een historische schoolplaat uit de reeks Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis van J.W. de Jongh en H. Wagenvoort, uitgegeven door J.B. Wolters. De voorstelling is van J.J.R. de Wetstein Pfister en verscheen in 1912. In de reeks is de plaat geregistreerd als nummer 17.

De kunstenaar koos niet voor een veldslag, politieke gebeurtenis of beroemd historisch moment. Hij laat juist het dagelijkse straatleven zien op het Voorhout in Den Haag. Rijk geklede mannen en vrouwen wandelen over de brede laan, ruiters bewegen zich tussen het publiek en aan de rechterzijde staat een koets. Een hond loopt tussen de mensen en op de achtergrond verdwijnen de bomenrijen en bebouwing in de verte.

Daarmee is deze plaat binnen een geschiedenisreeks bijzonder interessant. Het verleden wordt niet verteld door één gebeurtenis, maar door kleding, architectuur, vervoer en omgangsvormen. Het Haagse Voorhout fungeert als decor voor een breed beeld van de stedelijke samenleving in de zeventiende eeuw.

 

Het Voorhout als voorname laan in het zeventiende-eeuwse Den Haag

Het huidige Lange Voorhout behoort tot de bekendste historische lanen van Den Haag. In de zeventiende eeuw lag hier een omgeving waarin voorname woningen, stedelijke bebouwing, kerkelijke gebouwen en groen samenkwamen.

Den Haag nam in de Republiek een bijzondere positie in. Hoewel het formeel geen stad met stadsrechten was zoals veel andere Nederlandse steden, vormde het wel het bestuurlijke centrum waar de Staten-Generaal en andere belangrijke instellingen bijeenkwamen. Ook het stadhouderlijke hof en diplomatieke vertegenwoordigers droegen bij aan het voorname karakter van de plaats.

Het Voorhout paste bij die omgeving. De brede, met bomen omzoomde ruimte was niet alleen een verkeersroute, maar ook een plaats waar mensen elkaar konden ontmoeten en waar verschillende lagen van de Haagse bevolking zichtbaar waren.

Op de schoolplaat is juist dat sociale gebruik van de ruimte het centrale onderwerp.

 

Wandelaars, ruiters en een koets brengen het Voorhout tot leven

De voorgrond wordt beheerst door verschillende groepen mensen. Links wandelen een rijk geklede vrouw en man naast elkaar. Hun kleding is zorgvuldig uitgewerkt en vormt samen met de overige figuren een belangrijk middel om de zeventiende-eeuwse sfeer op te roepen.

Midden op de laan bevinden zich twee ruiters. Verder naar rechts staat een man met een jong meisje. Een hond loopt vlak achter hen over de straat.

Aan de rechterzijde zijn opnieuw paarden zichtbaar. Een ruiter bevindt zich bij een koets, terwijl andere figuren verderop langs de straat staan of lopen.

Door deze verschillende vormen van beweging krijgt de voorstelling een levendig karakter. De kunstenaar toont niet één centrale handeling. In plaats daarvan zijn er meerdere kleine scènes die gezamenlijk het beeld van een drukke, voorname stadslaan vormen.

 

Kleding als herkenningsteken van de zeventiende eeuw

Voor leerlingen vormde de kleding waarschijnlijk een van de meest direct herkenbare historische elementen van de voorstelling.

De mannen op de voorgrond dragen onder meer brede hoeden, lange jassen, kniebroeken, kousen en schoenen. Lang haar en opvallende kragen versterken het zeventiende-eeuwse karakter. Bij de vrouwen vallen de lange jurken, brede rokken en uitgewerkte bovenkleding op.

De figuren zijn niet allemaal hetzelfde gekleed. Verschillen in kleur, snit en accessoires zorgen ervoor dat afzonderlijke personen herkenbaar blijven.

Daarmee kon kleding binnen deze schoolplaat meer doen dan alleen sfeer creëren. Zij hielp leerlingen het verleden visueel van hun eigen tijd te onderscheiden. Het beeld maakte zichtbaar dat mode, uiterlijk en sociale presentatie in de loop van de geschiedenis veranderden.

 

Paarden en koetsen tonen het vervoer in de Haagse samenleving

Naast kleding speelt vervoer een belangrijke rol. Paarden zijn op verschillende plaatsen in de voorstelling aanwezig. Twee mannen rijden midden op de laan te paard en rechts zijn opnieuw ruiters en een koets te zien.

In een tijd zonder gemotoriseerd vervoer waren paarden essentieel voor personenvervoer. Voor welgestelde bewoners en bezoekers waren rijpaarden en koetsen bovendien zichtbare onderdelen van het openbare leven.

De kunstenaar gebruikte deze vervoermiddelen om de laan levendig te maken, maar ze vertellen tegelijkertijd iets over de inrichting van de openbare ruimte. Voetgangers, ruiters, paarden en rijtuigen maakten gezamenlijk gebruik van het gebied.

Voor een schoolklas bood de plaat daardoor niet alleen aanleiding om over personen en kleding te praten, maar ook over mobiliteit en vervoer in een zeventiende-eeuwse omgeving.

 

Historische gebouwen langs het Haagse Voorhout

De bebouwing vormt een belangrijk deel van de voorstelling. Aan weerszijden van de laan zijn verschillende hoge gevels zichtbaar. Links domineert een groot gotisch gebouw het straatbeeld.

De architectuur is door de kunstenaar niet als neutrale achtergrond behandeld. Gevels, vensters, daken en bouwvolumes dragen bij aan de indruk van een historische stedelijke omgeving.

Tegelijkertijd is voorzichtigheid nodig bij het identificeren van afzonderlijke gebouwen. Een historische schoolplaat is een artistieke reconstructie en geen fotografische registratie van het Voorhout op één precies moment.

Waar een gebouw niet door betrouwbare bronnen met zekerheid kan worden geïdentificeerd, is het daarom beter het als onderdeel van het historische stadsbeeld te beschrijven dan er een specifieke naam aan te verbinden.

 

De bomenrijen bepalen het karakter van het Lange Voorhout

Een van de opvallendste onderdelen van de schoolplaat is de lange bomenrij in het midden van de voorstelling. De bomen trekken de blik diep het beeld in en benadrukken het laankarakter van het Voorhout.

Het groen vormt een sterk contrast met de stenen bebouwing aan weerszijden. Daardoor ontstaat een stedelijke ruimte die tegelijkertijd ruim en groen oogt.

De perspectieflijnen van straat en bomen zorgen ervoor dat de voorstelling naar achteren steeds smaller wordt. De figuren op de achtergrond worden kleiner en verdwijnen uiteindelijk tussen de bomen en bebouwing.

Voor de herkenbaarheid van het Lange Voorhout is juist deze combinatie van monumentale bebouwing en bomen van groot belang. Ook tegenwoordig wordt het karakter van deze Haagse laan in sterke mate door haar bomen bepaald.

 

Den Haag als bestuurlijk en sociaal centrum van de Republiek

De zeventiende eeuw was voor Den Haag nauw verbonden met bestuur, hofleven en diplomatie. De aanwezigheid van de Staten-Generaal en andere bestuurlijke instellingen trok bestuurders, edelen, ambtenaren en buitenlandse vertegenwoordigers naar de plaats.

Dat vormde mede de achtergrond voor het voorname karakter dat het Voorhout in de loop van de tijd kreeg.

De schoolplaat probeert die wereld niet uit te leggen met een vergadering of politieke gebeurtenis. In plaats daarvan wordt de sociale omgeving zichtbaar gemaakt. De rijk geklede figuren, ruiters en koets passen bij het beeld van een plaats waar status en publieke presentatie een belangrijke rol konden spelen.

Daarmee vertelt de voorstelling indirect ook iets over Den Haag als centrum van macht en bestuur in de Republiek.

 

Een geschiedenisplaat zonder veldslag of beroemde gebeurtenis

Binnen Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis valt Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw op door de keuze van het onderwerp.

Veel historische schoolplaten uit de reeks richten zich op gebeurtenissen die gemakkelijk aan een naam en jaartal kunnen worden gekoppeld: een veldslag, belegering, politieke gebeurtenis of optreden van een historische persoon.

Hier gebeurt iets anders. De hoofdpersonen zijn niet noodzakelijk beroemd en er vindt geen beslissend historisch moment plaats. Het onderwerp is het tijdbeeld zelf.

De leerling moest kijken naar hoe mensen gekleed waren, hoe zij zich verplaatsten, hoe een straat eruitzag en welke gebouwen en vervoermiddelen bij die wereld hoorden.

Juist daardoor is deze plaat een vroeg voorbeeld van een bredere benadering van geschiedenis waarin niet uitsluitend grote gebeurtenissen, maar ook het dagelijkse en maatschappelijke leven zichtbaar wordt gemaakt.

 

J.J.R. de Wetstein Pfister als illustrator van het Haagse straatleven

De voorstelling werd gemaakt door J.J.R. de Wetstein Pfister, die meerdere historische voorstellingen voor de reeks van De Jongh en Wagenvoort vervaardigde. Ook Ter Kruisvaart, een andere vroege plaat uit dezelfde reeks, is van zijn hand.

Bij Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw stond hij voor een andere beeldende opgave. Niet één dramatisch moment moest onmiddellijk herkenbaar worden gemaakt; een hele historische omgeving moest overtuigend overkomen.

Daarom besteedde hij veel aandacht aan afzonderlijke figuren, kleding, paarden, koetsen, gevels en bomen. Tegelijkertijd moest het tafereel vanaf enige afstand leesbaar blijven voor een klas.

De brede laan en de bomen vormen daarvoor een sterke ruimtelijke structuur. De figuren zijn over de voor- en achtergrond verdeeld, waardoor het oog door de voorstelling wordt geleid.

 

Nummer 17 van Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis

Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw behoort tot Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis van J.W. de Jongh en H. Wagenvoort.

De plaat is binnen de reeks geregistreerd als nummer 17. Een bewaard gebleven toelichtend boekje draagt de verkorte titel Het Haagsche Voorhout in de 17e eeuw. De tekst daarvan is van J.W. de Jongh.

De oorspronkelijke schoolplaat wordt bibliografisch gedateerd op 1912 en werd door J.B. Wolters in Groningen uitgegeven. De historische spelling Haagsche en Zeventiende eeuw is onderdeel van de oorspronkelijke titel en wordt daarom op deze museumpagina behouden.

Het begeleidende tekstboekje maakte het mogelijk de grote wandplaat te combineren met uitgebreidere historische uitleg. De voorstelling functioneerde zo niet als los beeld, maar als onderdeel van een geschiedenismethode.

 

Wat leerlingen konden ontdekken op het Haagsche Voorhout

De grote hoeveelheid details maakte deze voorstelling bijzonder geschikt voor gerichte observatie.

Een onderwijzer kon leerlingen bijvoorbeeld laten kijken naar de kleding van mannen en vrouwen, de verschillende soorten hoofddeksels, de paarden, de koets en de manier waarop mensen zich door de openbare ruimte bewogen.

Ook de gebouwen en bomen boden aanknopingspunten. Leerlingen konden vergelijken hoe een zeventiende-eeuws straatbeeld volgens de voorstelling verschilde van hun eigen omgeving.

De plaat maakte daarmee een vorm van geschiedenis zichtbaar die moeilijk uitsluitend met jaartallen te vertellen is. Begrippen als stadsleven, stand, mode, vervoer en openbare ruimte kregen een concrete vorm.

Daarmee bood Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw mogelijkheden om niet alleen politieke geschiedenis, maar ook aspecten van sociale en stedelijke geschiedenis te bespreken.

 

Een geconstrueerd tijdbeeld en geen momentopname

Hoewel de schoolplaat veel concrete details bevat, is het belangrijk haar niet te behandelen alsof zij een foto uit de zeventiende eeuw is.

De voorstelling werd in 1912 vervaardigd en kijkt dus vanuit het begin van de twintigste eeuw terug op een periode die meer dan twee eeuwen eerder lag. De kunstenaar moest historische informatie selecteren en vervolgens samenbrengen in één overtuigend tafereel.

Daarmee is het beeld een reconstructie. De kleding, gebouwen, vervoermiddelen en andere elementen zijn gekozen om een herkenbaar zeventiende-eeuws straatbeeld te vormen.

Voor hedendaagse museumbezoekers maakt juist dat de plaat interessant. Zij vertelt zowel iets over de afgebeelde periode als over de manier waarop men rond 1912 vond dat de zeventiende eeuw aan schoolkinderen moest worden voorgesteld.

 

Het Haagsche Voorhout als venster op het dagelijks leven van de zeventiende eeuw

De kracht van Het Haagsche Voorhout in de Zeventiende eeuw ligt in de afwezigheid van een grote historische gebeurtenis. De plaat laat het verleden juist in alledaagse beweging zien.

Mensen wandelen en ontmoeten elkaar. Paarden dragen hun ruiters over de laan. Een koets staat langs de kant. Een hond loopt tussen de voorbijgangers. De bomen en gevels vormen het decor waarin dat alles plaatsvindt.

Daardoor verbindt de voorstelling politieke en sociale geschiedenis op een subtiele manier. De Haagse omgeving verwijst naar het bestuurlijke centrum van de Republiek, terwijl de personen op straat het maatschappelijke leven zichtbaar maken.

Als historisch onderwijserfgoed documenteert de plaat daarmee twee werelden: het beeld dat men rond 1912 van het zeventiende-eeuwse Haagse Voorhout construeerde én de manier waarop Nederlandse leerlingen via zo'n grote wandplaat leerden kijken naar het dagelijkse leven in het verleden.

 

Bronnen

J.W. de Jongh – Het Haagsche Voorhout in de 17e eeuw – toelichting bij Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis, J.B. Wolters.

J.B. Wolters – Nederlandsche Schoolplaten – historische fondscatalogus.

J.W. de Jongh en H. Wagenvoort – Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis – reeks en bijbehorende toelichtingen.

Gemeente Den Haag / Haags Gemeentearchief – historische documentatie over het Lange Voorhout en de ontwikkeling van Den Haag.

 

#HetHaagscheVoorhout #LangeVoorhout #DenHaag #ZeventiendeEeuw #WetsteinPfister #SchoolplatenVoorDeVaderlandscheGeschiedenis #JBWolters #HistorischeSchoolplaat #HaagsStadsleven #Geschiedenisonderwijs