Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 16 – Voortplanting

Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 16 – Voortplanting
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Sandra Klaasen

 

Voortplanting – nieuw leven bij dieren en planten

Deze schoolplaat Voortplanting is nummer 16 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Sandra Klaasen als tekenaar vermeld.

De plaat behandelt voortplanting niet aan de hand van één enkele dier- of plantensoort. Klaasen brengt juist een groot aantal voorbeelden uit verschillende delen van de levende natuur bijeen. Vogels, vissen, insecten, amfibieën, zeedieren en planten worden gebruikt om te laten zien dat organismen zich op uiteenlopende manieren voortplanten en ontwikkelen.

Daarmee is Voortplanting vooral een vergelijkende schoolplaat. De afzonderlijke voorstellingen vertellen ieder een eigen verhaal, maar gezamenlijk laten ze één fundamenteel biologisch principe zien: levende organismen zorgen op verschillende manieren voor nieuwe generaties.

 

Vogels – van ei tot jong

Een opvallend onderdeel van de plaat is gewijd aan vogels.

We zien een vogel op het nest en daarnaast verschillende stadia die betrekking hebben op het ei en de ontwikkeling van het jonge dier. Daarmee wordt een proces zichtbaar gemaakt dat zich normaal grotendeels aan het oog onttrekt.

Aan de buitenkant lijkt een vogelei tijdens het broeden lange tijd nauwelijks te veranderen. Binnenin vindt echter ontwikkeling plaats.

Door verschillende momenten naast elkaar te zetten, kon tijdens de les duidelijk worden gemaakt dat het ei geen eindstadium is, maar het begin van de ontwikkeling van een nieuw dier.

 

Ontwikkeling in het ei

De afzonderlijke afbeeldingen van eieren vormen een belangrijk didactisch element.

Sandra Klaasen gebruikt hier een mogelijkheid die educatieve illustratie biedt: zij kan zichtbaar maken wat normaal verborgen is.

De schaal van het ei vormt in werkelijkheid een gesloten buitenkant. Op de schoolplaat kan die beperking worden doorbroken, zodat ontwikkeling besproken kan worden aan de hand van opeenvolgende beelden.

Daarmee leert de leerling niet alleen dat een vogel uit een ei komt, maar ook dat daar een ontwikkelingsproces aan voorafgaat.

 

Vlinders en metamorfose

Ook de vlinder is duidelijk op de plaat aanwezig.

Bij vlinders verloopt de ontwikkeling heel anders dan bij vogels. De levenscyclus omvat sterk van elkaar verschillende verschijningsvormen.

De aanwezigheid van deze ontwikkelingsstadia is bijzonder geschikt voor het centrale thema van de plaat. Een rups en een volwassen vlinder lijken uiterlijk nauwelijks op elkaar, terwijl zij toch verschillende fasen van hetzelfde organisme vertegenwoordigen.

Door zulke stadia gezamenlijk af te beelden, maakt Klaasen verandering in de tijd aanschouwelijk.

Hier krijgt voortplanting daardoor een tweede dimensie: het gaat niet alleen om het ontstaan van nakomelingen, maar ook om de ontwikkeling die daarna plaatsvindt.

 

Kikkers en ontwikkeling in het water

Op de plaat zijn eveneens kikkers en hun ontwikkeling vertegenwoordigd.

Dit onderwerp sluit aan bij nr. 15 – Amfibieën, maar krijgt hier een andere functie. Op de voorafgaande plaat staat de diergroep zelf centraal; op Voortplanting wordt de kikker één van meerdere voorbeelden waarmee verschillende voortplantings- en ontwikkelingswijzen kunnen worden vergeleken.

Kikkerdril en jonge ontwikkelingsstadia laten opnieuw zien dat het jonge dier sterk kan verschillen van het volwassen exemplaar.

Door de kikker naast vogels, insecten en andere organismen te plaatsen, wordt juist die verscheidenheid zichtbaar.

 

Vissen – eieren en jonge dieren

Ook vissen maken deel uit van de voorstelling.

De verschillende afbeeldingen rond vissen en hun vroege ontwikkeling bieden de mogelijkheid om voortplanting in een watermilieu te bespreken.

Daarmee ontstaat een interessante vergelijking met vogels. Beide diergroepen kunnen eieren produceren, maar de omstandigheden waaronder de ontwikkeling plaatsvindt en de wijze waarop de jonge dieren hun leven beginnen, verschillen sterk.

De schoolplaat laat dergelijke overeenkomsten en verschillen zien zonder ze in lange tekst uit te leggen.

De beelden zelf vormen het vergelijkingsmateriaal.

 

Zeedieren

Een opvallend onderdeel van Voortplanting is de aanwezigheid van verschillende zeedieren, waaronder duidelijk herkenbare zeesterren en een zeeanemoon.

Hiermee verbreedt Sandra Klaasen het onderwerp aanzienlijk.

De plaat blijft niet beperkt tot bekende dieren uit tuin, bos, boerderij of sloot, maar laat zien dat voortplanting een universeel kenmerk van levende organismen is.

De zeedieren hebben bovendien heel andere lichaamsvormen dan de vogels, vissen en insecten elders op de plaat. Juist daardoor wordt de enorme verscheidenheid van het dierenrijk zichtbaar.

 

Voortplanting bij planten

Voortplanting behandelt nadrukkelijk niet alleen dieren.

Ook bloemen en andere plantendelen zijn in de verschillende voorstellingen opgenomen. Daarmee wordt duidelijk dat het begrip voortplanting betrekking heeft op de gehele levende natuur.

Bloemen spelen bij veel planten een belangrijke rol bij de geslachtelijke voortplanting. Bestuiving, bevruchting en de daaropvolgende vorming van zaden en vruchten maken deel uit van het proces waarmee nieuwe planten kunnen ontstaan.

Op de plaat wordt de relatie tussen bloem, bestuiving en verdere ontwikkeling visueel benaderd.

Hierdoor kon de onderwijzer voortplanting bij planten naast de voorbeelden uit het dierenrijk behandelen.

 

Insecten en bloemen

De aanwezigheid van insecten bij bloemen vormt een belangrijk verbindend element.

Een insect dat een bloem bezoekt, kan daarbij stuifmeel van de ene bloem naar een andere overbrengen. Daardoor kunnen dieren een rol spelen in de voortplanting van planten.

Dat is een mooi voorbeeld van de onderlinge afhankelijkheid die op meerdere platen uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten centraal staat.

Een insect en een plant worden niet uitsluitend afzonderlijk bestudeerd. Hun onderlinge relatie krijgt betekenis.

De plaat gaat daardoor ongemerkt van voortplantingsbiologie over in ecologische samenhang.

 

Verschillende organismen, verschillende strategieën

Wanneer de gehele plaat wordt bekeken, valt vooral de verscheidenheid op.

Een vogel ontwikkelt zich in een ei. Een vlinder doorloopt sterk verschillende levensstadia. Een kikker begint zijn leven in het water. Vissen hebben weer hun eigen ontwikkeling en ook planten kennen specifieke voortplantingsprocessen.

Er bestaat dus niet één universele zichtbare vorm van voortplanting.

Dat is waarschijnlijk de belangrijkste didactische kracht van deze plaat: vergelijking.

Door de verschillende voorbeelden gelijktijdig te tonen, kon een leerling overeenkomsten ontdekken zonder de verschillen uit het oog te verliezen.

 

Van nieuw leven naar ontwikkeling

De titel luidt Voortplanting, maar de plaat laat zien dat het onderwerp niet stopt zodra een nieuw organisme is ontstaan.

Een belangrijk gedeelte van de illustraties behandelt juist wat daarna gebeurt.

Eieren ontwikkelen zich. Jonge dieren groeien. Sommige dieren ondergaan een sterke gedaanteverwisseling. Uit een zaad kan een nieuwe plant ontstaan.

Daarmee verbindt de plaat voortplanting en levenscyclus.

Het ontstaan van een nieuwe generatie is geen los moment, maar het begin van een volgende ontwikkeling.

 

Sandra Klaasen als illustrator

Op de oorspronkelijke plaat wordt Sandra Klaasen expliciet als tekenaar vermeld.

Bij Voortplanting kreeg zij een bijzonder complexe opdracht. Anders dan bij een plaat die één diergroep behandelt, moest zij hier meerdere biologische processen en zeer uiteenlopende organismen binnen één groot beeldvlak samenbrengen.

Een vogel, vlinder, kikker, vis, zeester en bloeiende plant behoren visueel tot totaal verschillende werelden.

Toch moest onmiddellijk duidelijk blijven dat al deze voorstellingen bij hetzelfde hoofdonderwerp horen.

Klaasen bereikt dit door de plaat op te bouwen uit afzonderlijke beeldgroepen en ontwikkelingsreeksen. Iedere groep kan zelfstandig worden bekeken, terwijl het geheel als één vergelijkende les functioneert.

Daarmee toont zij een belangrijk vermogen van de educatieve illustrator: niet alleen natuurgetrouw tekenen, maar vooral informatie ordenen.

 

Tijd zichtbaar maken in een stilstaand beeld

Misschien wel de grootste uitdaging van deze plaat is dat voortplanting en ontwikkeling processen zijn die zich in de tijd afspelen.

Een schoolplaat kan niet bewegen.

Sandra Klaasen lost dat op door verschillende momenten naast elkaar te plaatsen. De opeenvolgende stadia vormen samen een visuele tijdlijn.

Het oog beweegt van het ene beeld naar het volgende en reconstrueert daarmee zelf het proces.

Deze techniek komt ook op andere platen uit de serie voor, maar is op Voortplanting bijzonder belangrijk omdat vrijwel het gehele onderwerp draait om ontstaan en verandering.

 

Een schoolplaat die uitnodigt tot vergelijken

Voor klassikaal onderwijs bood de plaat daardoor veel mogelijkheden.

Welke dieren komen uit een ei?
Welke jonge dieren lijken al op hun ouders en welke juist niet?
Wat gebeurt er bij de ontwikkeling van een vlinder?
Welke rol hebben bloemen?
Hoe kunnen insecten betrokken zijn bij de voortplanting van planten?

De onderwijzer kon steeds twee of meer onderdelen van de plaat naast elkaar zetten.

Hiermee werd de leerling niet alleen gevraagd feiten te onthouden, maar vooral overeenkomsten en verschillen te ontdekken.

 

Een breed beeld van de levende natuur

Binnen Maarten de Jongh’s Natuurplaten is nr. 16 een van de platen waarop bijzonder veel verschillende groepen organismen samenkomen.

Dat is passend bij het onderwerp.

Voortplanting behoort immers tot de fundamentele kenmerken van het leven. De vormen verschillen sterk, maar zonder voortplanting zou een soort uiteindelijk verdwijnen.

Door dieren én planten te behandelen, voorkomt de plaat dat het onderwerp uitsluitend met één bekende levenscyclus wordt vereenzelvigd.

De kijker krijgt een veel breder perspectief.

 

Een document van het Nederlandse natuuronderwijs

Tegenwoordig is Nr. 16 – Voortplanting niet alleen een aantrekkelijke natuurplaat, maar ook een interessant document uit de geschiedenis van het Nederlandse natuuronderwijs.

De plaat laat zien hoe een abstract en omvangrijk biologisch onderwerp zonder lange teksten kon worden behandeld. Verschillende ontwikkelingsstadia, organismen en voortplantingsvormen werden binnen één groot beeld bij elkaar gebracht.

Daarmee kon een hele klas tegelijkertijd kijken, vergelijken en bespreken.

De door Sandra Klaasen getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven Voortplanting vormt zo een karakteristiek onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.

Een schoolplaat die in één beeld een van de meest fundamentele eigenschappen van de levende natuur probeert te vangen: nieuw leven ontstaat, ontwikkelt zich en vormt uiteindelijk opnieuw het begin van een volgende generatie.