Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 18 – Afval

Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 18 – Afval
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Inge van Noortwijk-de Boer

 

Afval – natuurlijke afbraak, hergebruik en afvalverwerking

Deze schoolplaat Afval is nummer 18 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.

Met Afval krijgt de serie een onderwerp waarin natuuronderwijs en menselijk handelen nadrukkelijk samenkomen. De plaat gaat niet alleen over afval dat door mensen wordt geproduceerd, maar plaatst dat naast processen van afbraak en hergebruik van materiaal in de natuur.

Van Noortwijk-de Boer heeft daarvoor een groot aantal scènes samengebracht. We zien onder meer huishoudelijk afval en verpakkingen, afvalcontainers, inzameling en verwerking, maar daarnaast ook een bosbodem met afgevallen bladeren, paddenstoelen en kleine bodemorganismen.

Juist die combinatie maakt deze plaat bijzonder. Het begrip afval wordt niet uitsluitend behandeld als een praktisch probleem van vuilnis ophalen en weggooien. De kijker wordt ook geconfronteerd met de vraag wat er met materiaal gebeurt nadat het zijn oorspronkelijke functie heeft verloren.

 

Afval uit het dagelijks leven

Verschillende afbeeldingen tonen voorwerpen en materialen die herkenbaar zijn uit het dagelijks leven.

Verpakkingen, flessen, blikjes, papier en andere gebruiksproducten vormen na gebruik een afvalstroom. Voor leerlingen waren dit concrete voorbeelden. Afval was geen abstract natuurkundig begrip, maar iets waarmee zij thuis, op school en op straat dagelijks te maken hadden.

De schoolplaat maakt van die alledaagse ervaring een onderwerp voor onderwijs.

Waar komt afval terecht? Kan materiaal opnieuw worden gebruikt? Wat gebeurt er nadat het is ingezameld? En wat is het verschil tussen menselijke afvalproducten en organisch materiaal dat in de natuur terechtkomt?

Door zulke vragen op te roepen, gaat de plaat verder dan alleen het benoemen van verschillende soorten afval.

 

Afval verzamelen

Op de plaat zijn verschillende vormen van afvalinzameling zichtbaar.

Containers en andere voorzieningen laten zien dat afval niet simpelweg verdwijnt wanneer het wordt weggegooid. Er volgt een volgende stap: het materiaal moet worden verzameld en afgevoerd.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar is didactisch belangrijk.

Vooral bij jonge leerlingen kan 'weggooien' gemakkelijk betekenen dat iets daarna uit beeld en daarmee uit het verhaal verdwenen is. De schoolplaat maakt juist zichtbaar dat afval na het weggooien onderdeel wordt van een nieuw proces.

Het afval heeft een bestemming.

 

Verschillende materialen

De vele afgebeelde voorwerpen maken bovendien duidelijk dat afval niet uit één soort materiaal bestaat.

Glas, papier, metaal en verschillende verpakkingsmaterialen hebben ieder hun eigen eigenschappen. Dat biedt de mogelijkheid om te bespreken waarom afval kan worden gescheiden en waarom bepaalde materialen opnieuw bruikbaar kunnen zijn.

De plaat verbindt daarmee natuuronderwijs aan de dagelijkse omgang met grondstoffen.

Een fles, blikje of stuk papier is niet alleen 'vuilnis'. Het bestaat uit materiaal dat ooit geproduceerd is en na gebruik opnieuw verwerkt kan worden of als afval achterblijft.

 

Hergebruik en recycling

Een belangrijk onderwerp dat uit de plaat naar voren komt, is hergebruik van materialen.

Wanneer afval wordt gescheiden en verwerkt, kunnen bepaalde grondstoffen opnieuw worden gebruikt. Daarmee ontstaat een duidelijk contrast met eenvoudigweg alles als waardeloos restmateriaal behandelen.

Voor het natuur- en milieuonderwijs is dit een belangrijk principe.

Producten hebben een levensloop: grondstoffen worden gewonnen, verwerkt tot een product, gebruikt en uiteindelijk afgedankt. Wanneer materiaal opnieuw wordt benut, hoeft niet ieder nieuw product volledig uit nieuwe grondstoffen te worden vervaardigd.

De schoolplaat maakt deze gedachte vooral door beelden begrijpelijk.

 

De mens maakt afval

Anders dan bij veel andere platen uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten speelt de menselijke samenleving op Afval een centrale rol.

Verpakkingen en gebruiksvoorwerpen ontstaan niet vanzelf in een ecosysteem. Zij zijn het resultaat van productie en consumptie.

Daarmee wordt de mens rechtstreeks onderdeel van het onderwerp.

De plaat gaat dus niet alleen over natuur die van buitenaf kan worden bekeken. Zij behandelt ook de gevolgen van menselijk gedrag voor de leefomgeving.

Dat maakt nr. 18 tot een duidelijke milieueducatieve schoolplaat.

 

Afval in de natuur

Op verschillende plaatsen wordt ook zichtbaar wat er kan gebeuren wanneer afval in de omgeving terechtkomt.

Menselijk geproduceerd afval past niet automatisch in dezelfde natuurlijke afbraakprocessen als bladeren, dood hout of andere organische resten.

Hier ontstaat een belangrijk contrast binnen de compositie.

Een gevallen blad op de bosbodem kan deel gaan uitmaken van een natuurlijk afbraakproces. Een weggegooide verpakking heeft een heel andere oorsprong en kan zich ook heel anders gedragen.

Door beide werelden op dezelfde schoolplaat te tonen, nodigt Van Noortwijk-de Boer de leerling uit om na te denken over het verschil tussen natuurlijk organisch materiaal en door mensen geproduceerd afval.

 

De bosbodem als natuurlijk systeem

Een bijzonder interessant gedeelte van de plaat toont een bosbodem.

Afgevallen bladeren en ander plantaardig materiaal liggen tussen planten, paddenstoelen en kleine dieren. Op het eerste gezicht lijkt ook dit een verzameling 'afval': materiaal dat een boom of plant niet langer gebruikt.

In een natuurlijk systeem heeft dit materiaal echter een belangrijke plaats.

Dode plantenresten kunnen worden afgebroken. De stoffen die daarin aanwezig zijn verdwijnen niet eenvoudigweg uit de natuur, maar kunnen via verschillende processen opnieuw onderdeel worden van het ecosysteem.

Daarmee krijgt het begrip afval ineens een andere betekenis.

 

Paddenstoelen en afbraak

Op de bosbodem zijn duidelijk paddenstoelen weergegeven.

Schimmels spelen een belangrijke rol bij de afbraak van dood organisch materiaal. Samen met andere organismen dragen zij bij aan het verwerken van plantenresten.

Dat sluit mooi aan bij nr. 4 – Paddestoelen uit dezelfde serie, waar paddenstoelen zelf centraal staan.

Op Afval krijgen zij een andere functie binnen het verhaal. Ze worden onderdeel van een groter proces waarin organisch materiaal wordt afgebroken.

Hiermee laat de serie zien hoe onderwerpen van verschillende platen onderling met elkaar verbonden kunnen worden.

 

Kleine bodemorganismen

Naast paddenstoelen zijn ook verschillende kleine dieren in en op de bodem afgebeeld.

Zulke organismen zijn gemakkelijk over het hoofd te zien, maar spelen een belangrijke rol in de verwerking van dood organisch materiaal.

Voor natuuronderwijs is dat een waardevol inzicht.

De grote dieren en planten die in een bos onmiddellijk opvallen vormen slechts een gedeelte van het ecosysteem. Onder bladeren en in de bodem bevindt zich een hele gemeenschap van kleine organismen die betrokken is bij afbraakprocessen.

Van Noortwijk-de Boer maakt deze verborgen wereld zichtbaar.

 

Van afval naar grondstof

Wanneer het natuurlijke deel van de plaat naast het menselijke deel wordt bekeken, ontstaat een interessante overeenkomst.

In de natuur worden materialen voortdurend opnieuw onderdeel van andere processen. Dood plantaardig materiaal kan worden afgebroken en de daarin aanwezige stoffen kunnen opnieuw in het systeem terechtkomen.

Bij menselijk afval probeert men door hergebruik en recycling eveneens materiaal opnieuw bruikbaar te maken.

De processen zijn uiteraard niet hetzelfde, maar de visuele vergelijking maakt het mogelijk om na te denken over materiaalstromen en kringlopen.

Daarmee sluit Afval aan bij een breder thema dat ook elders in de serie voorkomt: niets in een systeem staat volledig op zichzelf.

 

Een plaat over verantwoordelijkheid

Afval onderscheidt zich van veel klassieke natuurhistorische schoolplaten doordat er ook een duidelijke menselijke verantwoordelijkheid in het onderwerp besloten ligt.

Bij een plaat over vogels of vissen kijkt de leerling vooral naar de levende natuur.

Bij afval gaat het ook over eigen handelen.

Wat gooien mensen weg? Waar komt het terecht? Kan het opnieuw worden gebruikt? En wat gebeurt er wanneer afval in de leefomgeving achterblijft?

De plaat verbindt kennis daardoor met gedrag.

Dat is kenmerkend voor milieueducatie: begrijpen hoe natuurlijke systemen functioneren én nadenken over de invloed die menselijke activiteiten daarop hebben.

 

Inge van Noortwijk-de Boer als illustrator

Op de oorspronkelijke plaat wordt Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.

Bij Afval kreeg zij een opvallend complexe opdracht.

Zij moest geen afzonderlijke diergroep of plantensoort illustreren, maar een onderwerp waarin natuur, huishoudelijk leven, techniek en maatschappelijke organisatie samenkomen.

Daarom bestaat de plaat uit zeer verschillende beeldsoorten.

Een bosbodem met bladeren en paddenstoelen vraagt om een natuurgetrouwe illustratieve benadering. Afvalcontainers, verpakkingen en verwerking vragen juist om duidelijke, herkenbare voorstellingen van door mensen gemaakte objecten en handelingen.

Van Noortwijk-de Boer brengt deze onderdelen samen zonder dat de centrale thematiek verloren gaat.

Haar rol is hier dus nadrukkelijk die van educatief illustrator: zij ordent verschillende situaties zo dat de kijker verbanden kan leggen.

 

Van natuuronderwijs naar milieueducatie

Voor de geschiedenis van de schoolplaat is nr. 18 bijzonder interessant.

Veel oudere natuurplaten waren voornamelijk gericht op het herkennen van dieren, planten en landschappen. Op Afval is natuurkennis onderdeel geworden van een veel breder vraagstuk.

De leerling kijkt niet alleen naar de natuur, maar ook naar de manier waarop de moderne samenleving met materialen omgaat.

Daarmee vertegenwoordigt deze plaat een verschuiving van traditioneel natuuronderwijs naar natuur- en milieueducatie.

De mens staat niet langer buiten het ecosysteem als neutrale waarnemer. Menselijke consumptie, afvalproductie en verwerking worden onderdeel van het verhaal.

 

Een veelzeggend slot van de serie

Dat Afval nummer 18 van Maarten de Jongh’s Natuurplaten is, geeft deze plaat binnen de complete reeks een interessante positie.

De eerdere platen behandelen onder andere planten, vogels, insecten, paddenstoelen, bomen, zoogdieren, landbouwgewassen, voedselrelaties, vissen, zaadverspreiding, camouflage, winter, weer, amfibieën, voortplanting en spinnen.

Op de laatste plaat verschijnt vervolgens nadrukkelijk de relatie tussen mens, materiaal en leefomgeving.

Daardoor laat de complete serie een breed natuurbegrip zien. Natuuronderwijs gaat hier niet uitsluitend over soortenkennis, maar ook over levensprocessen, ecosystemen en uiteindelijk de invloed van menselijke activiteiten.

 

Afval als Nederlands onderwijserfgoed

Tegenwoordig vormt Nr. 18 – Afval een interessant tijdsdocument.

De afzonderlijke verpakkingen, inzamelmethoden en technische voorstellingen vertellen iets over de periode waarin de plaat werd ontworpen. Tegelijkertijd zijn de centrale vragen nog steeds herkenbaar: wat doen we met gebruikte materialen, wat kunnen we opnieuw benutten en welke gevolgen heeft afval voor onze omgeving?

De plaat heeft daardoor zowel een onderwijshistorische als milieuhistorische betekenis.

De door Inge van Noortwijk-de Boer getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven Afval vormt een passend slot van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.

Waar de serie begint bij planten en vervolgens talloze relaties binnen de levende natuur onderzoekt, eindigt zij bij de mens en zijn omgang met de omgeving. Daarmee laat deze laatste schoolplaat een ontwikkeling zien die voor het moderne natuuronderwijs essentieel werd: natuur leren kennen betekent ook leren nadenken over onze eigen plaats en invloed daarin.