Maarten de Jongh’s Natuurplaten – Nederlandse schoolplaten over natuur en milieu

Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Illustratoren: onder anderen Inge van Noortwijk-de Boer, Sandra Klaasen en Henk Wittenberg

Maarten de Jongh’s Natuurplaten vormen een opvallende Nederlandse onderwijsserie

Maarten de Jongh’s Natuurplaten vormen een opvallende Nederlandse onderwijsserie waarin de klassieke traditie van de schoolplaat wordt voortgezet in een moderne, thematische vorm. De platen werden uitgegeven door De Ruiter BV te Gorinchem en waren bedoeld voor het natuuronderwijs op school. In plaats van één groot tafereel tonen de platen vaak een combinatie van landschappen, dieren en planten, detailtekeningen en schematische voorstellingen.

Daardoor konden ze niet alleen worden gebruikt om soorten te herkennen, maar vooral om biologische processen en onderlinge samenhangen uit te leggen.

De hier bijeengebrachte reeks laat bijzonder mooi zien hoe de Nederlandse schoolplaat zich in de tweede helft van de twintigste eeuw ontwikkelde. Waar oudere natuurhistorische wandplaten vaak sterk taxonomisch waren opgezet – een dier, plant of soortgroep centraal tegen een neutrale achtergrond – draait het bij deze serie veel meer om ecologie, gedrag, levenscycli en de invloed van de mens op zijn omgeving.

 

Van kijken naar begrijpen

Een belangrijk kenmerk van de serie is dat de leerling niet uitsluitend naar afzonderlijke dieren of planten kijkt. De illustratoren proberen zichtbaar te maken wat er in de natuur gebeurt.

Dat is bijvoorbeeld duidelijk bij platen over vogels, zoogdieren, vissen, amfibieën en spinnen. Een dier wordt niet alleen afgebeeld vanwege zijn uiterlijk, maar ook in zijn leefomgeving en vaak tijdens karakteristiek gedrag. Voedsel zoeken, nestelen, overwinteren, voortplanten, jagen en vluchten worden onderdeel van het beeldverhaal.

Op de plaat Nr. 17 – Spinnen, getekend door Inge van Noortwijk-de Boer, worden verschillende spinnen en webtypen getoond, maar ook de wijze waarop een web wordt opgebouwd. Onderaan is het bouwproces in opeenvolgende stadia weergegeven. De schoolplaat wordt daarmee bijna een stilstaande onderwijsfilm: een proces dat zich normaal in de tijd voltrekt, wordt in één overzichtelijk beeld samengebracht.

Hetzelfde didactische principe vinden we bij Nr. 15 – Amfibieën, van Sandra Klaasen. De ontwikkeling van kikkerdril en kikkervisjes naar het volwassen dier wordt gecombineerd met beelden van de natuurlijke leefomgeving. De leerling ziet daardoor niet alleen wat een amfibie is, maar ook hoe het dier leeft en zich ontwikkelt.

 

Levenscycli als terugkerend thema

Nog explicieter wordt dit zichtbaar op Nr. 16 – Voortplanting, eveneens getekend door Sandra Klaasen. Hier worden voortplanting en ontwikkeling bij verschillende organismen naast elkaar geplaatst. Dieren en planten worden daarmee niet als losstaande onderwerpen behandeld: de plaat nodigt uit tot vergelijking.

Dat is kenmerkend voor de gehele serie. De platen willen verbanden leggen.

Ook Nr. 12 – Camouflage laat dat goed zien. Dieren verdwijnen als het ware in hun omgeving; kleur, vorm en gedrag krijgen betekenis als middel om te overleven. Op andere platen worden voedselrelaties, voortplanting, seizoensveranderingen en aanpassingen aan leefgebieden aanschouwelijk gemaakt.

Bij Nr. 13 – Wintertijd verandert het landschap zelf in het centrale onderwerp. Vogels bij een voederplaats, een das, eekhoorn, wild zwijn en andere dieren tonen verschillende manieren waarop dieren de winter doorkomen. Onder de grond verschijnen dieren en planten in rust. De winter wordt zo niet alleen als jaargetijde afgebeeld, maar als een ecologisch verschijnsel waarop iedere soort anders reageert.

 

De mens verschijnt nadrukkelijk in de natuur

Een ander interessant aspect is de plaats die de mens in deze platen krijgt. In oudere schoolplaten stond de menselijke wereld vaak los van de natuurlijke wereld. In Maarten de Jongh’s Natuurplaten worden beide juist regelmatig met elkaar verbonden.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit onderwerpen rond landbouw, weersverschijnselen en afval. Machines, bestrijdingsmiddelen, verpakkingen, afvalcontainers en menselijke handelingen staan naast planten, dieren en natuurlijke processen.

Nr. 18 – Afval, getekend door Inge van Noortwijk-de Boer, is daarvan een uitgesproken voorbeeld. De plaat behandelt afvalstromen, hergebruik en verwerking, terwijl daarnaast het natuurlijke afbraakproces in een bosbodem wordt getoond. Afgevallen bladeren, paddenstoelen, kleine dieren en ander organisch materiaal laten zien dat ook de natuur voortdurend stoffen afbreekt en opnieuw gebruikt.

Daarmee wordt een didactisch contrast gemaakt tussen natuurlijke kringlopen en door mensen geproduceerd afval.

Voor een historische onderwijscollectie is dat interessant. Het laat zien hoe onderwerpen als afvalscheiding, recycling, vervuiling en milieubewustzijn een plaats kregen binnen het Nederlandse natuuronderwijs.

 

Een beeldtaal tussen schoolplaat en leerboek

Visueel wijken deze platen duidelijk af van veel negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse schoolplaten.

De illustratoren gebruiken aquarelachtige natuurtekeningen, maar combineren deze met uitsneden, kaders, pijlen, schema's en opeenvolgende beeldstadia. Sommige platen bestaan daardoor uit tientallen kleine waarnemingen die samen één onderwerp verklaren.

Het resultaat bevindt zich ergens tussen de traditionele wandplaat, de illustratie uit een natuurboek en een moderne infographic.

Dat maakt de serie didactisch interessant. Vanaf enige afstand ziet een klas een groot natuurbeeld; dichterbij ontdekt de leerling steeds nieuwe details. De platen zijn daardoor gemaakt om zowel klassikaal te bespreken als nauwkeurig te bekijken.

 

Meerdere illustratoren, één herkenbare serie

Uit de hier onderzochte exemplaren blijkt bovendien dat de serie niet het werk van één tekenaar was. Op de platen worden verschillende illustratoren expliciet genoemd.

Tot de aantoonbare tekenaars behoren Inge van Noortwijk-de Boer, Sandra Klaasen en Henk Wittenberg. Ondanks hun individuele tekenstijl bleef de vormgeving van de serie opvallend consequent: een lichte rand, grote natuurillustraties, aanvullende detailbeelden en een duidelijke vermelding van serienummer, onderwerp, uitgever en tekenaar.

Juist die naamsvermeldingen maken de platen tegenwoordig ook documentair waardevol. Schoolplaten werden lange tijd vooral als gebruiksmateriaal beschouwd. De kunstenaars die ze maakten, verdwenen daardoor gemakkelijk achter de naam van uitgever of onderwijsorganisatie. Bij deze reeks kunnen de illustraties juist aan concrete makers worden toegeschreven.

 

De Ruiter BV in Gorinchem

Op de platen staat consequent De Ruiter BV – Gorinchem vermeld. Daarmee behoort de reeks tot de Nederlandse traditie van commerciële producenten van leermiddelen die scholen voorzagen van visueel onderwijsmateriaal.

De fysieke uitvoering sluit daar volledig bij aan. Het grote formaat maakte de afbeeldingen vanuit het klaslokaal zichtbaar, terwijl de zwarte ophanglijsten ervoor zorgden dat een plaat eenvoudig voor de klas kon worden opgehangen en daarna weer opgeborgen.

Dat de hier getoonde exemplaren nog met hun oorspronkelijke ophangconstructie bewaard zijn gebleven, helpt bovendien om ze niet alleen als illustraties, maar als daadwerkelijke onderwijsobjecten te begrijpen.

 

Een tijdsdocument van het Nederlandse natuuronderwijs

Tegenwoordig zijn deze platen om nog een andere reden interessant. Ze bevinden zich op een kantelpunt in de geschiedenis van de schoolplaat.

De klassieke wandplaat was ooit een van de belangrijkste visuele hulpmiddelen in het klaslokaal. Later kwamen dia's, film, televisie, overheadprojectoren en uiteindelijk digitale schoolborden. Maarten de Jongh’s Natuurplaten vertegenwoordigen een relatief late fase van die lange traditie.

Tegelijkertijd is hun inhoud opvallend modern. Niet alleen soortenkennis, maar ecosystemen, voedselrelaties, gedrag, voortplanting, aanpassing, milieu en de menselijke invloed op de natuur krijgen aandacht.

Daarmee vertellen deze platen twee verhalen tegelijk. Ze vertellen over de natuur zoals Nederlandse schoolkinderen die leerden kennen, maar ook over veranderende ideeën over hoe natuuronderwijs gegeven moest worden.

 

Museale betekenis van de serie

Als afzonderlijke objecten zijn de platen aantrekkelijke voorbeelden van Nederlandse educatieve illustratie. Als samenhangende reeks krijgen ze echter aanzienlijk meer betekenis.

Dan wordt zichtbaar hoe één onderwijsprogramma uiteenlopende onderwerpen systematisch behandelde en hoe verschillende illustratoren binnen één herkenbare didactische beeldtaal werkten. De combinatie van natuurgetrouwe tekeningen, processen, schema's en menselijke activiteiten maakt de reeks karakteristiek voor haar periode.

De serie verdient daarom een plaats binnen de geschiedenis van de Nederlandse schoolplaat. Niet als een late nabootsing van de beroemde schoolplaten uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, maar als een eigen ontwikkelingsfase van het medium: de schoolplaat werd minder een venster waardoor de leerling naar één tafereel keek en steeds meer een groot visueel lesmodel waarin verbanden konden worden ontdekt.

De bewaard gebleven Maarten de Jongh’s Natuurplaten laten daarmee zien dat de Nederlandse schoolplaat ook in haar latere geschiedenis nog volop in ontwikkeling was. Ze vormen een waardevolle getuigenis van een periode waarin natuurkennis langzaam veranderde in natuur- en milieueducatie – vlak voordat het vertrouwde beeld aan de wand plaats begon te maken voor het digitale scherm.