Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 12 – Camouflage

Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 12 – Camouflage
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Sandra Klaasen

 

Camouflage – dieren die opgaan in hun omgeving

Deze schoolplaat Camouflage is nummer 12 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Sandra Klaasen als tekenaar vermeld.

De plaat behandelt een fascinerend verschijnsel uit de dierenwereld: dieren waarvan kleur, tekening of lichaamsvorm ervoor zorgt dat zij tegen hun natuurlijke achtergrond moeilijk opvallen.

Sandra Klaasen heeft dit onderwerp niet uitgewerkt als een verzameling dieren tegen een neutrale achtergrond. Integendeel: juist de omgeving is onmisbaar voor het begrijpen van de plaat. Dieren worden tussen bladeren, op boomschors, tussen takken, op de bodem en in andere natuurlijke situaties geplaatst.

De kijker moet daardoor precies doen waar camouflage om draait: goed kijken om het dier te ontdekken.

 

Een schoolplaat waarop zoeken onderdeel van de les wordt

Bij veel natuurhistorische schoolplaten is het afgebeelde dier onmiddellijk zichtbaar. Het staat groot en duidelijk in beeld zodat lichaamskenmerken gemakkelijk kunnen worden bestudeerd.

Op Camouflage werkt dat principe bewust anders.

Verschillende dieren vallen juist nauwelijks op doordat hun kleuren en vormen overeenkomen met hun directe omgeving. Daardoor krijgt de schoolplaat bijna het karakter van een zoekplaat.

Waar zit het dier? Waarom zagen we het niet onmiddellijk? Welke kleur heeft het? En wat gebeurt er wanneer het zich niet beweegt?

Zo wordt het onderwerp niet alleen uitgelegd, maar door de manier waarop Sandra Klaasen de plaat heeft getekend ook visueel ervaren.

 

Camouflage door kleur en tekening

Een belangrijk principe dat op de plaat zichtbaar wordt, is het opgaan in de omgeving door kleur en patroon.

Een dier dat qua kleur sterk afwijkt van zijn achtergrond kan gemakkelijk worden waargenomen. Wanneer lichaamskleur en tekening juist overeenkomen met bladeren, schors, bodem of vegetatie, wordt de omtrek veel minder opvallend.

Op verschillende onderdelen van de plaat is te zien hoe effectief dit kan zijn.

De dieren verdwijnen natuurlijk niet werkelijk. Hun zichtbaarheid voor een waarnemer wordt verminderd doordat de visuele verschillen tussen dier en achtergrond kleiner worden.

Dat eenvoudige principe wordt door de schoolplaat zonder ingewikkelde tekst begrijpelijk gemaakt.

 

Vlinders en insecten

Op de plaat nemen vlinders en andere insecten een duidelijke plaats in.

Juist bij deze dieren kan de kleur en tekening van het lichaam of de vleugels sterk overeenkomen met de ondergrond waarop zij rusten.

Sandra Klaasen heeft verschillende voorbeelden in hun omgeving weergegeven. Een insect tegen een blad of boomstam wordt daardoor niet alleen als soort afgebeeld, maar als onderdeel van een concrete situatie.

Voor de leerling wordt zo zichtbaar dat kleur niet uitsluitend een decoratief kenmerk van een dier is. De uiterlijke verschijning kan samenhangen met de manier waarop een dier in zijn leefomgeving functioneert.

 

Opgaan in boomschors

Boomstammen en takken vormen op verschillende plaatsen een belangrijk onderdeel van de compositie.

De onregelmatige structuur en uiteenlopende tinten van boomschors bieden een achtergrond waarin dieren met een overeenkomstige tekening bijzonder weinig kunnen opvallen.

Door dier en ondergrond samen weer te geven, kan de leerling zelf ervaren hoe moeilijk de omtrek soms te onderscheiden is.

Dat is didactisch veel overtuigender dan wanneer hetzelfde dier afzonderlijk tegen een witte achtergrond zou zijn afgebeeld.

Het onderwerp camouflage bestaat immers juist uit de relatie tussen organisme en achtergrond.

 

Vogels en hun omgeving

Niet alleen kleine insecten worden op de plaat gebruikt om camouflage te illustreren. Ook vogels zijn in verschillende voorstellingen aanwezig.

Bij een vogel kan het verenkleed ervoor zorgen dat het dier minder opvallend is tussen vegetatie of tegen een andere natuurlijke achtergrond.

Daarmee laat de plaat zien dat camouflage niet aan één diergroep is voorbehouden.

De voorbeelden verschillen sterk in grootte en lichaamsbouw, maar hetzelfde algemene principe kan steeds opnieuw worden herkend: een dier valt minder op wanneer bepaalde uiterlijke kenmerken aansluiten bij de omgeving waarin het zich bevindt.

 

Camouflage op de bodem

Ook de bodem vormt een belangrijke achtergrond.

Tussen bladeren, plantenresten, aarde en andere structuren kunnen dieren door hun kleur en patroon moeilijk zichtbaar worden.

Sandra Klaasen gebruikt dergelijke situaties om duidelijk te maken dat camouflage afhankelijk is van de omgeving. Een kleur die op de ene achtergrond nauwelijks opvalt, kan op een andere achtergrond juist zeer zichtbaar zijn.

Het dier en zijn leefgebied moeten daarom gezamenlijk worden bekeken.

 

Niet alleen kleur, maar ook vorm

De plaat nodigt daarnaast uit om niet uitsluitend naar kleur te kijken.

Ook lichaamsvorm en contour kunnen bijdragen aan het moeilijk herkennen van een dier. Een dier dat qua vorm aansluit bij bladeren, takken of andere natuurlijke structuren kan voor het oog minder gemakkelijk als afzonderlijk organisme worden herkend.

Hierdoor wordt duidelijk dat camouflage een breder verschijnsel is dan simpelweg 'dezelfde kleur hebben als de achtergrond'.

De combinatie van vorm, kleur, patroon en omgeving bepaalt hoe gemakkelijk een dier wordt waargenomen.

Waarom camouflage?

De titel van de plaat benoemt het verschijnsel, maar de verschillende scènes nodigen vanzelf uit tot een volgende vraag: waarom is het nuttig om niet op te vallen?

Voor een prooidier kan een geringe zichtbaarheid helpen om minder gemakkelijk door een mogelijke vijand te worden opgemerkt. Voor een dier dat zelf op andere dieren jaagt, kan onopvallendheid eveneens voordeel bieden doordat het dichter bij een prooi kan komen zonder direct gezien te worden.

Camouflage kan dus in verschillende situaties een functie hebben.

De schoolplaat biedt daarmee een goede ingang om uiterlijke kenmerken niet alleen te beschrijven, maar te verbinden met de leefwijze van het dier.

 

Zien en gezien worden

Daarmee raakt Camouflage aan een belangrijk biologisch gegeven: in de natuur kan zichtbaarheid van levensbelang zijn.

Veel dieren moeten voedsel vinden en tegelijkertijd voorkomen dat zij zelf worden gegeten. Waarnemen en waargenomen worden spelen daarbij een grote rol.

De verschillende voorbeelden op de plaat maken duidelijk dat uiterlijk in die relatie betekenis heeft.

Een patroon op vleugels, veren of huid kan daarom niet los worden gezien van de plaats waar het dier leeft.

 

Sandra Klaasen als illustrator

Op de oorspronkelijke schoolplaat wordt Sandra Klaasen expliciet als tekenaar genoemd.

Bij Camouflage kreeg zij een bijzondere illustratieve opdracht. Normaal probeert een educatief illustrator een dier juist zo duidelijk mogelijk zichtbaar te maken. Belangrijke kenmerken moeten herkenbaar zijn, ook wanneer een schoolplaat vanaf enige afstand wordt bekeken.

Hier moest Klaasen gedeeltelijk het tegenovergestelde doen.

De dieren moesten voldoende nauwkeurig worden afgebeeld om herkenbaar te zijn, maar tegelijkertijd moesten sommige exemplaren visueel samenvallen met hun achtergrond. Anders zou het onderwerp van de plaat zijn werking verliezen.

Dat maakt de compositie bijzonder interessant.

De natuurlijke omgeving is niet slechts een omlijsting van het dier. Bladeren, schors, takken, bodem en vegetatie zijn essentieel voor de illustratie. Pas door dier en omgeving samen te bekijken wordt duidelijk wat de plaat wil laten zien.

Klaasen gebruikt daarmee de mogelijkheden van illustratie om een biologisch principe rechtstreeks door de kijker te laten ervaren.

 

Een didactisch spel met de waarneming

Juist daarom is Camouflage een sterke klassikale schoolplaat.

Een onderwijzer hoefde niet onmiddellijk te vertellen waar ieder dier zich bevond. Leerlingen konden eerst zelf zoeken.

Wie ziet het dier?

Waarom is het moeilijk te vinden?

Welke delen van het lichaam lijken op de achtergrond?

Zou hetzelfde dier op een andere ondergrond nog steeds zo weinig opvallen?

Dergelijke vragen veranderen kijken in onderzoeken.

De schoolplaat wordt daarmee geen passieve illustratie bij een gesproken les, maar een actief waarnemingsmiddel.

 

Camouflage als aanpassing aan de leefomgeving

Binnen Maarten de Jongh’s Natuurplaten past nr. 12 goed bij de bredere aandacht voor de relatie tussen organismen en hun omgeving.

Op eerdere platen worden bijvoorbeeld voedselrelaties, lichaamsbouw en zaadverspreiding behandeld. Hier staat een andere vorm van samenhang centraal: de manier waarop het uiterlijk van dieren kan aansluiten bij hun leefomgeving.

De natuur wordt daardoor niet voorgesteld als een verzameling losse planten en dieren.

Steeds opnieuw gaat het om relaties.

Bij Camouflage is die relatie letterlijk zichtbaar in het beeld: zonder achtergrond bestaat het onderwerp van de plaat nauwelijks.

 

Een opvallende Nederlandse natuurplaat

Tegenwoordig is Nr. 12 – Camouflage niet alleen interessant als onderwijsobject, maar ook als illustratie.

De plaat vraagt nog altijd om hetzelfde aandachtige kijken dat oorspronkelijk van leerlingen werd verwacht. Sommige dieren vallen onmiddellijk op, terwijl andere pas na langer kijken worden ontdekt.

Dat geeft de schoolplaat een kwaliteit die ook buiten het oorspronkelijke klaslokaal blijft functioneren.

De door Sandra Klaasen getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven Camouflage is daarmee een karakteristiek onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.

Het is een schoolplaat waarop de illustrator een bijzonder didactisch middel gebruikt: om uit te leggen hoe dieren zich aan het oog kunnen onttrekken, laat zij de kijker eerst zelf ervaren hoe gemakkelijk het oog kan worden misleid door kleur, vorm en omgeving.