Bij de Ruïne & Zoetwatervissen

Een bijzondere dubbelplaat uit de Nederlandse schoolgeschiedenis

Wie vroeger in een Nederlands klaslokaal naar de wand keek, zag niet alleen kaarten en rekenschema's, maar ook grote educatieve platen waarop de natuur tot leven kwam. Deze bijzondere dubbelplaat vormt daarvan een prachtig voorbeeld. Aan de voorzijde bevindt zich de sfeervolle natuurplaat Bij de Ruïne, terwijl op de achterzijde de educatieve Bijplaat: Zoetwatervissen is aangebracht. Samen vertellen zij het verhaal van een tijd waarin onderwijs, wetenschap en kunst hand in hand gingen.

De stilte van een verlaten ruïne

De voorstelling Bij de Ruïne werd geschilderd door de bekende Nederlandse natuurillustrator M.A. Koekkoek. Zijn werk behoort tot het mooiste dat voor het Nederlandse natuuronderwijs werd gemaakt.

Op de plaat zien we een oude, gedeeltelijk vervallen ruïne die langzaam door de natuur wordt terugveroverd. Klimop slingert langs de muren, vleermuizen vliegen door de avondlucht en verschillende dieren hebben de verlaten stenen tot hun thuis gemaakt. Een kerkuil houdt vanaf een nis de omgeving in de gaten, terwijl andere bewoners van de schemering zich tussen de muren en begroeiing verschuilen.

De kracht van deze schoolplaat zit niet alleen in de natuurhistorische juistheid, maar vooral in de sfeer. Koekkoek schilderde geen verzameling losse dieren, maar een compleet leefgebied. De leerling kreeg niet alleen te zien hoe dieren eruitzagen, maar ook waar zij leefden en hoe zij onderdeel vormden van een groter geheel.

Daardoor behoort Bij de Ruïne tot de meest geliefde platen uit de beroemde serie Dieren in hun omgeving.

Een les in verborgen leven

De ruïne op deze plaat staat symbool voor een bijzonder natuurverschijnsel. Wanneer gebouwen worden verlaten, ontstaan vaak nieuwe leefgebieden voor dieren die elders steeds minder ruimte vinden.

Kerkuilen, vleermuizen, marters, muizen, nachtvlinders en talloze insecten maken gebruik van de beschutte openingen, holtes en spleten in oude muren. Wat voor de mens een vervallen gebouw lijkt, kan voor de natuur juist een waardevol toevluchtsoord zijn.

Deze gedachte was voor die tijd vernieuwend. De plaat liet kinderen zien dat natuur niet alleen voorkomt in bossen en heidevelden, maar ook in door mensen gemaakte omgevingen.

M.A. Koekkoek: meester van het Nederlandse natuurlandschap

Marinus Adrianus Koekkoek behoort tot de belangrijkste Nederlandse illustratoren van educatieve natuurplaten. Zijn werk werd gedurende tientallen jaren gebruikt op scholen in Nederland en daarbuiten.

Zijn illustraties onderscheiden zich door:

  • grote natuurhistorische nauwkeurigheid;
  • warme en sfeervolle kleurstellingen;
  • aandacht voor gedrag en leefomgeving;
  • een bijna schilderachtige compositie.

Veel van zijn schoolplaten worden tegenwoordig beschouwd als kleine kunstwerken. Ze werden gemaakt voor het onderwijs, maar worden inmiddels ook gewaardeerd door verzamelaars, musea en liefhebbers van natuurhistorische illustraties.

Bijplaat: Zoetwatervissen

Een kijkje binnen in de vis

Aan de buitenkant lijkt een vis een betrekkelijk eenvoudig dier: een gestroomlijnd lichaam, vinnen, schubben en kieuwen. Maar onder die buitenkant bevindt zich een ingewikkeld geheel van skelet, spieren, organen, bloedvaten en zenuwen.

De schoolplaat Bijplaat: Zoetwatervissen werd gemaakt om juist die verborgen wereld zichtbaar te maken. Zij hoort bij Zoetwatervissen, nummer 4 uit de bekende reeks Dieren in hun omgeving – Eerste serie: In ons land, samengesteld door L. Dorsman Czn., K.M. Knip en A. Mellink.

Waar de kleurrijke hoofdplaat van M.A. Koekkoek verschillende Nederlandse zoetwatervissen in hun natuurlijke omgeving laat zien, heeft deze bijplaat een heel ander karakter. Het landschap is verdwenen. De vis wordt hier een studieobject.

De leerling kijkt niet langer alleen naar de vis, maar ook in de vis.

Het geraamte als bouwplan

Bovenaan de plaat bevindt zich een groot vissenskelet.

De lange wervelkolom vormt de centrale as van het lichaam. Daaraan zijn de ribben en de fijne graten bevestigd. Ook de schedel, kieuwdeksels en de benige delen van de vinnen zijn zorgvuldig weergegeven.

Juist bij een vis is de samenhang tussen lichaamsbouw en voortbeweging bijzonder duidelijk. De wervelkolom moet stevig genoeg zijn om het lichaam vorm te geven, maar tegelijkertijd voldoende beweeglijk blijven om de krachtige zijdelingse bewegingen tijdens het zwemmen mogelijk te maken.

De vinnen hebben daarbij ieder hun eigen functie. Sommige helpen bij de voortstuwing, andere bij het sturen en weer andere zorgen ervoor dat het dier tijdens het zwemmen zijn evenwicht bewaart.

Voor leerlingen maakte zo'n skelet duidelijk dat de soepele beweging van een levende vis wordt gedragen door een ingewikkelde inwendige constructie.

De vis van binnen

Het grootste beeld op de plaat is een geopende vis waarvan verschillende organen en orgaanstelsels zichtbaar zijn gemaakt.

Direct achter de kop bevinden zich de kieuwen. Hun roodachtige kleur verwijst naar de rijke doorbloeding. Hier vindt de gaswisseling plaats: zuurstof uit het langsstromende water wordt opgenomen en koolstofdioxide wordt afgegeven.

Verder naar achteren zijn onder andere het spijsverteringsstelsel, de zwemblaas, delen van het bloedvatenstelsel en andere inwendige organen weergegeven.

De langgerekte zwemblaas is bijzonder belangrijk. Door de hoeveelheid gas in dit orgaan te veranderen kan een vis zijn positie in het water beïnvloeden zonder voortdurend te hoeven zwemmen.

Zo liet de plaat zien dat zelfs iets ogenschijnlijk eenvoudigs als stil blijven hangen in het water mogelijk wordt gemaakt door een bijzondere anatomische aanpassing.

Bloedsomloop en zenuwstelsel

De gekleurde lijnen die door het lichaam lopen zijn geen versiering. Zij maken structuren zichtbaar die bij een echte ontlede vis veel moeilijker te onderscheiden zijn.

Bloedvaten verbinden de kieuwen, het hart en de overige delen van het lichaam met elkaar. Langs de bovenzijde loopt bovendien het centrale zenuwstelsel vanuit de hersenen door het lichaam.

Door verschillende orgaanstelsels tegelijkertijd af te beelden konden leerlingen zien dat een dier niet uit afzonderlijke onderdelen bestaat. Ademhaling, bloedsomloop, spijsvertering, beweging en zenuwstelsel functioneren samen.

Daarmee was de bijplaat meer dan een anatomische tekening: zij was een visuele uitleg van de vis als levend systeem.

Schubben onder de loep

Rechtsboven staat een sterk vergrote visschub afgebeeld.

Wie een vis in zijn geheel bekijkt, ziet de schubben hooguit als een glanzend patroon op de huid. Door één schub afzonderlijk en sterk vergroot weer te geven, werd zichtbaar dat ook zo'n klein onderdeel een eigen, regelmatige structuur bezit.

Schubben beschermen het lichaam, maar groeien bovendien met de vis mee. Daarbij kunnen groeizones ontstaan. Het bestuderen van schubben kon biologen daardoor informatie verschaffen over groei en leeftijd.

Voor het schoolonderwijs was de vergroting vooral bedoeld om leerlingen duidelijk te maken hoeveel biologische details verborgen blijven wanneer we een dier alleen met het blote oog bekijken.

Een bijzonder zintuig

Op de plaat zijn daarnaast kleine, sterk vergrote structuren weergegeven die verband houden met het zijlijnorgaan.

Langs de flanken van veel vissen is een lijn zichtbaar die gemakkelijk voor een kleur- of schubpatroon kan worden aangezien. In werkelijkheid behoort deze tot een gevoelig zintuigstelsel.

Met de zijlijn kan een vis bewegingen, trillingen en drukveranderingen in het omringende water waarnemen. Daardoor kan hij reageren op andere vissen, obstakels en naderend gevaar – ook wanneer het water troebel is of wanneer er weinig licht aanwezig is.

De bijplaat maakte daarmee iets zichtbaar wat aan een levende vis nauwelijks te zien is: vissen nemen hun omgeving op een andere manier waar dan mensen.

Van jonge vis tot volwassen dier

Linksboven is een reeks langgerekte visvormen weergegeven.

Deze afbeeldingen laten verschillende stadia in de ontwikkeling van een jonge vis zien. Het lichaam verandert tijdens de groei geleidelijk van vorm en verhouding.

Juist door zulke stadia naast elkaar te plaatsen kon een onderwijzer uitleggen dat een volwassen dier niet in zijn uiteindelijke vorm ontstaat, maar een ontwikkeling doormaakt.

Daarmee sloot de plaat aan bij een belangrijk uitgangspunt van het natuuronderwijs: niet alleen leren hoe een dier eruitziet, maar ook begrijpen hoe het groeit en functioneert.

De vis als compleet organisme

De kracht van deze bijplaat ligt in de combinatie van verschillende schaalniveaus.

We zien het complete skelet, vervolgens een geopende vis met zijn organen en daarnaast sterk vergrote onderdelen die met het blote oog nauwelijks onderzocht kunnen worden.

Het is eigenlijk een vroege vorm van visuele biologieles:

van het hele dier naar het orgaan,
van het orgaan naar het weefsel,
en van het zichtbare naar het bijna onzichtbare.

Voor een klas zonder moderne projectoren, digitale microscopen of animatiefilms was zo'n grote wandplaat een bijzonder krachtig leermiddel.

Hoofdplaat en bijplaat samen

De didactische waarde wordt nog duidelijker wanneer deze plaat naast de hoofdplaat Zoetwatervissen wordt bekeken.

Op de hoofdplaat staan de dieren centraal zoals zij in het Nederlandse zoete water voorkomen. Daar gaat het om herkenning, leefomgeving en onderlinge verschillen.

Deze bijplaat stelt vervolgens andere vragen:

Hoe zit een vis in elkaar?
Hoe ademt hij onder water?
Hoe blijft hij op de gewenste diepte?
Hoe neemt hij beweging in het water waar?
En hoe groeit hij?

De twee platen vullen elkaar daardoor prachtig aan. De ene toont het dier als bewoner van de natuur; de andere verklaart het dier als biologisch organisme.

Onderwijs door vergroting

Voor hedendaagse bezoekers is het gemakkelijk te vergeten hoe belangrijk dergelijke platen in het klaslokaal waren.

Een onderwijzer kon een vis meenemen naar school, maar het skelet, de organen, de bloedvaten en kleine zintuigstructuren waren voor een hele klas nauwelijks gelijktijdig te bekijken.

De schoolplaat loste dat probleem op.

Wat normaal slechts enkele millimeters groot was, kon voor tientallen leerlingen tegelijk zichtbaar worden gemaakt. Door onderdelen te vergroten, kleuren te gebruiken en verschillende doorsneden naast elkaar te plaatsen, veranderde een ingewikkelde biologieles in een overzichtelijk beeld.

Dat maakt deze bijplaat tot een karakteristiek voorbeeld van het natuuronderwijs uit de eerste helft van de twintigste eeuw.

Uitgave

Titel: Bijplaat: Zoetwatervissen
Behorend bij: Zoetwatervissen
Serie: Dieren in hun omgeving – Eerste serie: In ons land
Nummer hoofdplaat: 4
Samenstellers: L. Dorsman Czn., K.M. Knip en A. Mellink
Illustrator hoofdplaat: M.A. Koekkoek
Uitgever: J.B. Wolters' Uitgevers-Maatschappij N.V.
Plaats van uitgave: Groningen – Batavia
Eerste handleiding bij Zoetwatervisschen: 1931
Datering van deze uitvoering: eerste helft twintigste eeuw; preciezere datering op basis van uitgeversvermelding en uitvoering nader vast te stellen

De bijplaat Zoetwatervissen vormt een bijzonder complement op de kleurrijke natuurvoorstellingen van M.A. Koekkoek. Hier geen landschap en nauwelijks enige versiering, maar een nauwkeurig opgebouwde biologische les.

Voor generaties leerlingen maakte deze plaat zichtbaar wat normaal verborgen bleef achter huid en schubben. Het skelet, de organen, de zintuigen en de ontwikkeling van de vis werden op ware grootte – en soms vele malen vergroot – het klaslokaal binnengebracht.

Daarmee vertegenwoordigt de plaat een belangrijk principe van de historische schoolplaat: zichtbaar maken wat de leerling in de werkelijkheid niet zelf kon zien.

Deze plaat aanschaffen? Kijk dan in onze museumshop op schoolplaten van M.A. Koekkoek