Frankreich und die Beneluxstaaten – Haack-Painke en Justus Perthes Darmstadt

Frankreich und die Beneluxstaaten is een Duitse schoolwandkaart waarop Frankrijk het geografische middelpunt vormt, met Nederland, België en Luxemburg in het noorden en noordoosten. Ook grote delen van de aangrenzende gebieden zijn opgenomen, waardoor Frankrijk niet als geïsoleerd land wordt weergegeven maar als onderdeel van het West-Europese landschap.

Het kaartbeeld wordt onmiddellijk bepaald door het reliëf. Groene laaglanden gaan over in geel- en bruintinten voor hoger gelegen gebieden, terwijl de Alpen en Pyreneeën zich krachtig aftekenen. Rivieren, kustlijnen, steden, landsgrenzen en verkeersverbindingen vullen dit fysisch-geografische grondbeeld aan.

Bovenaan staan de titel FRANKREICH UND DIE BENELUXSTAATEN, links de naam Haack-Painke en rechts Justus Perthes Darmstadt. Daarmee is de kaart herkenbaar als een product uit een lange Duitse traditie van grootschalige geografische wandkaarten.

Van Hermann Haack naar Haack-Painke: een kaart met een lange voorgeschiedenis

De geschiedenis van deze kaart begint aanzienlijk eerder dan het hier getoonde exemplaar. De Universiteitsbibliotheek Groningen registreert een kaart met dezelfde titel, Frankreich und die Beneluxstaaten, op naam van Hermann Haack, uitgegeven in 1954 door de VEB Geographisch-kartographische Anstalt en uitgevoerd op schaal 1:750.000. University of Groningen

Ook latere exemplaren uit de Haack-traditie zijn bekend. Een gespecialiseerde handel in historische schoolwandkaarten documenteert bijvoorbeeld een versie uit 1957, eveneens op schaal 1:750.000. Schulwandkarten

De gefotografeerde kaart behoort echter tot een latere ontwikkelingsfase. De David Rumsey Historical Map Collection registreert Frankreich und die Beneluxstaaten onder de auteursnaam Haack-Painke en dateert die uitvoering op 1998. De kaart maakt daar deel uit van de collectie van het Department of Geography van de University of California, Berkeley. David Rumsey Historical Map Collection

Dat maakt deze wandkaart interessant als schakel in een cartografische traditie die gedurende meerdere decennia werd aangepast en opnieuw uitgegeven. Het basisidee bleef herkenbaar: een grote, vanaf afstand leesbare kaart waarop de fysieke structuur van Frankrijk en de Benelux voor een hele klas zichtbaar kon worden gemaakt.

Van de Nederlandse delta tot de Pyreneeën

Frankrijk neemt verreweg het grootste deel van het kaartvlak in. Het land wordt niet primair door politieke grenzen gedefinieerd, maar door zijn landschap. De kaart laat zien hoe sterk de natuurlijke geografie binnen relatief korte afstanden verandert.

In het noorden sluiten de vlakke gebieden van Nederland en België visueel aan op Noord-Frankrijk. De groene kleurstelling maakt het laagland tot één groot landschappelijk gebied, terwijl landsgrenzen daar als een afzonderlijke informatielaag overheen zijn gelegd.

Naar het zuiden en zuidoosten verandert het kaartbeeld sterk. Hoogteverschillen worden steeds nadrukkelijker zichtbaar. Het Centraal Massief, de Pyreneeën en vooral de Alpen vormen uitgesproken reliëfgebieden. De overgang van groen via geel en bruin naar diepe roodbruine tinten maakt de hoogteverschillen ook vanaf grote afstand herkenbaar.

De grote riviersystemen verbinden deze landschappen. Onder meer Rijn, Rhône, Loire, Seine en Garonne zijn als blauwe structuren door het terrein te volgen. Daarmee laat de kaart niet alleen zien waar rivieren liggen, maar ook hoe zij samenhangen met gebergten, laagvlakten en kustgebieden.

Aan de westzijde opent Frankrijk zich naar de Atlantische Oceaan en de Golf van Biskaje; in het zuiden naar de Middellandse Zee. Bretagne, het Kanaal, de Golf van Lion en Corsica maken het geografische beeld compleet.

Ook Zuid-Engeland en delen van Spanje, Duitsland, Zwitserland en Italië zijn opgenomen. Dat is didactisch betekenisvol: natuurlijke landschappen houden immers niet op bij een staatsgrens.

Een kaart waarop het landschap belangrijker is dan de grens

Het meest kenmerkende aan Frankreich und die Beneluxstaaten is de combinatie van fysische geografie en menselijke geografie.

De reliëfweergave vormt de visuele basis. Daaroverheen liggen steden, grenzen, waterwegen en verkeersverbindingen. De David Rumsey-registratie omschrijft de inhoud expliciet als topografie, hydrografie, politieke grenzen, steden naar inwonertal, verkeersroutes en Kanaalverbindingen.

Daardoor konden leerlingen verschillende geografische verschijnselen met elkaar verbinden. Waarom lopen bepaalde rivieren in een bepaalde richting? Waar bevinden zich de grote stedelijke concentraties? Welke rol spelen bergketens en laagvlakten? En hoe verhouden nationale grenzen zich tot natuurlijke landschapseenheden?

Juist Frankrijk leent zich goed voor zo'n benadering. Binnen één kaartbeeld zijn kustvlakten, rivierbekkens, middelgebergten en hooggebergten naast elkaar te bestuderen.

De kaart leert daardoor niet alleen plaatsen aanwijzen, maar vooral geografische samenhang herkennen.

Het reliëf als visuele taal

De cartografische kracht van deze kaart zit voor een belangrijk deel in het kleurgebruik.

Nederland en grote delen van België liggen in een overwegend groen kaartgebied. Ook de lagere delen van Frankrijk zijn groen weergegeven. Naarmate het terrein stijgt, verschuift het kleurenpalet naar geel, oker, bruin en roodbruin.

Vooral in de Alpen is dit effect uitgesproken. Het gebergte vormt rechtsonder een dicht en bijna driedimensionaal patroon van bergruggen en dalen. De Pyreneeën tekenen zich onderaan af als een langgerekte natuurlijke barrière tussen Frankrijk en het Iberisch Schiereiland.

Het kaartbeeld werkt daardoor op twee afstanden. Van veraf ziet een leerling de grote landschappelijke structuren; dichterbij verschijnen plaatsnamen, rivieren, grenzen en verbindingen.

Dat was voor een schoolwandkaart essentieel. Het object moest immers niet alleen door een leerling aan de voorste tafel kunnen worden gelezen, maar informatie overbrengen aan een hele klas.

De Berkeley-collectie beschrijft deze uitvoering dan ook als geschikt voor gebruik in een grote college- of lesruimte en leesbaar vanaf aanzienlijke afstand

Haack-Painke en een veranderende cartografische traditie

De aanduiding Haack-Painke bovenaan is belangrijk voor de identificatie van deze uitvoering. Zij verbindt de kaart met de Duitse Haack-traditie van geografische schoolkaarten, maar onderscheidt haar tegelijkertijd van de oudere kaarten die uitsluitend onder de naam Hermann Haack verschenen.

Dat onderscheid is relevant omdat Frankreich und die Beneluxstaaten gedurende tientallen jaren in verschillende uitvoeringen heeft bestaan. Een versie uit 1954 bevindt zich in de collectie van de Rijksuniversiteit Groningen, terwijl de latere Haack-Painke-uitvoering in de Amerikaanse Berkeley-collectie als 1998 wordt geregistreerd.

De kaart laat daarmee ook zien hoe succesvol bepaalde schoolcartografische concepten konden zijn. Een goed ontworpen basiskaart hoefde niet na enkele jaren te verdwijnen; zij kon worden herzien, geactualiseerd en binnen veranderende uitgeversstructuren opnieuw worden uitgebracht.

Justus Perthes Darmstadt

Rechtsboven staat duidelijk Justus Perthes Darmstadt.

Die vermelding verdient enige voorzichtigheid bij de historische interpretatie. De naam Perthes kent een complexe twintigste-eeuwse uitgeversgeschiedenis, terwijl oudere versies van deze kaart ook onder andere uitgeversnamen verschenen. Het is daarom niet verantwoord om alle kaarten met de titel Frankreich und die Beneluxstaaten zonder meer als dezelfde uitgave te behandelen.

Voor het gefotografeerde exemplaar is de combinatie Haack-Painke – Justus Perthes Darmstadt juist een belangrijk identificatiekenmerk.

Opmerkelijk is bovendien dat de Berkeley-registratie van de uitvoering uit 1998 Justus Perthes Verlag Gotha GmbH vermeldt, terwijl op het hier gefotografeerde exemplaar duidelijk Justus Perthes Darmstadt staat. Mapping Berkeley

Daarom is het veiliger de Berkeley-kaart als een zeer nauw verwante, gedocumenteerde Haack-Painke-uitvoering te gebruiken en 1998 niet zonder voorbehoud als exact drukjaar van dit specifieke exemplaar te presenteren. Op basis van de nu beschikbare bronnen kan de precieze druk of editie van het gefotografeerde exemplaar nog niet definitief worden vastgesteld.

Frankrijk en de Benelux in het aardrijkskundelokaal

In het onderwijs bood deze kaart veel meer mogelijkheden dan het uit het hoofd leren van hoofdsteden en landsgrenzen.

Een onderwijzer kon leerlingen bijvoorbeeld laten vergelijken hoe laag Nederland ligt tegenover de bergachtige gebieden van Zuid-Frankrijk en Zwitserland. De loop van rivieren kon worden gekoppeld aan hoogteverschillen en stroomgebieden. Steden konden vervolgens worden geplaatst binnen die fysieke omgeving.

Ook de ligging van de Benelux wordt op deze kaart inzichtelijk. Nederland, België en Luxemburg vormen boven Frankrijk een relatief klein gebied, maar liggen geografisch op een belangrijk kruispunt tussen Noordzee, Rijngebied en Frankrijk.

De kaart bood daarmee de mogelijkheid om lokaliseren, vergelijken en verklaren met elkaar te verbinden. Een plaats was niet alleen een naam op de kaart, maar onderdeel van een groter geografisch systeem.

Dat deze kaart daadwerkelijk als onderwijsmedium werd gebruikt en niet slechts als algemene landkaart werd ontworpen, wordt ondersteund door historische onderwijscollecties. Een Duitse schoolmedialijst neemt Haack-Painke / Frankreich und die Beneluxstaaten expliciet op als “Karte: Europa 20”.

Cartografie voor de achterste rij van het klaslokaal

Een moderne atlas kan veel meer details bevatten, maar dat zou op een wandkaart juist contraproductief zijn. Het ontwerp moest selecteren.

De belangrijkste fysieke structuren zijn daarom sterk aangezet. De kleuren van het reliëf zijn krachtiger dan op veel gewone atlaskaarten, water is helder blauw en belangrijke steden worden door duidelijke rode symbolen gemarkeerd.

Die grafische hiërarchie bepaalt wat de leerling het eerst ziet: eerst de vorm van het continentale landschap, daarna de grote reliëfzones en waterstructuren, en pas vervolgens de fijnere topografische informatie.

De kaart is daarmee een voorbeeld van didactische cartografie: geografische werkelijkheid wordt niet simpelweg zo volledig mogelijk gekopieerd, maar geordend en visueel vereenvoudigd om ruimtelijke verbanden begrijpelijk te maken.

Een West-Europees landschap dat grenzen overstijgt

Vanuit hedendaags museumstandpunt is Frankreich und die Beneluxstaaten interessant omdat verschillende geschiedenissen in één object samenkomen.

Het is allereerst een bron voor de geschiedenis van het aardrijkskundeonderwijs. De kaart laat zien welke geografische informatie voor klassikale overdracht belangrijk werd gevonden en hoe die informatie visueel werd georganiseerd.

Daarnaast vertegenwoordigt zij een veel langere cartografische ontwikkeling. De titel is al in de jaren vijftig gedocumenteerd en bleef in latere uitvoeringen bestaan. Daarmee kan worden onderzocht welke elementen van het kaartbeeld gedurende tientallen jaren behouden bleven en welke werden aangepast aan nieuwe geografische, politieke en didactische omstandigheden.

Ten slotte maakt juist het grote geografische bereik de kaart betekenisvol. De Benelux en Frankrijk worden weliswaar door staatsgrenzen verdeeld, maar het reliëf laat een andere werkelijkheid zien: rivierbekkens, laagvlakten en bergketens lopen door die politieke indeling heen.

Waarom Frankreich und die Beneluxstaaten in de collectie past

Deze kaart is een representatief voorbeeld van de grote fysisch-geografische wandkaarten waarmee aardrijkskunde gedurende een belangrijk deel van de twintigste eeuw en nog daarna klassikaal werd onderwezen.

Tegelijkertijd heeft zij een eigen verhaal. Achter de naam Frankreich und die Beneluxstaaten gaat een kaarttraditie schuil die ten minste tot de jaren vijftig teruggaat en later onder Haack-Painke werd voortgezet. De gedocumenteerde uitvoering uit 1998 laat zien hoe lang dit cartografische onderwijsconcept standhield.

Wat vooral opvalt, is precies wat de kaart in het klaslokaal effectief maakte: haar schaal, sterke reliëfwerking en onmiddellijke leesbaarheid. Van de vlakke Nederlandse delta tot de roodbruine Alpen wordt West-Europa teruggebracht tot één samenhangend landschap.

Daarmee documenteert Frankreich und die Beneluxstaaten niet alleen de geografie van West-Europa, maar ook een manier van kijken en leren die ooit letterlijk de hele wand van het aardrijkskundelokaal in beslag nam.

Titel: Frankreich und die Beneluxstaaten
Cartografische aanduiding: Haack-Painke
Uitgever/vermelding op de kaart: Justus Perthes Darmstadt
Onderwerp: fysische geografie van Frankrijk en de Benelux
Schaal: 1:750.000, mits dit op jouw exemplaar zelf leesbaar is of via dezelfde editie kan worden bevestigd
Datering: exacte editie nog niet vastgesteld; een zeer nauw verwante Haack-Painke-uitvoering is gedocumenteerd in 1998
Kaarttraditie: oudere versies van dezelfde titel zijn aantoonbaar vanaf ten minste 1954.