Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 15 – Amfibieën
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 15 – Amfibieën
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Sandra Klaasen
Amfibieën – kikkers, padden, salamanders en hun ontwikkeling
Deze schoolplaat Amfibieën is nummer 15 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Sandra Klaasen als tekenaar vermeld.
Centraal staat een waterrijke leefomgeving met verschillende amfibieën. Kikkers, padden en salamanders worden niet als losse dieren tegen een neutrale achtergrond gepresenteerd, maar zoveel mogelijk in relatie tot hun leefgebied. Daarnaast bevat de plaat afzonderlijke detailvoorstellingen, waarvan vooral de ontwikkelingsreeks van kikkerdril tot jonge kikker in het oog springt.
Daarmee behandelt Amfibieën niet alleen hoe deze dieren eruitzien, maar ook een van hun meest karakteristieke biologische eigenschappen: hun ontwikkeling en hun nauwe relatie met zowel water als land.
Een leefwereld tussen water en land
Water vormt een belangrijk element in de compositie. We kijken naar een omgeving met een oever, waterplanten en vegetatie waarin verschillende dieren kunnen worden aangetroffen.
Dat landschap is essentieel voor het onderwerp.
Amfibieën zijn gewervelde dieren waarvan de levenswijze nauw verbonden is met vochtige omstandigheden en, bij de afgebeelde voorbeelden, met water tijdens de voortplanting en vroege ontwikkeling. De overgang tussen water en land vormt daarom een belangrijk deel van hun leefwereld.
Sandra Klaasen maakt die relatie zichtbaar door de dieren niet geïsoleerd af te beelden. De omgeving vertelt mee.
De leerling ziet daardoor meteen dat een kikker, pad of salamander niet los kan worden bekeken van de plaats waar het dier leeft.
Van kikkerdril naar kikker
Een van de duidelijkste didactische onderdelen bevindt zich bovenaan de plaat. Daar is in een reeks opeenvolgende beelden de ontwikkeling van een kikker weergegeven.
Het proces begint bij het kikkerdril. Vervolgens verschijnen verschillende stadia van het kikkervisje. Tijdens de verdere ontwikkeling ontstaan poten en verandert de lichaamsvorm steeds meer in die van een jonge kikker.
Deze opeenvolging maakt een proces zichtbaar dat zich in werkelijkheid gedurende een langere periode afspeelt.
Dat is precies waar een schoolplaat bijzonder geschikt voor is.
In de natuur kan een leerling op één moment slechts één ontwikkelingsstadium aantreffen. Sandra Klaasen kan op de wandplaat verschillende momenten uit de levenscyclus naast elkaar zetten. Hierdoor wordt de verandering in één oogopslag vergelijkbaar.
Het kikkervisje
Het verschil tussen een kikkervisje en een volwassen kikker is groot.
Het jonge dier heeft aanvankelijk een lichaamsvorm die sterk is aangepast aan het leven in het water. Tijdens de ontwikkeling verandert dat uiterlijk ingrijpend.
Juist door de verschillende stadia achter elkaar te tonen, kon tijdens de les aandacht worden besteed aan deze gedaanteverwisseling, of metamorfose.
De reeks is daardoor meer dan een aantrekkelijke illustratie. Zij functioneert als een visuele tijdlijn.
Van links naar rechts kan de leerling letterlijk volgen hoe het dier verandert.
Kikkers in hun leefomgeving
Op de plaat zijn verschillende kikkers weergegeven.
Ze bevinden zich tussen de vegetatie en in de omgeving van het water. Daardoor wordt duidelijk dat het volwassen dier een andere verschijningsvorm en levenswijze heeft dan het jonge kikkervisje.
De illustraties bieden gelegenheid om naar lichaamskenmerken te kijken, zoals de opvallende achterpoten van een kikker.
Deze lichaamsbouw hangt samen met de manier waarop het dier zich voortbeweegt.
Zo kan vanuit een eenvoudige afbeelding een breder biologisch gesprek ontstaan over de relatie tussen lichaamsbouw, leefgebied en beweging.
Padden
Naast kikkers zijn ook padden op de plaat opgenomen.
Hoewel kikkers en padden op het eerste gezicht veel overeenkomsten vertonen, zijn er duidelijke uiterlijke verschillen te zien. Door beide binnen dezelfde schoolplaat af te beelden, kunnen leerlingen deze dieren rechtstreeks met elkaar vergelijken.
Daarmee stimuleert de plaat nauwkeurig kijken.
Niet ieder amfibie dat enigszins op een kikker lijkt, is hetzelfde dier. Verschillen in lichaamsvorm, huid en algemene verschijning kunnen worden gebruikt om de dieren van elkaar te onderscheiden.
Salamanders
Ook salamanders maken deel uit van de voorstelling.
Hun langgerekte lichaam en staart geven hen een duidelijk ander uiterlijk dan volwassen kikkers en padden. Juist daardoor vormen zij een waardevolle aanvulling op de plaat.
De titel Amfibieën verwijst immers naar een grotere diergroep en niet uitsluitend naar kikkers.
Door salamanders naast kikkers en padden te plaatsen, wordt zichtbaar hoeveel variatie binnen deze groep bestaat.
Eieren in het water
De voortplanting van de afgebeelde amfibieën is nauw verbonden met water.
Het bekende kikkerdril maakt dit op de plaat bijzonder duidelijk. De doorzichtige geleiachtige massa waarin de eieren liggen is een karakteristiek verschijnsel dat kinderen in het voorjaar zelf in sloten, vijvers en andere wateren kunnen tegenkomen.
Daarmee sloot deze schoolplaat rechtstreeks aan bij eigen natuurwaarnemingen.
Een onderwijzer kon het beeld in de klas gebruiken en leerlingen vervolgens buiten laten zoeken naar vergelijkbare verschijnselen – of juist een waarneming uit de natuur gebruiken als aanleiding om de plaat te bespreken.
Groei als zichtbaar proces
Amfibieën past daarmee uitstekend binnen een terugkerend thema van Maarten de Jongh’s Natuurplaten: ontwikkeling.
De natuur wordt in deze serie niet voorgesteld als iets statisch. Organismen groeien, veranderen, planten zich voort en reageren op hun omgeving.
Op deze plaat is dat bijzonder overtuigend zichtbaar.
Wanneer alleen een volwassen kikker zou zijn afgebeeld, zou de leerling vooral iets leren over het uiterlijk van dat dier. Door ook kikkerdril en verschillende larvale stadia te tonen, ontstaat een veel completer biologisch verhaal.
Het volwassen dier blijkt slechts één fase binnen een levenscyclus.
Leven in twee werelden
De naam amfibieën is nauw verbonden met de bijzondere positie die deze dieren innemen tussen aquatische en terrestrische leefomgevingen.
De plaat maakt die relatie met water én land visueel duidelijk.
De vroege ontwikkeling van de kikker vindt in het water plaats, terwijl het volwassen dier ook op het land kan leven. De oeverzone vormt daarom een logische omgeving voor de centrale voorstelling.
Juist deze overgang tussen twee leefwerelden maakt amfibieën voor natuuronderwijs bijzonder interessant.
Sandra Klaasen als illustrator
Op de oorspronkelijke schoolplaat wordt Sandra Klaasen als tekenaar vermeld.
Bij Amfibieën is haar didactische werkwijze goed zichtbaar.
Zij combineert een natuurlijke leefomgeving met een reeks afzonderlijke ontwikkelingsbeelden. Daardoor gebruikt zij twee verschillende vormen van illustratie binnen één schoolplaat.
Het grote tafereel laat zien waar en hoe de dieren leven.
De kleinere opeenvolgende afbeeldingen laten zien hoe een dier verandert.
Dat onderscheid is belangrijk. Een landschap kan een levenscyclus niet volledig tonen, omdat verschillende ontwikkelingsstadia niet allemaal op exact hetzelfde moment plaatsvinden. Een schematische reeks kan dat wel.
Klaasen combineert beide benaderingen zodat de leerling zowel de ecologische context als het biologische proces kan begrijpen.
Haar werk is daarmee meer dan een natuurgetrouwe registratie. Zij ordent de werkelijkheid om kennis toegankelijk te maken.
Een plaat die beweging in de tijd zichtbaar maakt
Een schoolplaat is per definitie een stilstaand beeld. Toch weet Amfibieën iets weer te geven wat juist uit verandering bestaat.
De ontwikkelingsreeks geeft de plaat een tijdsdimensie.