Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 17 – Spinnen
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 17 – Spinnen
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Inge van Noortwijk-de Boer
Spinnen – bouw, leefwijze, jacht en het maken van een web
Deze schoolplaat Spinnen is nummer 17 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.
De plaat biedt een veelzijdige kennismaking met spinnen. Niet één soort of één type web staat centraal: verschillende spinnen, leefomgevingen, vangmethoden en webvormen worden naast elkaar getoond. Bijzonder is de reeks onderaan de plaat waarin stapsgewijs de aanleg van een wielweb zichtbaar wordt gemaakt.
Daarmee gaat Spinnen veel verder dan soortherkenning. De plaat behandelt vooral hoe spinnen leven en hoe zij hun karakteristieke vangconstructies gebruiken.
Spinnen behoren niet tot de insecten
Een belangrijk uitgangspunt voor een les over spinnen is het onderscheid tussen spinnen en insecten.
Hoewel beide groepen geleedpotigen zijn, behoren spinnen tot de spinachtigen. Een volwassen spin heeft acht poten en het lichaam bestaat uit twee duidelijk onderscheiden hoofdgedeelten. Insecten hebben daarentegen zes poten en een andere indeling van het lichaam.
De grote en duidelijke spinnen op de plaat maakten het mogelijk dergelijke lichaamskenmerken klassikaal te bekijken.
Daarmee kon een veel voorkomende verwarring worden weggenomen: een spin is geen insect.
Verschillende spinnen in verschillende omgevingen
Van Noortwijk-de Boer toont de dieren niet uitsluitend tegen een neutrale achtergrond.
We zien spinnen tussen vegetatie, op en rond hun web en op andere plaatsen waar zij hun prooi kunnen zoeken of afwachten. Daardoor wordt de relatie tussen het dier en zijn leefomgeving onderdeel van de voorstelling.
Ook de spinnen zelf verschillen zichtbaar van elkaar. De lichaamsvorm, grootte, kleur en tekening lopen uiteen.
De titel Spinnen verwijst daarmee niet naar één uniform type dier. De plaat maakt juist duidelijk dat binnen deze diergroep een grote verscheidenheid bestaat.
Het wielweb
Het meest herkenbare web op de plaat is het grote wielweb.
Dit type web bestaat uit een raamwerk met draden die vanuit een centraal gedeelte naar buiten lopen, gecombineerd met een spiraalvormige structuur. Het resultaat is het karakteristieke web dat in tuinen, struiken en andere begroeide omgevingen gemakkelijk kan worden waargenomen.
Van Noortwijk-de Boer heeft het web duidelijk tegen de achtergrond geplaatst, waardoor de geometrische structuur goed zichtbaar wordt.
Het web is hier niet slechts een decoratief onderdeel van de natuurillustratie. Het vormt een belangrijk onderwerp van de plaat.
Hoe een web wordt gebouwd
Bijzonder interessant is de serie kleine afbeeldingen onderaan de schoolplaat.
Daar wordt de constructie van een wielweb in opeenvolgende fasen weergegeven. Eerst verschijnen de dragende draden en het basisraamwerk. Vervolgens wordt de structuur uitgebreid totdat uiteindelijk de herkenbare vorm van het web ontstaat.
Dit is didactisch een bijzonder sterke oplossing.
Een spinnenweb wordt niet in één ogenblik gemaakt. Het ontstaat stap voor stap. Wie buiten alleen een voltooid web bekijkt, ziet het resultaat maar niet noodzakelijk het bouwproces.
Door verschillende stadia naast elkaar te zetten, maakt de illustrator tijd zichtbaar in een stilstaand beeld.
De reeks functioneert daardoor bijna als een korte beeldfilm.
Niet iedere spin maakt hetzelfde web
De plaat toont daarnaast dat spinnen niet allemaal hetzelfde soort web maken.
Naast het grote wielweb zijn andere webstructuren en jachtsituaties afgebeeld. Sommige webben hebben een duidelijk andere vorm en bevinden zich op een andere manier tussen de vegetatie.
Dat is een belangrijk biologisch gegeven.
Wanneer we over 'een spinnenweb' spreken, lijkt het gemakkelijk alsof daarmee één vaste constructie wordt bedoeld. In werkelijkheid bestaan verschillende webtypen en bovendien gebruiken niet alle spinnen een wielweb om prooien te bemachtigen.
De plaat maakt deze verscheidenheid aanschouwelijk.
Zijde als bouwmateriaal
De draden waaruit een web bestaat, worden door de spin zelf geproduceerd.
Spinnen beschikken over spinklieren en spintepels waarmee zijde kan worden gevormd. Die zijde kan verschillende functies hebben.
Het vangen van prooien is daarvan waarschijnlijk de bekendste, maar spindraad kan ook worden gebruikt bij onder meer verplaatsing, bescherming van eieren en andere activiteiten.
Bij het bekijken van de verschillende webben op de plaat wordt daardoor duidelijk dat het web niet zomaar een toevallig netwerk van draden is. Het is een door het dier vervaardigde constructie.
Het web als vangmiddel
Een groot deel van de aandacht gaat vanzelfsprekend uit naar de functie van het web bij het vangen van prooien.
Een vliegend insect kan in de draden terechtkomen. De spin kan vervolgens reageren op bewegingen in het web en de prooi benaderen.
Op de schoolplaat zijn verschillende situaties rond prooi en jacht afgebeeld. Daarmee wordt duidelijk dat het web deel uitmaakt van het voedselgedrag van de spin.
De constructie is dus niet alleen indrukwekkend vanwege haar vorm. Zij heeft een duidelijke biologische functie.
Spin en prooi
Door spinnen samen met hun prooidieren weer te geven, kon de plaat ook worden gebruikt om voedselrelaties te bespreken.
Dat sluit aan bij eerdere platen uit de serie, met name nr. 9 – Voedselkringloop.
Een spin is zelf een relatief klein dier, maar vervult als predator een rol in de leefgemeenschap waarin hij voorkomt. Veel spinnen voeden zich met andere kleine dieren, waaronder insecten.
Hierdoor kan vanuit deze ene plaat gemakkelijk een verbinding worden gelegd met bredere ecologische onderwerpen.
Ook de spin kan prooi worden
De positie van een spin in een voedselrelatie is niet uitsluitend die van jager.
Ook spinnen kunnen door andere dieren worden gegeten.
Dit is belangrijk bij het begrijpen van voedselrelaties in de natuur. Begrippen als predator en prooi zijn geen permanente etiketten die slechts bij één soort dier horen. Een dier kan zelf jagen en tegelijkertijd voedsel vormen voor een andere soort.
Daarmee past Spinnen goed binnen de ecologische benadering van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.
Van angst naar nauwkeurig kijken
Spinnen zijn dieren die bij mensen sterke reacties kunnen oproepen. Juist een natuurplaat kan helpen om het dier niet alleen vanuit angst of afkeer te bekijken, maar als een biologisch interessant organisme.
De verschillende afbeeldingen verplaatsen de aandacht naar bouw, gedrag en techniek.
Hoe is het lichaam opgebouwd? Hoe wordt een web geconstrueerd? Waarvoor wordt het gebruikt? Waarom bestaan verschillende webvormen?
Het dier wordt daarmee een onderwerp om te onderzoeken.
Inge van Noortwijk-de Boer als illustrator
Op de oorspronkelijke schoolplaat wordt Inge van Noortwijk-de Boer expliciet als tekenaar vermeld.
Bij Spinnen laat zij goed zien hoe natuurgetrouwe illustratie kan worden gecombineerd met procesweergave.
De grotere afbeeldingen tonen dieren en webben in hun omgeving. Deze beelden geven context en maken de plaat aantrekkelijk om naar te kijken.
De reeks onderaan heeft een andere functie. Daar wordt de werkelijkheid opgesplitst in opeenvolgende momenten om het bouwproces van het web begrijpelijk te maken.
Van Noortwijk-de Boer combineert daarmee binnen één schoolplaat drie informatieniveaus: het dier, zijn leefomgeving en gedrag, en het proces waarmee een karakteristieke constructie ontstaat.
Dat vraagt meer dan alleen goed kunnen tekenen. De illustrator moet biologische informatie selecteren en zo ordenen dat een leerling de samenhang uit het beeld kan aflezen.
Een web als voorbeeld van dierlijk gedrag
Een voltooid spinnenweb is gemakkelijk als object te bekijken. De reeks op deze plaat maakt echter duidelijk dat het eigenlijk het resultaat van gedrag is.
De spin voert een reeks handelingen uit waaruit uiteindelijk een geordende constructie ontstaat.
Daarmee biedt de plaat een interessant voorbeeld van hoe dieren hun omgeving actief kunnen veranderen. De spin gebruikt materiaal dat zij zelf produceert en bouwt daarmee een structuur die een functie heeft bij haar levenswijze.
Het web wordt zo meer dan iets moois dat 's morgens met dauwdruppels tussen planten hangt. Het wordt een biologisch werktuig.
Zelf waarnemen buiten de klas
Het onderwerp leende zich uitstekend voor eigen waarnemingen.
Spinnen en hun webben zijn in tuinen, parken, schuren, bossen en rond gebouwen te vinden. Een leerling kon na het bekijken van de schoolplaat zelf op zoek gaan naar verschillende vormen.
Is het een wielweb? Waar is het bevestigd? Waar bevindt de spin zich? Zijn er prooiresten zichtbaar?
Hiermee kon de plaat een brug vormen tussen klassikale uitleg en zelfstandig kijken naar de natuur.
Een karakteristieke plaat binnen de serie
Nr. 17 sluit uitstekend aan bij de manier waarop Maarten de Jongh’s Natuurplaten natuuronderwijs benaderen.
Het gaat niet uitsluitend om de vraag welke dieren er bestaan. Veel belangrijker is wat zij doen, hoe zij zijn gebouwd en hoe zij in relatie staan tot hun omgeving.
Op Spinnen wordt dat bijzonder duidelijk door het web.
De spin wordt niet als stilstaand museumobject weergegeven. We leren haar kennen als een actief dier dat jaagt, draden produceert en complexe structuren kan bouwen.
Spinnen als Nederlands onderwijserfgoed
Tegenwoordig is Nr. 17 – Spinnen zowel een aantrekkelijke natuurplaat als een document van de geschiedenis van het Nederlandse natuuronderwijs.
Vooral de stapsgewijze weergave van de webbouw maakt duidelijk hoeveel informatie één wandplaat kon bevatten. Een proces waarvoor bewegend beeld ideaal lijkt, wordt hier met een eenvoudige reeks tekeningen begrijpelijk gemaakt.
De door Inge van Noortwijk-de Boer getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven Spinnen vormt daarmee een bijzonder onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.
Een schoolplaat waarop een vertrouwd maar vaak nauwelijks bestudeerd dier verandert in een fascinerend onderwerp van onderzoek – en waarop het spinnenweb niet alleen als eindresultaat wordt getoond, maar stap voor stap voor de ogen van de leerling wordt opgebouwd.