Technische reconstructie van de eikenhouten lijst, de papiermarges en de titelstrook

Schoolplatenmuseum.nl | Onderzoeksdossier | Oktober 2026

1. Inleiding

In de voorgaande delen van dit onderzoek is vastgesteld dat uitgever P. Noordhoff zijn Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland niet uitsluitend als losse schoolplaten verkocht.

Historische verkoopdocumentatie vermeldt verschillende uitvoeringen, waaronder platen op karton en platen in eikenhouten lijsten, desgewenst voorzien van glas.

Het Schoolplatenmuseum onderzoekt een exemplaar van De Zuidoostrand der Veluwe, plaat XXVI uit 1916, naar een schilderij van Hendrik Jan Wolter.

Dit exemplaar heeft drie opvallende kenmerken: de voorstelling bevindt zich in een donkere houten lijst achter glas, de brede witte papiermarge is niet zichtbaar en op de achterkant is een afzonderlijke strook met de gedrukte titel aangebracht.

Deze kenmerken roepen de vraag op hoe de plaat oorspronkelijk is gemonteerd.

In dit deel wordt onderzocht welke constructies technisch mogelijk zijn en welke het beste aansluiten bij de waargenomen afmetingen.

2. Vier verschillende afmetingen

Bij onderzoek naar ingelijste schoolplaten is het belangrijk onderscheid te maken tussen vier maten

Papiermaat: de volledige afmeting van het bedrukte vel, inclusief de witte marges.

Beeldmaat: de afmeting van de eigenlijke gedrukte voorstelling, zonder de witte marges.

Zichtmaat: het gedeelte van de voorstelling dat binnen de lijst zichtbaar is.

Buitenmaat: de totale afmeting van het ingelijste object, inclusief het houten lijstprofiel.

Deze maten worden in historische catalogi en moderne verkoopadvertenties niet altijd duidelijk onderscheiden.

Voor het onderzochte exemplaar zijn de volgende gegevens beschikbaar.

 

De werkelijke papiermaat binnen de lijst is nog onbekend.

Dat laatste is essentieel. Zonder de lijst te openen kan niet rechtstreeks worden vastgesteld hoeveel papier zich achter de houten rand bevindt.

3. De verhouding tussen papier en afbeelding

De gebruikelijke grote Noordhoff-schoolplaat had een formaat van ongeveer 115 × 85 centimeter.

Bij het onderzochte exemplaar meet de zichtbare voorstelling 101,5 × 72 centimeter.

Het verschil bedraagt 13,5 centimeter in de breedte en 13 centimeter in de hoogte.

Wanneer de afbeelding ongeveer centraal op het oorspronkelijke vel stond, betekent dit een gemiddelde buitenmarge van:

  • 6,75 centimeter links en rechts.

  • 6,5 centimeter boven en onder.

Dit is een theoretische berekening. De oorspronkelijke marges kunnen onderling verschillen en de zichtbare voorstelling kan iets kleiner zijn dan de volledige gedrukte afbeelding.

Toch geeft de berekening een bruikbaar uitgangspunt.

De zichtbare afbeelding past binnen het gebruikelijke papierformaat, zonder dat daarvoor een kleinere druk hoeft te worden verondersteld.

De vraag is dus vooral wat er met de buitenste papierstroken is gebeurd.

4. De maatvoering van de houten lijst

De buitenmaat van het onderzochte exemplaar bedraagt ongeveer 111,5 × 82 centimeter.

De zichtbare afbeelding meet 101,5 × 72 centimeter.

Het verschil is in beide richtingen precies 10 centimeter.

Dat komt overeen met een lijstprofiel van ongeveer 5 centimeter aan iedere zijde.

Deze samenhang is opvallend en bevestigt dat de opgegeven maten onderling goed aansluiten.

Er is echter een belangrijke beperking.

De zichtbare opening aan de voorzijde is niet noodzakelijk gelijk aan de ruimte waarin het papier en het glas aan de achterkant van de lijst rusten.

Een traditionele lijst heeft doorgaans een sponning: een uitsparing aan de achterzijde waarin glas, afbeelding, karton en achterplaat kunnen worden geplaatst.

De sponning is meestal iets groter dan de zichtbare opening.

Daarom kan de werkelijke papiermaat groter zijn dan de zichtmaat.

Hoeveel groter, hangt af van de diepte en breedte van de sponning.

5. Reconstructie A – De witte marges volledig afgesneden

De eerste mogelijkheid is dat de oorspronkelijke grote schoolplaat vóór het inlijsten werd bijgesneden.

Daarbij werden de brede witte marges grotendeels verwijderd.

De overblijvende voorstelling werd op karton gemonteerd en in de eikenhouten lijst geplaatst.

De gedrukte titel, die oorspronkelijk in de witte marge stond, kon afzonderlijk worden uitgesneden en op de achterkant worden aangebracht.

Deze werkwijze zou de volgende kenmerken van het onderzochte exemplaar verklaren:

  • De witte papiermarge ontbreekt aan de voorkant.

  • De afbeelding lijkt volledig bewaard.

  • De zichtbare afbeelding past precies binnen de lijstopening.

  • De titel is als afzonderlijke strook op de achterkant aanwezig.

Deze reconstructie is technisch goed mogelijk.

Het is echter niet vastgesteld dat Noordhoff deze methode daadwerkelijk gebruikte.

Ook een latere lijstenmaker had de schoolplaat op deze manier kunnen verwerken.

Beoordeling: technisch mogelijk en verenigbaar met de huidige waarnemingen, maar historisch nog niet bewezen.

6. Reconstructie B – De witte marges gedeeltelijk verwijderd

De tweede mogelijkheid is dat de schoolplaat niet tot aan de gedrukte voorstelling werd afgesneden, maar dat een smalle rand papier behouden bleef.

Een dergelijke rand kan nuttig zijn bij het monteren van de plaat op karton.

Het papier zou dan iets groter zijn dan de zichtbare opening en gedeeltelijk onder de sponning van de lijst vallen.

De brede buitenmarges konden worden verwijderd, terwijl rondom de afbeelding nog een kleine strook papier aanwezig bleef.

Ook in dit scenario kan de titelstrook afzonderlijk op de achterkant zijn aangebracht.

Deze constructie heeft een praktisch voordeel: de voorstelling kan volledig zichtbaar blijven, terwijl de randen van het papier onder de lijst worden beschermd.

Beoordeling: technisch aannemelijk, maar zonder inspectie van de sponning niet te onderscheiden van reconstructie A.

7. Reconstructie C – De oorspronkelijke papiermarges verborgen

De derde mogelijkheid is dat de oorspronkelijke grote schoolplaat vrijwel volledig bewaard is gebleven.

De witte marges zouden dan achter de lijst of achter een aanvullende montageconstructie verborgen moeten liggen.

Deze verklaring lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, omdat de voorstelling aan de voorkant volledig zichtbaar is.

De afmetingen leveren echter een probleem op.

Het oorspronkelijke papierformaat van ongeveer 115 × 85 centimeter is groter dan de volledige buitenmaat van de huidige lijst, die circa 111,5 × 82 centimeter bedraagt.

Bij een vlak gemonteerde plaat kan een volledig vel van 115 × 85 centimeter daarom niet zonder meer binnen de huidige lijst passen.

Daarvoor zou het papier moeten zijn gevouwen, omgeslagen of op een andere manier buiten de gebruikelijke vlakke montageruimte zijn verwerkt.

Van een dergelijke constructie zijn tot nu toe geen aanwijzingen gevonden.

Dat maakt het volledig behouden van het oorspronkelijke grote vel minder waarschijnlijk dan een vorm van bijsnijden.

Wel blijft mogelijk dat de oorspronkelijke papiermaat van dit specifieke exemplaar afweek van de gebruikelijke 115 × 85 centimeter.

Beoordeling: bij de bekende afmetingen minder goed verenigbaar met een normale vlakke inlijsting, maar nog niet volledig uitgesloten.

8. Welke reconstructie past het beste?

De drie mogelijkheden kunnen als volgt worden vergeleken.

Op grond van de beschikbare maten zijn reconstructies A en B het eenvoudigst te verklaren.

Dat betekent dat het waarschijnlijker lijkt dat ten minste een deel van de oorspronkelijke buitenmarges is verwijderd dan dat het volledige vel van 115 × 85 centimeter intact achter de huidige lijst aanwezig is.

Deze conclusie geldt uitsluitend voor de fysieke constructie van het onderzochte exemplaar.

Zij bewijst niet dat het bijsnijden door Noordhoff zelf is uitgevoerd.

9. De titelstrook als mogelijk onderdeel van de montageprocedure

De afzonderlijke titelstrook op de achterkant is het belangrijkste aanknopingspunt om de montagegeschiedenis verder te onderzoeken.

Bij een oorspronkelijke losse schoolplaat bevond de titel zich doorgaans in de witte buitenmarge.

Wanneer deze marge werd verwijderd, verdween ook de titel aan de voorzijde.

Het afzonderlijk bewaren van de titel zou dan een praktische oplossing zijn geweest.

Een dergelijke handeling kan om verschillende redenen zijn uitgevoerd.

De titel maakte identificatie mogelijk wanneer de schoolplaat werd opgeborgen, verplaatst of opnieuw opgehangen.

Ook kon de titel worden gebruikt bij de administratie van een school of de registratie van de plaat in een verzameling.

Als Noordhoff zelf verantwoordelijk was voor het inlijsten, zou een vaste werkwijze denkbaar zijn waarbij de titelstrook op de achterkant werd aangebracht.

Maar ook een particuliere lijstenmaker kan deze oplossing hebben gekozen.

Daarom is vooral de vergelijking met andere exemplaren van belang.

Wanneer meerdere oorspronkelijk ingelijste Noordhoff-schoolplaten een vergelijkbare titelstrook op dezelfde plaats blijken te hebben, zou dat een belangrijke aanwijzing zijn voor een gestandaardiseerde montageprocedure.

10. Wat zegt de achterplaat over de oorspronkelijke constructie?

De huidige achterplaat bestaat uit bruin, vezelachtig materiaal.

De structuur doet denken aan een geperste houtvezelplaat.

Daarnaast zijn houten latten en bevestigingsblokjes zichtbaar die met kruiskopschroeven zijn vastgezet.

Het is mogelijk dat deze onderdelen niet allemaal uit dezelfde periode stammen.

Een schoolplaat die tientallen jaren in gebruik is geweest, kan meerdere keren zijn gerepareerd.

De achterplaat kan zijn vervangen terwijl de oorspronkelijke houten lijst behouden bleef.

Ook kunnen bevestigingslatten later zijn aangebracht om de constructie steviger te maken.

Daarom kan de huidige achterkant niet zonder meer worden gebruikt om de hele lijst te dateren.

Een nauwkeurige inspectie van de verbindingen, de sponning, de houtsoort en de bevestigingsmiddelen zou aanvullende informatie kunnen opleveren.

11. Was de lijst speciaal voor de voorstelling vervaardigd?

De buitenmaat van de lijst sluit nauw aan bij de zichtbare voorstelling.

De lijstopening meet 101,5 × 72 centimeter, terwijl het profiel rondom ongeveer vijf centimeter breed is.

Dit kan erop wijzen dat de lijst speciaal voor deze beeldmaat is vervaardigd.

Dat is echter geen bewijs voor maatwerk.

Noordhoff kan voor de serie een standaardlijstformaat hebben gebruikt, omdat de verschillende platen volgens een vergelijkbare beeldmaat werden geproduceerd.

Ook een latere lijstenmaker kan een passende lijst hebben vervaardigd.

Om dit te onderzoeken, moeten de buitenmaten van meerdere oorspronkelijk ingelijste Noordhoff-platen worden vergeleken.

Wanneer die maten vrijwel identiek blijken te zijn, zou dat een aanwijzing vormen voor een gestandaardiseerde lijstmaat.

Ook de breedte en profilering van het hout moeten dan worden vergeleken.

12. Hoe kunnen we de oorspronkelijke montage reconstrueren zonder de lijst te openen?

Het behoud van de schoolplaat staat voorop. Daarom is het wenselijk om eerst niet-invasieve onderzoeksmethoden te gebruiken.

Een nauwkeurige fotografische registratie van de lijsthoeken kan informatie opleveren over de houtverbindingen en de afwerking.

Met strijklicht kunnen mogelijk naden, overgangen en latere reparaties zichtbaar worden gemaakt.

Ook kan de dikte van de lijst op verschillende plaatsen worden gemeten.

Bijzonder interessant is de overgang tussen de zichtbare voorstelling en de binnenrand van de lijst.

Wanneer daar nog een smalle strook wit papier zichtbaar is, kan dat aanwijzingen geven over de wijze waarop de afbeelding is geplaatst.

Een andere mogelijkheid is onderzoek met een kleine inspectiecamera, maar uitsluitend wanneer daarvoor geen onderdelen hoeven te worden verwijderd of beschadigd.

De belangrijkste vervolgstap blijft echter vergelijking met een tweede historisch exemplaar waarvan de montage beter toegankelijk of gedocumenteerd is.

13. Wat zou een oorspronkelijk Noordhoff-exemplaar moeten laten zien?

Voor een overtuigende reconstructie zijn de volgende gegevens nodig:

  1. De totale buitenmaat van de lijst.

  2. De breedte en het profiel van het hout.

  3. De zichtbare beeldmaat.

  4. De werkelijke papiermaat.

  5. De aanwezigheid of afwezigheid van de witte buitenmarges.

  6. De plaats en vorm van de titelvermelding.

  7. De opbouw van glas, karton en achterplaat.

  8. De bevestigingswijze van de achterconstructie.

  9. Eventuele etiketten, stempels of andere uitgeverskenmerken.

  10. De historische herkomst van het object.

Vooral de combinatie van deze gegevens is belangrijk.

Een enkele overeenkomst, zoals de breedte van de lijst, is onvoldoende om een oorspronkelijke Noordhoff-inlijsting vast te stellen.

14. Voorlopige technische conclusie

De maatvoering van het onderzochte exemplaar levert een belangrijke aanwijzing op.

De zichtbare voorstelling van 101,5 × 72 centimeter past goed binnen het gebruikelijke grote papierformaat van de Noordhoff-serie.

De totale buitenmaat van de lijst is echter kleiner dan dat oorspronkelijke papierformaat.

Daarom is het bij een normale vlakke montage aannemelijk dat ten minste een deel van de brede buitenmarges is verwijderd.

De afzonderlijke titelstrook op de achterkant past bij een werkwijze waarbij de titel na het bijsnijden werd bewaard.

Dit vormt een samenhangende technische verklaring voor de huidige uitvoering.

De belangrijkste openstaande vraag is niet langer uitsluitend óf de witte marges zijn verwijderd, maar vooral wanneer dat is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk was.

De twee belangrijkste mogelijkheden blijven:

  • Een oorspronkelijke montage door Noordhoff of een door de uitgever ingeschakelde werkplaats.

  • Een latere inlijsting door een particuliere lijstenmaker of eigenaar.

De historische verkoopdocumentatie maakt de eerste mogelijkheid reëel, maar bewijst deze niet.

15. Vervolgonderzoek

Het Schoolplatenmuseum wil de technische reconstructie toetsen aan oorspronkelijk ingelijste exemplaren uit dezelfde Noordhoff-serie.

Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de eikenhouten lijst, de achterconstructie en de titelstrook.

Een vergelijking met het historische exemplaar van Vlieland en het Vlie in Museum Tromp's Huys kan mogelijk nieuwe gegevens opleveren.

Ook het Nationaal Onderwijsmuseum, historische Noordhoff-catalogi en particuliere verzamelingen blijven belangrijke onderzoekssporen.

Wanneer een aantoonbaar oorspronkelijke Noordhoff-inlijsting met dezelfde kenmerken wordt gevonden, kan de hier beschreven reconstructie opnieuw worden beoordeeld.

Bronnen en documentatie

Archief van Nederlandse Plaatjesalbums
Documentatie over de serie Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland en het album Nederlandsche Landschappen.
https://plaatjesalbums.info/images/pdf/Noordhoff.pdf

Cultuurhistorische Vereniging Eylandt Flielandt
Historische publicatie over Vlieland en het Vlie, met oorspronkelijke verkoopinformatie van Noordhoff.
https://adoc.pub/uitgave-van-de-cultuur-historische-eylandt-flielandt.html

Zwiggelaar Auctions
Veiling 72, kavels 120 en 121, met historische Noordhoff-schoolplaten en vermelde formaten.
https://upcdn.io/FW25buD/raw/Zwiggelaar/Catalogus/zwiggelaarauctions_72_eng.pdf

Schoolplatenmuseum.nl
Eigen metingen, foto's en visuele inspectie van het onderzochte exemplaar, oktober 2026.


 

© Schoolplatenmuseum.nl – Oktober 2026.

Dit artikel is een technische reconstructie op basis van beschikbare objectgegevens. De oorspronkelijke montage is nog niet vastgesteld. De beschreven scenario's zijn onderzoekshypothesen en geen bewezen historische werkwijzen.