Onderzoek 3. Niemann–Sternstein – Pflanzenanatomische Tafeln

Acht plantenanatomische wandplaten opnieuw als complete reeks bijeengebracht

Binnen de collectie van Schoolplatenmuseum.nl bevindt zich een samenhangende reeks van acht Duitse botanische wandplaten onder de titel Niemann–Sternstein, Pflanzenanatomische Tafeln. De platen behandelen de microscopische anatomie van planten: van de bouw van de plantencel en verschillende celbestanddelen tot opperhuidweefsels, vaatbundels, houtstructuren en gespecialiseerde weefsels voor opname, omzetting en uitscheiding van stoffen.

Op het eerste gezicht zijn het vooral opvallende wetenschappelijke illustraties. Bij nader onderzoek blijkt achter de platen echter een veel interessanter verhaal schuil te gaan. De acht exemplaren behoren tot één en dezelfde latere uitgave van een onderwijsserie die oorspronkelijk aan het begin van de twintigste eeuw verscheen.

Het onderzoek richtte zich daarom niet alleen op de afgebeelde plantenanatomie, maar vooral op vier vragen: wie vervaardigde de platen, wie tekende de afbeeldingen, wanneer ontstond deze uitvoering en vormen de acht bewaard gebleven platen daadwerkelijk de complete reeks?

Wat op de platen zelf staat

De belangrijkste primaire bron voor het onderzoek zijn de platen zelf. Op de exemplaren is de serieaanduiding te lezen:

Niemann–Sternstein, Pflanzenanatomische Tafeln. 3. Auflage.

Daarmee staat vast dat het hier niet om de eerste, maar om de derde druk van de reeks gaat. Verder wordt als uitgever vermeld:

Creutz'sche Verlagsbuchhandlung, Magdeburg.

Op verschillende platen is bovendien in kleine letters de naam:

Art. Anstalt Emil Hochdanz, Stuttgart aangebracht.

Die laatste vermelding bleek bij het onderzoek bijzonder belangrijk. Zij moet niet worden geïnterpreteerd als de naam van de illustrator. De Artistische Anstalt Emil Hochdanz was een grafische onderneming in Stuttgart die gespecialiseerd was in onder meer lithografisch en artistiek drukwerk. De naam verwijst hier naar de grafische productie van de platen.

De persoon Emil Hochdanz zelf kan de plantenanatomische platen bovendien niet hebben getekend: hij overleed reeds in 1885. Zijn onderneming bleef daarna onder zijn naam bestaan. De eerste uitgave van de Pflanzenanatomische Tafeln verscheen pas in 1904.

Gustav Niemann en C. Sternstein

De titel van de reeks noemt twee namen: Niemann en Sternstein.

Historische bibliografische bronnen uit de tijd waarin de platen verschenen geven meer informatie over hun rol. Een contemporaine vermelding uit 1904 registreert de reeks als:

„G. Niemann u. C. Sternstein: Pflanzenanatomische Tafeln. Farbig ausgeführte Zeichnungen mikroskopischer Präparate.”

Deze formulering is van grote betekenis. De platen worden daarin beschreven als gekleurde tekeningen van microscopische preparaten en rechtstreeks verbonden met de namen G. Niemann en C. Sternstein. Er wordt geen afzonderlijke derde illustrator genoemd.

De eerste auteur kan worden geïdentificeerd als Gustav Niemann, een Duitse leraar en botanicus uit Magdeburg. Niemann hield zich intensief bezig met plantenanatomie en microscopisch onderzoek en publiceerde tevens een begeleidend werk over het gebruik van de microscoop bij plantenanatomisch onderwijs.

Dat begeleidende boek was nauw met de wandplaten verbonden. De platen waren dus geen uitsluitend decoratieve botanische afbeeldingen, maar maakten deel uit van een didactisch systeem waarin microscopisch onderzoek, klassikale uitleg en grote visuele voorstellingen elkaar aanvulden.

De tweede auteur wordt in de oorspronkelijke publicaties doorgaans als C. Sternstein vermeld. Archiefonderzoek wijst erop dat het zeer waarschijnlijk gaat om Gottlieb Carl Sternstein, een onderwijzer uit Magdeburg-Sudenburg. De combinatie van naam, beroep, woonplaats en periode sluit nauw aan bij de Sternstein die samen met Niemann de Pflanzenanatomische Tafeln publiceerde.

Zolang geen primaire bron wordt gevonden waarin de voornaam bij deze specifieke reeks volledig wordt uitgeschreven, blijft bij deze identificatie enige voorzichtigheid noodzakelijk.

Wie was de illustrator?

Dit bleek een van de lastigste vragen van het onderzoek.

Bij historische schoolplaten moet onderscheid worden gemaakt tussen de wetenschappelijke auteur, tekenaar, lithograaf, drukker en uitgever. Die functies konden door verschillende personen of ondernemingen worden vervuld.

De vermelding van de Artistische Anstalt Emil Hochdanz op de platen betekent daarom niet dat Hochdanz de tekeningen heeft ontworpen.

Andersom is tot dusver evenmin een primaire bron gevonden waarin letterlijk staat:

„Gezeichnet von Gustav Niemann”

of:

„Gezeichnet von C. Sternstein”.

Wat wél rechtstreeks uit een contemporaine bron blijkt, is dat de reeks onder beider namen werd gepubliceerd als „farbig ausgeführte Zeichnungen mikroskopischer Präparate”.

Daarom is voor een museumregistratie de meest verantwoorde toeschrijving:

Tekeningen / illustraties: Gustav Niemann en C. Sternstein; de individuele verdeling van het tekenwerk is niet vastgesteld.

Dat is nauwkeuriger dan één van beide zonder bewijs als enige illustrator aan te wijzen. Ook is tijdens het onderzoek geen betrouwbare aanwijzing gevonden voor een afzonderlijke derde illustrator.

De oorspronkelijke uitgave telde zes platen

Een belangrijke ontdekking tijdens het onderzoek is dat de serie niet vanaf het begin uit acht platen bestond.

De eerste uitgave uit 1904 wordt in contemporaine bibliografische bronnen beschreven als een reeks van zes gekleurde wandplaten. Historische schoolinventarissen uit het begin van de twintigste eeuw bevestigen eveneens het bestaan van sets van zes Pflanzenanatomische Tafeln von Niemann und Sternstein.

De platen werden voor klassikaal onderwijs geproduceerd en waren groot genoeg om vanuit verschillende plaatsen in een klaslokaal bekeken te kunnen worden. In de oorspronkelijke handelsinformatie werd onderscheid gemaakt tussen losse platen en gemonteerde uitvoeringen voor gebruik als wandplaat.

Dit betekent dat de reeks in een latere fase moet zijn uitgebreid.

Van zes naar acht wandplaten

Verschillende historische bronnen documenteren vervolgens een achtdelige uitvoering van de Pflanzenanatomische Tafeln.

Zo worden in historische onderwijsinventarissen acht platen van Niemann en Sternstein genoemd. Ook in bewaard gebleven Europese onderwijscollecties zijn achtdelige reeksen geregistreerd.

Bijzonder relevant is een onderzoek naar de historische natuurwetenschappelijke wandplatencollectie van het Bundesrealgymnasium Adolf-Pichler-Platz in Innsbruck. Daar bleken zelfs twee uitvoeringen van de serie aanwezig te zijn. In de beschrijving wordt uitdrukkelijk gesproken over acht platen. Een van de achtdelige sets werd volgens de betreffende inventaris in 1923 aangeschaft.

Daarmee staat vast dat de uitgebreide reeks van acht platen uiterlijk in het begin van de jaren twintig in omloop was.

De derde druk

De exemplaren van Schoolplatenmuseum.nl dragen allemaal de aanduiding:

  1. Auflage

De exacte verschijningsdatum van deze derde plaatuitgave moet met enige voorzichtigheid worden behandeld.

Van het begeleidende werk van Gustav Niemann is een tweede druk uit 1911 bekend en een derde druk uit 1927. Het zou verleidelijk zijn om de derde druk van de wandplaten daarom automatisch eveneens op 1927 te dateren, maar daarvoor is vooralsnog geen sluitend bewijs gevonden.

De achtdelige serie is immers aantoonbaar al vóór of uiterlijk in 1923 in gebruik.

Daarom wordt de museumreeks voorlopig gedateerd in het eerste derde van de twintigste eeuw, waarschijnlijk in de jaren twintig, totdat een uitgeverscatalogus of ander primair document een preciezer jaar voor de derde plaatuitgave oplevert.

Zijn de acht platen van Schoolplatenmuseum.nl compleet?

Dit was een van de belangrijkste vragen van het onderzoek.

De collectie bestaat niet eenvoudigweg uit acht willekeurige platen van Niemann en Sternstein. De exemplaren zijn opeenvolgend genummerd van Tafel I tot en met Tafel VIII, dragen dezelfde reeksnaam, dezelfde aanduiding 3. Auflage en dezelfde uitgever.

De aanwezige reeks omvat:

Tafel I – Die Zelle und ihre Bestandteile

Tafel II – Bestandteile der Zelle und Zellprodukte

Tafel III – Oberhaut und Oberhautgebilde

Tafel IV – Leitbahnen

Tafel V – Leitbahnen, Aufbau des Holzes

Tafel VI - Leitbahnen, Aufbau des Holzes

Tafel VII - Aufbau des Holzes, Kristallformen

Tafel VIII – Gewebe der Stoffwandlung, -aufnahme und -ausscheidung

Het onderzoek naar historische inventarissen en bewaard gebleven collecties bevestigt daarnaast onafhankelijk dat de latere versie van Niemann–Sternstein, Pflanzenanatomische Tafeln uit acht platen bestond.

De combinatie van beide gegevens is doorslaggevend: de bewaard gebleven exemplaren vormen Tafel I tot en met VIII en historische bronnen bevestigen een achtdelige serie.

Daarmee kan de collectie worden beschouwd als een complete achtdelige reeks van de derde druk.

Wat werd op deze platen onderwezen?

De serie laat goed zien hoe abstracte natuurwetenschappelijke kennis vóór de komst van moderne projectietechnieken aanschouwelijk werd gemaakt.

Plantenanatomie speelt zich grotendeels af op een schaal die met het blote oog niet zichtbaar is. Cellen, celwanden, vaatbundels, huidmondjes, kristallen en gespecialiseerde weefsels konden daarom niet eenvoudig met een gewone botanische afbeelding worden uitgelegd.

Niemann en Sternstein brachten microscopische structuren sterk vergroot in beeld. De leerling kon daardoor klassikaal zien wat normaal uitsluitend door een microscoop zichtbaar werd.

De platen behandelen de plant niet primair als herkenbare bloem, boom of landbouwgewas, maar als een organisme opgebouwd uit cellen en gespecialiseerde weefsels.

Daarmee vertegenwoordigen ze een belangrijke ontwikkeling binnen het natuurwetenschappelijke onderwijs rond 1900: leerlingen moesten niet alleen soorten herkennen en namen leren, maar ook inzicht krijgen in de interne bouw en levensprocessen van organismen.

Wetenschappelijke afbeelding en onderwijsontwerp

De vormgeving van de platen is volledig ondergeschikt gemaakt aan hun didactische functie.

De microscopische structuren zijn sterk vergroot en tegen een rustige achtergrond geplaatst. Verschillende kleuren maken celtypen en weefsels van elkaar onderscheidbaar. Letters en nummers verwijzen naar specifieke structuren en maakten het mogelijk dat een docent vanaf de voorzijde van het klaslokaal bepaalde onderdelen kon aanwijzen en bespreken.

De afbeeldingen zijn daarmee geen exacte fotografische reproducties van één microscopisch preparaat. Het zijn didactisch geconstrueerde wetenschappelijke tekeningen waarin de relevante anatomische kenmerken zo duidelijk mogelijk zichtbaar zijn gemaakt.

Juist deze combinatie van wetenschap, grafische vereenvoudiging en onderwijsfunctie maakt historische botanische wandplaten tegenwoordig interessant voor de geschiedenis van zowel het onderwijs als de wetenschappelijke visualisatie.

Internationale verspreiding van de serie Pflanzenanatomische Tafeln

De Pflanzenanatomische Tafeln waren niet uitsluitend binnen Duitsland in gebruik.

Tijdens het onderzoek zijn historische vermeldingen en bewaard gebleven exemplaren aangetroffen in onderwijscollecties buiten Duitsland, onder meer in Oostenrijk en Noord- en Midden-Europa.

Het schoolplatenmuseum heeft deze serie aangekocht van een Gymnasium in Nederland alwaar zij ook gebruikt zijn als leermiddel.

Dat wijst erop dat de serie deel uitmaakte van een bredere internationale markt voor Duitse wetenschappelijke leermiddelen. Duitsland speelde rond 1900 een belangrijke rol bij de productie van schoolwandplaten, anatomische modellen, kaarten en andere aanschouwelijke onderwijsmiddelen.

De aanwezigheid van Niemann–Sternstein-platen in buitenlandse scholen onderstreept dat dergelijke wandplaten niet alleen lokale Magdeburgse leermiddelen waren.

Hoe zeldzaam is een complete serie?

Ook dit vraagt om nauwkeurige formulering.

Er is geen bewijs dat de Pflanzenanatomische Tafeln oorspronkelijk in zeer kleine aantallen werden geproduceerd. De internationale verspreiding toont juist dat de serie commercieel voor scholen verkrijgbaar was.

Het begrip zeldzaam heeft tegenwoordig echter vooral betrekking op de overlevingsgraad.

Schoolwandplaten waren gebruiksvoorwerpen. Ze werden uitgerold, opgehangen, opgeborgen en gedurende vele jaren in lessen gebruikt. Bij het afstoten van oude onderwijscollecties werden reeksen bovendien regelmatig opgesplitst. Individuele platen kwamen in particuliere verzamelingen of de kunst- en antiekhandel terecht, terwijl andere verloren gingen.

Daardoor is een losse historische wandplaat iets wezenlijk anders dan een nog complete genummerde reeks.

Tijdens het onderzoek zijn wel institutioneel bewaarde Niemann–Sternstein-platen en enkele complete historische sets gevonden, maar complete achtdelige derde drukken blijken aanzienlijk moeilijker terug te vinden dan afzonderlijke platen.

Voor de museumregistratie is daarom de formulering “zeldzaam bewaard gebleven complete achtdelige serie” verantwoord.

Een sterkere bewering als “slechts enkele complete exemplaren ter wereld bekend” zou zonder systematische inventarisatie van internationale museum-, universiteits- en schoolcollecties te ver gaan.

De betekenis van de complete reeks

De betekenis van de acht platen ligt niet uitsluitend in de afzonderlijke afbeeldingen.

Doordat Tafel I tot en met VIII gezamenlijk bewaard zijn gebleven, kan de oorspronkelijke didactische opbouw van de serie worden bestudeerd. De reeks begint bij de elementaire bouwsteen van de plant — de cel — en breidt het onderwerp vervolgens uit naar celproducten, beschermende weefsels, transportstructuren, houtbouw en gespecialiseerde fysiologische weefsels.

Een losse plaat vertelt slechts een deel van dat verhaal. De complete serie laat zien hoe plantenanatomie als samenhangend leergebied aan leerlingen werd gepresenteerd.

Dat maakt de reeks relevant voor meerdere onderzoeksgebieden: de geschiedenis van de botanie, microscopie, wetenschappelijke illustratie, grafische technieken, schooluitgeverijen en het natuurwetenschappelijke onderwijs.

Voorlopige onderzoeksconclusie

Op basis van de opschriften op de acht platen en het tot dusver uitgevoerde bibliografische onderzoek kan het volgende worden vastgesteld:

Serie: Niemann–Sternstein, Pflanzenanatomische Tafeln
Omvang van deze uitgave: 8 wandplaten, Tafel I–VIII
Uitgave: 3. Auflage
Oorspronkelijke eerste uitgave: 1904
Omvang eerste uitgave: 6 platen
Auteurs/makers: Gustav Niemann en C. Sternstein
Illustraties/tekeningen: toe te schrijven aan Gustav Niemann en C. Sternstein gezamenlijk; individuele verdeling van het tekenwerk niet vastgesteld
Uitgever: Creutz'sche Verlagsbuchhandlung, Magdeburg
Grafische uitvoering: Art. Anstalt Emil Hochdanz, Stuttgart
Datering van de derde druk: eerste derde twintigste eeuw, waarschijnlijk jaren twintig; exacte datering nog onderwerp van onderzoek
Status van de onderzochte collectie: complete reeks van Tafel I tot en met VIII

De acht platen vormen daarmee niet alleen een aantrekkelijke verzameling historische botanische afbeeldingen, maar een compleet bewaard gebleven onderwijsinstrument uit een periode waarin de microscoop en de moderne plantenanatomie een steeds belangrijkere plaats in het natuurwetenschappelijke onderwijs kregen.

Onderzoek gaat verder

Hoewel de hoofdstructuur van de serie inmiddels goed kan worden gereconstrueerd, zijn nog niet alle vragen definitief beantwoord.

Vooral een oorspronkelijke catalogus van de Creutz'sche Verlagsbuchhandlung waarin de derde druk wordt aangeboden, zou waardevol zijn. Zo'n bron zou mogelijk de exacte verschijningsdatum, verkoopprijs, formaten en officiële titellijst van alle acht platen bevatten.

Ook blijft nader onderzoek gewenst naar de precieze taakverdeling tussen Gustav Niemann en C. Sternstein bij het vervaardigen van de oorspronkelijke tekeningen.

Totdat dergelijke primaire bronnen worden gevonden, maakt Schoolplatenmuseum.nl bewust onderscheid tussen wat historisch is aangetoond en wat op grond van de beschikbare gegevens waarschijnlijk is.

Juist dat voortdurende onderzoek maakt historische schoolplaten waardevolle bronnen: achter een wandplaat die ooit als alledaags hulpmiddel voor een biologieles werd gebruikt, kan een uitgebreid verhaal schuilgaan over wetenschap, onderwijs, grafische productie en de internationale verspreiding van kennis.