Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 6 – Vogels

Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 6 – Vogels
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Inge van Noortwijk-de Boer

Vogels – soorten, leefgebieden, voedsel en gedrag

Deze rijk geïllustreerde schoolplaat Vogels is nummer 6 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. De plaat werd getekend door Inge van Noortwijk-de Boer en brengt een groot aantal vogels samen in verschillende Nederlandse leefomgevingen.

De opzet is kenmerkend voor deze natuurplatenserie. De vogels zijn niet als een systematische verzameling los van hun omgeving afgebeeld. Ze worden juist zoveel mogelijk getoond in het landschap waarin ze leven en tijdens herkenbaar gedrag. Daardoor kon de plaat worden gebruikt om niet alleen naar uiterlijke kenmerken te kijken, maar ook naar leefgebied, voedsel, nestgedrag en de relatie tussen vogels en hun omgeving.

Vogels in verschillende leefgebieden

De plaat bestaat uit meerdere afzonderlijke natuurtaferelen. We zien vogels bij water, tussen oevervegetatie, in bomen en struiken en in meer open landschappen.

Door die verschillende omgevingen naast elkaar te plaatsen wordt onmiddellijk duidelijk dat vogels niet allemaal dezelfde leefwijze hebben. Sommige soorten zijn nauw verbonden met water, andere vinden hun voedsel op het land of brengen een groot deel van hun tijd door tussen bomen en struiken.

Van Noortwijk-de Boer gebruikt de achtergrond daarom niet uitsluitend als decoratie. Het leefgebied is onderdeel van de informatie.

Dat is een belangrijk kenmerk van deze plaat. Om een vogel te begrijpen moet niet alleen naar het dier zelf worden gekeken, maar ook naar de omgeving waarin het voorkomt.

 

Watervogels en vogels van de oever

Een aanzienlijk deel van de plaat is gewijd aan vogels die bij of op het water leven.

Verschillende watervogels zijn zwemmend of rustend afgebeeld. Andere vogels bevinden zich langs de waterkant of tussen de vegetatie. De combinatie van open water, oever en planten laat zien dat zelfs binnen één waterrijk gebied verschillende leefplekken bestaan.

De plaat nodigt daardoor uit tot vergelijking. Welke vogel zwemt? Welke zoekt langs de oever naar voedsel? Welke lichaamsvorm past bij het leven op het water?

Zonder uitgebreide teksten kan de afbeelding zo aanleiding geven tot een complete klassikale bespreking.

 

Roofvogels en jacht

Ook roofvogels hebben een duidelijke plaats op de schoolplaat.

Zij vertegenwoordigen een heel andere manier van leven dan bijvoorbeeld kleine zangvogels of watervogels. Hun aanwezigheid bood de onderwijzer de mogelijkheid om onderwerpen als jacht, prooidieren en voedselrelaties te bespreken.

De verschillende vogelgroepen staan daarmee niet willekeurig naast elkaar. Juist de grote verschillen in lichaamsbouw en gedrag maken duidelijk hoe uiteenlopend vogels zich aan hun leefwijze hebben aangepast.

 

Snavels vertellen iets over voedsel

Een belangrijk onderdeel van het bestuderen van vogels is de snavel.

Op de plaat zijn vogels met duidelijk verschillende snavelvormen te zien. Sommige snavels zijn lang en smal, andere korter, steviger of duidelijk aangepast aan een specifieke manier van voedsel zoeken.

Voor natuuronderwijs is dat bijzonder bruikbaar. De vorm van een snavel kan aanleiding zijn om na te denken over wat een vogel eet en hoe hij zijn voedsel bemachtigt.

Zo wordt uiterlijke vorm gekoppeld aan functie.

Dat is een terugkerend didactisch principe binnen Maarten de Jongh’s Natuurplaten: niet alleen laten zien hoe een dier eruitziet, maar de leerling laten nadenken over waarom bepaalde kenmerken nuttig zijn.

 

Nesten, eieren en jonge vogels

Op verschillende delen van de plaat is aandacht voor nesten en voortplanting.

Vogels worden niet uitsluitend als volwassen dieren weergegeven. Ook het nest en de zorg rond het broeden maken deel uit van de vogelwereld die Van Noortwijk-de Boer laat zien.

Hiermee kon tijdens de les worden gesproken over de verschillende plaatsen waar vogels nestelen en over de manier waarop vogels hun jongen grootbrengen.

Een nest is daarbij niet slechts een decoratief detail. Het maakt zichtbaar dat de levenscyclus van een vogel veel meer omvat dan het volwassen dier dat buiten het gemakkelijkst wordt waargenomen.

 

Veren en lichaamsbouw

Naast complete vogels bevat de plaat ook afzonderlijke details die betrekking hebben op de bouw van vogels.

De veren zijn daarbij vanzelfsprekend van groot belang. Ze bepalen niet alleen het uiterlijk van een vogel, maar spelen ook een rol bij vliegen en bescherming van het lichaam.

Door zulke details naast de complete dieren weer te geven, kon de onderwijzer van het algemene beeld naar een specifiek lichaamskenmerk gaan.

Dat maakt de plaat tot meer dan een verzameling fraaie vogelportretten. Het is een visueel hulpmiddel waarmee verschillende aspecten van het vogelleven met elkaar konden worden verbonden.

 

Vogels worden in hun gedrag getoond

Opvallend is hoeveel beweging er in de plaat zit.

De vogels zitten niet allemaal keurig stil alsof ze voor een determinatieboek zijn getekend. Ze zwemmen, vliegen, rusten, zoeken voedsel of bevinden zich bij hun nest.

Daardoor ontstaat een levendig beeld.

Het is ook een belangrijk verschil met oudere ornithologische schoolplaten waarop vogels vaak afzonderlijk, in een karakteristieke houding en tegen een eenvoudige achtergrond werden weergegeven.

Bij Vogels staat niet alleen soortherkenning, maar nadrukkelijk ook gedrag en leefomgeving centraal.

 

Inge van Noortwijk-de Boer als illustrator

De oorspronkelijke plaat vermeldt Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar.

Bij deze plaat komt haar vermogen om veel informatie binnen één groot beeld te organiseren bijzonder duidelijk naar voren. Zij moest een groot aantal vogels tonen zonder dat de compositie onoverzichtelijk werd.

Dat doet zij door de dieren over verschillende landschappen en kleinere scènes te verdelen.

Daarmee ontstaat een natuurlijke ordening. Vogels die bij water horen, worden in een waterrijke omgeving geplaatst; andere verschijnen in bomen, struiken of open landschap. Kleine details worden afzonderlijk weergegeven wanneer dat voor de uitleg noodzakelijk is.

Haar vogels zijn herkenbaar en natuurgetrouw weergegeven, maar de illustratie blijft duidelijk bedoeld voor onderwijs. Belangrijke kenmerken zijn voldoende zichtbaar om ook klassikaal te kunnen worden besproken.

De zachte, schilderachtige manier waarop landschappen en vegetatie zijn weergegeven zorgt tegelijkertijd voor een aantrekkelijke natuurplaat die veel minder schematisch oogt dan een wetenschappelijke determinatiekaart.

 

Een schoolplaat vol ontdekkingen

Voor een onderwijzer bood deze plaat bijzonder veel mogelijkheden.

Een les kon beginnen met een eenvoudige vraag: welke vogels kennen jullie?

Vervolgens kon naar verschillen worden gekeken. Welke vogels leven bij het water? Welke zitten in bomen? Welke hebben een opvallende snavel? Waar zien we een nest? Welke vogel jaagt op andere dieren?

Zo kon dezelfde plaat telkens opnieuw worden gebruikt, waarbij steeds een ander onderwerp centraal stond.

Voor leerlingen betekende dat dat kijken een actief onderdeel van de les werd. Niet alle informatie werd in tekst aangeboden; veel moest uit de afbeeldingen worden ontdekt.

 

Van klaslokaal naar buitenwereld

Een natuurplaat als Vogels had bovendien een duidelijke relatie met wat kinderen buiten zelf konden waarnemen.

Vogels behoren tot de dieren die vrijwel overal aanwezig zijn. Op het schoolplein, in de tuin, langs sloten, in parken en in het bos konden leerlingen soorten en gedrag uit de les opnieuw tegenkomen.

De schoolplaat kon daarom functioneren als voorbereiding op het kijken naar vogels buiten.

Omgekeerd konden waarnemingen die kinderen zelf hadden gedaan in de klas worden besproken met behulp van de grote afbeelding aan de wand.

Daarmee vormde de plaat een verbinding tussen natuuronderwijs binnen en natuurwaarneming buiten.

 

Een andere manier van vogelonderwijs

De plaat laat ook een ontwikkeling in de geschiedenis van het natuuronderwijs zien.

Bij oudere vogelplaten lag het accent vaak sterk op het herkennen en benoemen van afzonderlijke soorten. Dat element is hier nog aanwezig, maar de context is veel belangrijker geworden.

Vogels worden voorgesteld als onderdeel van een leefomgeving. Hun lichaamsbouw, voedsel, gedrag, nestplaatsen en onderlinge verschillen kunnen vanuit hetzelfde beeld worden besproken.

Daarmee verschuift de aandacht van uitsluitend “welke vogel is dit?” naar bredere vragen als “waar leeft deze vogel, wat doet hij daar en hoe is hij aan die leefwijze aangepast?”

 

Vogels als onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten

Binnen de complete serie neemt nr. 6 een belangrijke plaats in. Vogels keren immers ook op andere platen terug, bijvoorbeeld wanneer onderwerpen als vogeltrek, voedselrelaties, winter en voortplanting worden behandeld.

Op deze plaat staan de vogels zelf centraal.

Door de combinatie van vele soorten, verschillende landschappen en gedragingen ontstaat een breed overzicht van de vogelwereld zoals die voor het natuuronderwijs aanschouwelijk werd gemaakt.

Nr. 6 – Vogels, getekend door Inge van Noortwijk-de Boer en uitgegeven door De Ruiter BV te Gorinchem, is daarmee zowel een fraaie Nederlandse natuurillustratie als een document uit de geschiedenis van het onderwijs.

De plaat laat zien wat de klassieke schoolplaat zo krachtig maakte: één groot beeld aan de wand kon een complete wereld openen – in dit geval de wereld van vogels, hun leefgebieden en hun manier van leven.