Aan het hof van Karel de Grote
Kennis en onderwijs rond Karel de Grote
Aan het hof van Karel den Grooten is een historische schoolplaat uit de reeks Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis van J.W. de Jongh en H. Wagenvoort, uitgegeven door J.B. Wolters. De oorspronkelijke voorstelling werd in 1911 geschilderd door Gerard van Hove. Binnen de reeks behoort zij tot de vroege platen over de Middeleeuwen en staat zij als nummer 3 geregistreerd.
De schoolplaat toont Karel de Grote in een monumentale zaal, omringd door geestelijken, hovelingen, vrouwen, kinderen en andere aanwezigen. Boeken en een grote lessenaar nemen een opvallende plaats in.
De kunstenaar koos daarmee niet voor Karel als veldheer, maar voor een vorst in een omgeving waarin bestuur, geloof, geleerdheid en opvoeding samenkomen.
Juist die keuze bepaalt het karakter van de plaat. Karel de Grote wordt hier voorgesteld als meer dan een machtig heerser: de afbeelding sluit aan bij zijn historische betekenis voor de ontwikkeling van geleerdheid en onderwijs in het Karolingische rijk.
Karel de Grote als keizer en heerser van het Frankische Rijk
Karel de Grote, vermoedelijk geboren in 747 of 748 en overleden in 814, behoorde tot de belangrijkste Europese vorsten van de vroege Middeleeuwen. Vanaf 768 was hij koning van de Franken. Door veroveringen en politieke machtsuitbreiding bracht hij een groot deel van West- en Midden-Europa onder zijn gezag.
Op eerste kerstdag van het jaar 800 werd Karel in Rome door paus Leo III tot keizer gekroond. Zijn rijk omvatte gebieden die tegenwoordig over verschillende Europese staten zijn verdeeld.
Het bestuur van zo'n omvangrijk rijk stelde hoge eisen aan de vorst en zijn medewerkers. Schriftelijke communicatie, kerkelijk bestuur en de opleiding van geestelijken en bestuurders werden daardoor steeds belangrijker.
De schoolplaat richt zich niet op Karels militaire veroveringen. Zij plaatst hem juist in een hofomgeving waarin mensen, boeken en kennis centraal staan.
Een hofscène vol geestelijken, hovelingen, vrouwen en kinderen
Centraal in de voorstelling zit Karel de Grote op een stoel. Hij draagt een kroon en houdt een jong kind bij zich. Rond hem bevindt zich een groot gezelschap.
Links staan en zitten verschillende mannen in lange gewaden. Een deel van hen heeft het uiterlijk van geestelijken of geleerden. Direct naast Karel staat een man achter een verhoogde lessenaar waarop een groot opengeslagen boek ligt.
Rechts van de vorst staan enkele rijk geklede mannen en vrouwen. Op de voorgrond zitten twee kinderen op de vloer. Verder naar rechts liggen meerdere boeken op een zware tafel of lessenaar.
De kunstenaar heeft zo verschillende generaties en maatschappelijke groepen in één ruimte samengebracht. Het is geen plechtige troonscène waarin iedereen strak rond de vorst staat opgesteld. Er ontstaat eerder de indruk van een bijeenkomst waarin wordt geluisterd, gelezen en gesproken.
Boeken en een lessenaar als sleutel tot de voorstelling
Een van de meest opvallende details is de grote lessenaar direct links van Karel de Grote. Daarop ligt een opengeslagen boek. Ook rechts in de voorstelling zijn boeken nadrukkelijk aanwezig.
Deze voorwerpen zijn inhoudelijk belangrijk. Zij maken duidelijk dat de scène niet uitsluitend over koninklijke macht gaat. Schrift, lezen en kennis vormen een tweede hoofdthema.
In de tijd van Karel de Grote waren boeken kostbare handgeschreven voorwerpen. Teksten werden in kloosters en andere religieuze centra gekopieerd. Geestelijken behoorden tot de relatief kleine groepen binnen de samenleving die konden lezen en schrijven.
Voor leerlingen die naar deze schoolplaat keken, boden de boeken daardoor een direct zichtbaar aanknopingspunt voor een verhaal over geleerdheid in de vroege Middeleeuwen.
De Karolingische renaissance en de hernieuwde aandacht voor geleerdheid
De culturele ontwikkeling tijdens het bewind van Karel de Grote wordt tegenwoordig aangeduid als de Karolingische renaissance. Daarmee wordt een periode van vernieuwde aandacht voor onderwijs, schriftcultuur, religieuze teksten en geleerdheid bedoeld.
Karel liet zich omringen door geleerden uit verschillende delen van Europa. Aan zijn hof ontstond een intellectuele omgeving waarin teksten werden bestudeerd en waarin werd gewerkt aan verbetering van onderwijs en schriftelijke kennisoverdracht.
Een van de bekendste geleerden die aan Karels hof verbonden waren, was Alcuinus van York. Hij kwam uit Engeland en speelde een belangrijke rol in de intellectuele en onderwijskundige hervormingen binnen het rijk.
Dat betekent echter niet dat iedere afzonderlijke geleerde op de schoolplaat zonder nadere bron als Alcuinus kan worden aangewezen. De voorstelling verbeeldt vooral het bredere idee van een vorst die zich met geestelijken en geleerden omringt.
Onderwijs als onderdeel van bestuur en kerk
Onderwijs in de Karolingische tijd moet niet worden vergeleken met het moderne openbare onderwijs. De kerk en vooral kloosters en bisschoppelijke centra speelden een belangrijke rol bij het bewaren, kopiëren en doorgeven van geschreven kennis.
Karel de Grote streefde naar beter opgeleide geestelijken en bestuurders. Correct lezen en schrijven waren belangrijk voor kerkelijke teksten, bestuurlijke documenten en de organisatie van zijn rijk.
In dat kader werd ook aandacht besteed aan scholen bij religieuze instellingen. De hervormingen waren vooral gericht op de groepen die voor kerk en bestuur geletterd moesten zijn en vormden geen algemeen schoolsysteem zoals we dat tegenwoordig kennen.
De kinderen op de voorgrond van de schoolplaat versterken visueel de verbinding met opvoeding en kennisoverdracht. Wat hun precieze identiteit binnen het tafereel is, kan op basis van de afbeelding alleen niet met zekerheid worden vastgesteld.
De Karolingische minuskel maakte teksten beter leesbaar
De Karolingische periode is ook belangrijk voor de ontwikkeling van het schrift. In scriptoria werden handschriften gekopieerd en ontstond een duidelijker en regelmatiger schrift dat bekendstaat als de Karolingische minuskel.
Dit schrift maakte letters beter van elkaar te onderscheiden en droeg bij aan een meer uniforme schrijfwijze. Daardoor konden teksten gemakkelijker worden gelezen en gekopieerd.
De betekenis daarvan reikt verder dan de tijd van Karel de Grote. Middeleeuwse kopiisten hebben door het overschrijven van oudere werken bijgedragen aan het bewaren van teksten uit de klassieke oudheid.
De boeken die Van Hove zo nadrukkelijk in de voorstelling plaatste, kunnen daarom worden gezien als passende beeldmiddelen om de culturele en intellectuele betekenis van Karels tijd zichtbaar te maken.
Gerard van Hove baseerde de voorstelling op Charles Rochussen
De oorspronkelijke Wolters-plaat Aan het hof van Karel den Grooten werd in 1911 geschilderd door Gerard van Hove. Onderwijshistorische documentatie vermeldt dat Van Hove zijn voorstelling baseerde op een eerdere houtskoolschets van Charles Rochussen met hetzelfde onderwerp.
Dat gegeven is belangrijk voor de ontstaansgeschiedenis van deze schoolplaat. De compositie ontstond niet volledig los van eerdere negentiende-eeuwse historische beeldvorming, maar bouwde voort op een bestaande voorstelling van Karels hof.
Van Hove vertaalde het onderwerp naar het grote, gekleurde formaat dat voor een schoolwandplaat nodig was. De vele figuren zijn in groepen verdeeld, terwijl Karel door zijn centrale plaats, kroon en kleding onmiddellijk de aandacht trekt.
Tegelijkertijd zorgen de boeken, lessenaar en kinderen ervoor dat het oog niet alleen bij de keizer blijft. De blik wordt door verschillende details verder door de zaal geleid.
Een geïdealiseerde voorstelling van een vroegmiddeleeuws hof
De schoolplaat moet niet worden opgevat als een letterlijk verslag van één historische bijeenkomst. Zij is een artistieke reconstructie die eeuwen na de tijd van Karel de Grote werd vervaardigd.
Van Hove moest een ingewikkeld historisch onderwerp begrijpelijk maken in één beeld. Daarom bracht hij verschillende elementen samen die met Karels hof, kerk, geleerdheid en onderwijs konden worden verbonden.
De monumentale architectuur, rijke kleding en ordelijke samenkomst dragen bij aan een waardige en geïdealiseerde voorstelling. Zo'n beeld zegt daardoor niet alleen iets over de vroege Middeleeuwen, maar ook over de manier waarop men aan het begin van de twintigste eeuw dat verleden voor schoolkinderen wilde verbeelden.
Voor het museum is juist die dubbele laag belangrijk. De voorstelling is geen rechtstreeks beelddocument uit Karels eigen tijd, maar een historische interpretatie uit een veel latere onderwijscontext.
Nummer 3 van Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Aan het hof van Karel den Grooten maakte deel uit van de omvangrijke reeks Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis van J.W. de Jongh en H. Wagenvoort. De reeks begon vanaf 1911 te verschijnen en werd door J.B. Wolters uitgegeven.
Binnen de reeks kreeg deze voorstelling nummer 3. Daarmee volgde zij op platen over de Romeinse tijd en de prediking van Ludger en kwam Karel de Grote vroeg in de chronologisch opgebouwde geschiedenisreeks aan bod. CollectieRuil
Bij de plaat bestonden ook toelichtende teksten. Een uitgave van H. Wagenvoort over Aan het Hof van Karel den Grooten verscheen in 1922. Voor het katholieke onderwijs verscheen in 1927 een afzonderlijke toelichting van J.H. Werkman. Theses
Dat onderstreept dat de afbeelding niet als losstaande wanddecoratie was ontworpen. Zij maakte deel uit van een samenhangend onderwijsmiddel waarin afbeelding en geschreven toelichting elkaar aanvulden.
Wat leerlingen op de schoolplaat konden ontdekken
De voorstelling bood veel mogelijkheden voor klassikale waarneming. Leerlingen konden eerst Karel de Grote herkennen en vervolgens bekijken wie zich rondom hem bevond.
De grote hoeveelheid zichtbare details maakte gerichte vragen mogelijk. Wie draagt geestelijke kleding? Waar liggen de boeken? Wie staat bij de lessenaar? Welke kinderen zijn aanwezig? Hoe ziet de zaal eruit? Waar bevindt de vorst zich ten opzichte van de andere personen?
Vanuit zulke waarnemingen konden onderwerpen als bestuur, kerk, geleerdheid, boeken en onderwijs worden besproken.
De schoolplaat maakte daarmee een periode die voor leerlingen ver van hun eigen leefwereld verwijderd was visueel toegankelijk. Niet alleen een jaartal of naam stond centraal, maar een compleet tafereel waarin personen, kleding, architectuur en voorwerpen gezamenlijk een verhaal vertelden.
Van Hove tegenover de latere versie van Cornelis Jetses
De voorstelling van Gerard van Hove bleef niet de enige Wolters-schoolplaat over dit onderwerp. In 1941 kreeg Cornelis Jetses van de uitgever opdracht een nieuwe versie te maken. Deze latere plaat verscheen als Aan het hof van Karel de Grote.
Voor de identificatie van oude schoolplaten is dat onderscheid belangrijk. De hier besproken voorstelling is de oudere versie van Gerard van Hove, met de historische titel Aan het hof van Karel den Grooten.
De twee platen behandelen hetzelfde hoofdonderwerp, maar zijn verschillende kunstwerken uit verschillende fasen van de reeks. Daardoor bieden ze samen een interessante mogelijkheid om te onderzoeken hoe één historisch thema binnen het schoolplatenonderwijs opnieuw kon worden vormgegeven.
Ook de veranderde titelspelling – Karel den Grooten tegenover het modernere Karel de Grote – helpt om beide voorstellingen van elkaar te onderscheiden.
Een schoolplaat over macht, boeken en kennisoverdracht
Aan het hof van Karel den Grooten onderscheidt zich doordat Karel niet wordt afgebeeld tijdens een veldslag, verovering of kroning. Hij zit midden tussen mensen en voorwerpen die verwijzen naar hofleven, kerk en geleerdheid.
Daardoor vertellen juist de rustigste elementen van de voorstelling het belangrijkste verhaal. Het opengeslagen boek, de lessenaar, de geestelijken en de aanwezige kinderen maken zichtbaar welke betekenis de makers aan Karels culturele rol wilden geven.
Voor een hedendaags museum is de plaat daarom meer dan een illustratie van Karel de Grote. Zij documenteert eveneens hoe aan het begin van de twintigste eeuw een beeld werd gevormd van de vroege Middeleeuwen en hoe dat beeld via grote wandplaten aan Nederlandse schoolkinderen werd doorgegeven.
De plaat verbindt zo drie tijdlagen: de wereld van Karel de Grote rond het jaar 800, de historische interpretatie van Gerard van Hove uit 1911 en het klaslokaal waarin latere generaties leerlingen met deze voorstelling naar de Middeleeuwen keken.
Een andere uitvoering van dezelfde schoolplaat
Dit exemplaar van Aan het Hof van Karel den Grooten toont dezelfde voorstelling van Gerard van Hove als het andere exemplaar in de collectie van het Schoolplatenmuseum. De compositie en de afgebeelde personen zijn gelijk, maar de reproductie verschilt zichtbaar.
Bij deze uitvoering zijn de contourlijnen van personen, kleding en architectuur duidelijk sterker aangezet. De kleuren zijn contrastrijker en plaatselijk vlakker weergegeven, waardoor de voorstelling een meer grafisch karakter heeft. Bij het andere exemplaar zijn de overgangen zachter en is de weergave schilderachtiger. Ook de vormgeving van de ondermarge en de uitvoering van de drager verschillen.
Deze verschillen wijzen erop dat het niet om twee verschillende voorstellingen gaat, maar om verschillende uitgaven of reproductie-uitvoeringen van dezelfde oorspronkelijke schoolplaat.
Schoolplaten die langere tijd in het fonds van een uitgever bleven, konden opnieuw worden gedrukt, waarbij druktechniek, kleurweergave, drager en afwerking konden veranderen.
Op basis van alleen de voorzijde kan nog niet met zekerheid worden vastgesteld welke uitvoering het oudst is en uit welke jaren beide exemplaren precies dateren. De twee platen zijn juist samen interessant, omdat ze laten zien dat één schoolplaat in verschillende fysieke en grafische uitvoeringen kon voorkomen.
WIlt u zelf deze schoolplaat aan de muur hebben hangen? Kijk dan in onze museumshop voor 2 exemplaren:
Aan het hof van Karel den Grooten
Aan het Hof van Karel den Grooten
Bronnen
J.B. Wolters – Nederlandsche Schoolplaten – fondscatalogus, 1927.
1922 - Wagenvoort – Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis. Aan het Hof van Karel den Grooten – J.B. Wolters, 1922.
J.H. Werkman – Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis. Aan het Hof van Karel den Grooten – J.B. Wolters, 1927.
Rudolf Geel – De functie van schoolplaten in het lager onderwijs – Literatuur Zonder Leeftijd, 1992.
#AanHetHofVanKarelDenGrooten #KarelDeGrote #GerardVanHove #KarolingischeRenaissance #KarolingischeTijd #FrankischeRijk #SchoolplatenVoorDeVaderlandscheGeschiedenis #JBWolters #HistorischeSchoolplaat #Geschiedenisonderwijs