Bijplaat Aan de rivier

De verborgen bouw van dieren langs de rivier

Op het eerste gezicht lijkt deze schoolplaat heel anders dan de kleurrijke natuurtaferelen van M.A. Koekkoek. Geen kronkelende rivier, geen rietkragen en geen dieren die in een landschap hun dagelijkse leven leiden. In plaats daarvan zien we een poot, schedels en gebitten, een groot inwendig orgaan, een doorsnede van huid en een been met gewrichten.

Dat verschil is bewust.

De Bijplaat: Aan de Rivier behoort bij de hoofdplaat Aan de rivier uit de serie Dieren in hun omgeving – Eerste serie: In ons land, samengesteld door L. Dorsman Czn., K.M. Knip en A. Mellink en uitgegeven door J.B. Wolters. Aan de rivier is nummer 10 van de Nederlandse serie.

Waar de hoofdplaat dieren in hun natuurlijke leefomgeving toont, brengt deze bijplaat de biologieles een stap verder. De leerling mocht nu letterlijk onder de huid kijken.

Van landschap naar anatomie

De hoofdplaat Aan de rivier toont een geïdealiseerd Nederlands rivierlandschap. Een otter heeft er een vis gevangen en verschillende andere dieren bevolken water en oevers. De oorspronkelijke aquarel werd gemaakt door Marinus Adrianus Koekkoek (1873–1944). Een exemplaar van de hoofdplaat bevindt zich onder meer in de collectie van Centre Céramique in Maastricht.

De bijplaat heeft een andere functie.

Hier worden enkele dieren van de hoofdplaat uit hun landschap gehaald en anatomisch onderzocht. Museumregistraties bevestigen dat bij de bijplaat van Aan de rivier onder andere delen van een otter en runderen zijn weergegeven.

Het resultaat is bijna een kleine anatomische atlas voor aan de wand.

De otter als rivierbewoner

Linksboven valt onmiddellijk een behaarde otterpoot op.

Tussen de tenen bevinden zich zwemvliezen. Voor een dier dat een groot deel van zijn voedsel in en rond het water zoekt, is dat een belangrijke aanpassing. De brede voet kan tijdens het zwemmen als een soort peddel functioneren.

Naast de poot zijn delen van het gebit en een grote schedel van de otter weergegeven.

De lange schedel en vooral de scherpe tanden verraden dat we met een roofdier te maken hebben. De hoektanden zijn geschikt om een prooi vast te grijpen, terwijl de achterste tanden voedsel kunnen snijden en verwerken.

Op de hoofdplaat zien leerlingen wat de otter doet; op de bijplaat ontdekken ze waarom zijn lichaam daarvoor zo geschikt is.

Tanden vertellen wat een dier eet

De verschillende afbeeldingen van schedels, kaken en tanden waren bijzonder geschikt voor klassikaal onderwijs.

Een onderwijzer kon aan de hand daarvan uitleggen dat het gebit van een dier samenhangt met zijn voedsel.

Een vleeseter heeft immers andere tanden nodig dan een planteneter. Bij een roofdier zijn scherpe hoektanden en snijdende kiezen belangrijk, terwijl grazende dieren juist grote maalvlakken nodig hebben om taai plantaardig voedsel fijn te krijgen.

Daarmee behandelde de plaat een van de centrale ideeën van de dierkunde:

vorm en functie horen bij elkaar.

Aan de vorm van een lichaamsdeel kun je vaak aflezen hoe een dier leeft.

De ingewikkelde maag van een herkauwer

De grootste en meest opvallende afbeelding bevindt zich midden op de plaat.

Hier zien we het maagstelsel van een herkauwer.

Wat bij de otter vooral draait om het vangen en verwerken van dierlijk voedsel, vraagt het eten van gras om een heel andere oplossing. Plantaardig materiaal is moeilijk verteerbaar. Herkauwers beschikken daarom over een sterk gespecialiseerd spijsverteringsstelsel.

De verschillende maagafdelingen zijn op de plaat geopend en deels in doorsnede weergegeven. Daardoor konden leerlingen zien dat wat aan de buitenzijde één groot orgaan lijkt, van binnen uit verschillende ruimten bestaat.

Voedsel wordt eerst grof verwerkt, later opnieuw naar de bek gebracht en herkauwd, en vervolgens verder verteerd.

Voor een kind dat dagelijks koeien in de wei zag staan, maakte zo'n wandplaat zichtbaar wat zich tijdens dat rustige grazen binnen in het dier afspeelde.

Van hoef tot gewricht

Rechts op de plaat is een langgerekte anatomische voorstelling van een onderbeen en hoef te zien.

De afbeelding laat niet alleen de buitenvorm zien, maar ook de ligging van botten en gewrichten.

Dat was didactisch bijzonder waardevol. Een hoef lijkt van buiten één stevig geheel, maar daarachter bevindt zich een ingewikkelde constructie die het gewicht van het dier moet dragen en tegelijkertijd beweging mogelijk maakt.

Bovenaan staat bovendien een afzonderlijke afbeelding van een deel van de voet. Door zulke details naast elkaar te plaatsen kon de onderwijzer steeds verder inzoomen: van het complete dier naar het been, van het been naar het gewricht en uiteindelijk naar afzonderlijke botdelen.

Een doorsnede door huid en weefsel

Linksonder bevindt zich een opvallende gekleurde doorsnede.

Hier wordt de buitenkant van een dier als het ware opengesneden om te laten zien dat onder huid en beharing verschillende lagen en structuren verborgen liggen.

Voor leerlingen was zo'n voorstelling moeilijk op een andere manier te bekijken. Een levende otter kon vanzelfsprekend niet worden onderzocht en zelfs bij een preparaat zouden kleine anatomische bijzonderheden voor een hele klas nauwelijks zichtbaar zijn.

De schoolplaat vergrootte daarom wat in werkelijkheid klein, verborgen of moeilijk toegankelijk was.

Kijken, vergelijken en begrijpen

Juist in die combinatie ligt de kracht van deze bijplaat.

De afbeeldingen zijn niet bedoeld als een verzameling losse anatomische curiositeiten. De leerling moest verbanden leren leggen.

Waarom heeft een otter zulke voeten?
Waarom bezit een roofdier scherpe tanden?
Waarom heeft een herkauwer zo'n ingewikkeld maagstelsel?
Hoe is een hoef van binnen opgebouwd?

Steeds leidt de uiterlijke vorm terug naar de levenswijze van het dier.

Dat sluit precies aan bij het uitgangspunt van de serie Dieren in hun omgeving: dieren werden niet uitsluitend als afzonderlijke soorten behandeld, maar in samenhang met hun leefgebied, voedsel en manier van bewegen.

Hoofdplaat en bijplaat vormden samen één les

Voor een goed begrip van deze wandplaat moeten we ons voorstellen dat zij niet op zichzelf stond.

De hoofdplaat Aan de rivier bracht eerst het landschap het klaslokaal binnen. Daar zagen kinderen de rivier en de dieren die er leefden. De bijplaat kon vervolgens worden gebruikt om enkele van die dieren nader te onderzoeken.

Een bewaard gebleven schoolplaat in een Nederlandse museumcollectie laat zelfs zien hoe praktisch die combinatie werd uitgevoerd: bij een dubbelzijdige plaat bevindt zich Op de heide aan de voorzijde en Bijplaat Aan de rivier aan de achterzijde.

Zo kon hetzelfde fysieke leermiddel meerdere lessen ondersteunen.

Onderwijs zonder film of digitaal schoolbord

Voor moderne ogen lijken anatomische afbeeldingen vanzelfsprekend. We beschikken over video's, digitale 3D-modellen, microscopen en interactieve animaties.

In het klaslokaal van vroeger bestonden die mogelijkheden niet.

Een grote wandplaat moest daarom in één oogopslag duidelijk genoeg zijn voor tientallen leerlingen. Kleine onderdelen werden vergroot, verschillende aanzichten naast elkaar geplaatst en doorsneden met kleur verduidelijkt.

De bijplaat fungeerde daardoor als een soort collectief anatomieboek aan de muur.

De leraar wees een onderdeel aan en vertelde; de klas keek mee.

Een andere kant van de beroemde natuurserie

De hoofdplaten van Dieren in hun omgeving zijn tegenwoordig vooral geliefd vanwege hun sfeervolle landschappen en de schilderkunst van M.A. Koekkoek. De bijplaten laten een minder bekende, maar onderwijshistorisch minstens zo interessante kant van dezelfde leermethode zien.

Hier stond niet schoonheid maar verklaring centraal.

Toch hebben ook deze platen een eigen esthetiek. De zorgvuldig getekende botten, organen en doorsneden, de zachte kleuren en de heldere ordening geven de plaat het karakter van een vroeg-twintigste-eeuwse natuurwetenschappelijke illustratie.

Daarmee bevindt zij zich precies op het snijvlak van wetenschap, onderwijs en grafische kunst.

Uitgave

Titel: Bijplaat: Aan de Rivier
Behorend bij: Aan de rivier
Serie: Dieren in hun omgeving – Eerste serie: In ons land
Nummer hoofdplaat: 10
Samenstellers: L. Dorsman Czn., K.M. Knip en A. Mellink
Illustrator hoofdplaat: M.A. Koekkoek
Uitgever: J.B. Wolters' Uitgevers-Maatschappij N.V.
Onderwerp bijplaat: anatomische bijzonderheden van dieren uit de lessen rond het riviermilieu, waaronder otter en rund
Datering van dit exemplaar: nader vast te stellen aan de hand van de volledige uitgeversvermelding en eventuele gegevens op de achterzijde

De Bijplaat: Aan de Rivier laat prachtig zien hoe grondig het natuuronderwijs met schoolplaten kon zijn. Eerst ontmoette de leerling het dier in zijn landschap; daarna werd onderzocht hoe datzelfde dier van binnen gebouwd was.

De zwemvoet van de otter, zijn schedel en tanden, het ingewikkelde spijsverteringsstelsel van een herkauwer en de bouw van been en hoef maakten zichtbaar dat ieder lichaamsdeel een functie heeft.

Waar de hoofdplaat liet zien waar dieren leven, hielp deze bijplaat begrijpen hóé zij daar kunnen leven.

Dat maakt Bijplaat: Aan de Rivier niet alleen tot een fraaie historische schoolplaat, maar ook tot een tastbaar overblijfsel van een onderwijsmethode waarin kijken, vergelijken en verwondering de basis vormden van de biologieles.

Deze plaat aanschaffen? Kijk dan in onze museumshop op schoolplaten van M.A. Koekkoek