Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 8 – Akkerbouwgewassen
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 8 – Akkerbouwgewassen
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Henk Wittenberg
Akkerbouwgewassen – van het gewas op het land tot het product
Deze schoolplaat Akkerbouwgewassen is nummer 8 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. De plaat werd getekend door Henk Wittenberg en behandelt verschillende landbouwgewassen en hun betekenis voor mens en dier.
De plaat wijkt qua onderwerp enigszins af van de voorafgaande natuurplaten over bijvoorbeeld vogels, bomen en zoogdieren. Hier staat niet de wilde natuur centraal, maar het door de mens gebruikte en ingerichte landschap.
Gewassen worden geteeld, geoogst en verwerkt. Daarmee vormt de plaat een verbinding tussen plantkunde, landbouw en dagelijkse voedingsmiddelen. Henk Wittenberg heeft het onderwerp niet weergegeven als een eenvoudige verzameling landbouwplanten. De plaat bestaat uit verschillende scènes en detailvoorstellingen waarin gewassen, landbouwactiviteiten en producten met elkaar in verband worden gebracht.
Graan als belangrijk landbouwgewas
Graan neemt op de plaat een opvallende plaats in. Verschillende graanhalmen en aren zijn duidelijk afgebeeld, waardoor verschillen in uiterlijk kunnen worden bekeken.
Daarbij blijft het niet bij de plant op het veld. Andere afbeeldingen laten zien dat het geoogste graan verder wordt verwerkt.
Een van de meest herkenbare scènes toont bijvoorbeeld brood en andere producten naast graan. Daarmee wordt voor de leerling een directe verbinding gelegd tussen de plant op de akker en voedsel dat dagelijks op tafel verschijnt.
Dit is didactisch belangrijk. Een kind kent brood uit het dagelijks leven, maar de relatie tussen een graanplant op het land en het uiteindelijke voedingsmiddel is veel minder vanzelfsprekend.
De schoolplaat maakt die verbinding zichtbaar.
Aardappelen – boven en onder de grond
Ook de aardappel is duidelijk op de plaat vertegenwoordigd.
Wittenberg gebruikt hier een bijzonder geschikt educatief beeldmiddel: hij laat tegelijkertijd zien wat zich boven én onder het bodemoppervlak bevindt.
Boven de grond zien we het groene gedeelte van de aardappelplant. Onder de grond zijn de aardappelen zichtbaar. In werkelijkheid kan een leerling deze twee delen van een groeiende plant niet op deze manier tegelijkertijd bekijken zonder de plant uit de grond te halen.
De illustratie maakt het verborgen deel van het gewas zichtbaar en verduidelijkt daarmee waar het geoogste product zich tijdens de groei bevindt.
Suikerbieten en suiker
Een ander duidelijk onderdeel van de plaat behandelt de suikerbiet.
De plant wordt afgebeeld naast producten die met suiker samenhangen. Daarmee wordt opnieuw hetzelfde didactische principe toegepast: eerst het landbouwgewas en vervolgens het product dat de leerling uit het dagelijks leven kent.
Voor kinderen kon zo duidelijk worden dat suiker niet simpelweg als eindproduct bestaat, maar afkomstig kan zijn van een geteeld gewas dat op het land wordt verbouwd en vervolgens moet worden verwerkt.
De relatie tussen akker – oogst – verwerking – voedingsmiddel loopt als een rode draad door de plaat.
Peulvruchten en andere gewassen
Verspreid over de schoolplaat zijn daarnaast verschillende andere geteelde planten zichtbaar.
Onder meer peulen en zaden krijgen aandacht. De planten worden deels als complete gewassen en deels in detail weergegeven, zodat herkenbare kenmerken goed zichtbaar zijn.
Daarmee kon tijdens de les worden besproken welk gedeelte van een plant door mensen wordt gebruikt. Bij het ene gewas is dat een ondergronds deel, bij het andere zijn het zaden of andere delen van de plant.
De plaat maakt zo duidelijk dat het begrip akkerbouwgewas een zeer uiteenlopende groep planten omvat.
Koolzaad en olie
Op de plaat is ook een geel bloeiend landbouwgewas weergegeven, gekoppeld aan een voorstelling van olie.
Hier wordt opnieuw zichtbaar hoe Wittenberg de herkomst van een product probeert te verbinden met een plant.
Voor het onderwijs is dat een waardevolle aanpak. Producten die in een keuken, winkel of huishouden vanzelfsprekend lijken, krijgen op deze manier een biologische en agrarische oorsprong.
Het eindproduct wordt teruggebracht naar het gewas waaruit het afkomstig is.
De akker als productielandschap
Een groot landschap onderaan de plaat toont landbouwgrond met verschillende percelen en gewassen.
Deze voorstelling plaatst de afzonderlijke details in een groter verband. De gewassen die elders op de plaat afzonderlijk worden bekeken, maken in werkelijkheid deel uit van een ingericht agrarisch landschap.
De rechte akkers, verschillende gewassen en landbouwactiviteiten laten zien dat dit landschap mede door menselijke keuzes wordt gevormd.
Daarmee is Akkerbouwgewassen niet uitsluitend een botanische plaat. Het is tegelijkertijd een voorstelling van landgebruik en voedselproductie.
Landbouw en dieren
Op de plaat zijn naast planten en landbouwproducten ook dieren zichtbaar.
Dat is niet toevallig binnen een serie die voortdurend verbanden tussen verschillende onderdelen van natuur en omgeving laat zien. Het agrarische landschap bestaat immers niet alleen uit het geteelde gewas.
Door dieren binnen dezelfde voorstelling op te nemen, blijft de plaat verbonden met het bredere natuuronderwijs van de serie.
De akker wordt zo niet voorgesteld als een geïsoleerde productieruimte, maar als een landschap waarin planten, dieren en menselijke activiteiten naast elkaar voorkomen.
Van plant naar dagelijks leven
Een van de sterkste eigenschappen van deze schoolplaat is de voortdurende verbinding tussen herkomst en eindproduct.
Graan wordt verbonden met brood. Een suikerhoudend landbouwgewas wordt gekoppeld aan suiker. Andere gewassen worden in verband gebracht met producten waarvoor zij worden gebruikt.
Voor een leerling wordt daarmee iets zichtbaar wat tegenwoordig nog steeds een belangrijk onderwerp binnen natuur- en voedselonderwijs is: waar komt ons voedsel vandaan?
De schoolplaat laat zien dat veel alledaagse producten hun oorsprong hebben in planten die op landbouwgrond worden geteeld.
Henk Wittenberg als illustrator
Onderaan de oorspronkelijke plaat staat Henk Wittenberg als tekenaar vermeld.
Bij Akkerbouwgewassen is goed te zien hoe hij natuurillustratie gebruikt om een complex onderwerp toegankelijk te maken. Hij kiest niet voor één groot landbouwtafereel, maar combineert verschillende soorten afbeeldingen.
We zien landschappen, afzonderlijke planten, ondergrondse plantendelen en herkenbare producten.
Daardoor kan Wittenberg binnen één plaat verschillende stappen van een verhaal laten zien. Hij kan beginnen bij een gewas op het land en eindigen bij een product dat een leerling uit het dagelijks leven kent.
Zijn tekenstijl blijft daarbij helder en toegankelijk. De planten zijn voldoende natuurgetrouw om herkenbaar te zijn, terwijl de compositie vooral is ingericht op het overbrengen van informatie.
Dit maakt Wittenberg niet alleen tot illustrator van landbouwplanten, maar tot de vormgever van een complete visuele les.
Een plaat die natuur en maatschappij verbindt
Akkerbouwgewassen neemt binnen Maarten de Jongh’s Natuurplaten een interessante positie in.
Bij platen over vogels, insecten of zoogdieren ligt de nadruk sterk op dieren en hun natuurlijke leefomgeving. Hier wordt duidelijk dat de mens eveneens onderdeel is van het verhaal.
Mensen selecteren planten, verbouwen ze op akkers, oogsten ze en verwerken ze tot producten.
Daarmee verbindt de plaat biologie met landbouw en voedselvoorziening.
De leerling kijkt niet alleen naar een plant als levend organisme, maar ook naar de betekenis die die plant voor de menselijke samenleving heeft.
Een document van Nederlands landbouwonderwijs
Voor het hedendaagse Schoolplatenmuseum heeft de plaat daarom een bredere historische betekenis.
Nederland heeft een lange landbouwtraditie en veel kinderen groeiden op in een omgeving waarin akkers en landbouwgewassen vertrouwde onderdelen van het landschap waren. Toch was kennis over de herkomst en verwerking van producten een onderwerp dat ook in het klaslokaal systematisch kon worden behandeld.
Deze schoolplaat laat zien hoe dat gebeurde: niet met lange teksten, maar door beelden naast elkaar te plaatsen en verbanden zichtbaar te maken.
Een aardappelplant met aardappelen onder de grond, graan naast brood en een landbouwlandschap vol gewassen vertellen gezamenlijk het verhaal.
Nr. 8 – Akkerbouwgewassen, getekend door Henk Wittenberg en uitgegeven door De Ruiter BV te Gorinchem, is daarmee een fraai voorbeeld van Nederlandse educatieve illustratie.
De plaat laat zien dat natuuronderwijs niet ophoudt bij wilde planten en dieren. Ook het voedsel op ons bord begint in de natuur – in dit geval op de Nederlandse akker.