Vrouwen- en Kinderarbeid rond 1900

Een blik op het dagelijks leven rond 1900

Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 is een Nederlandse schoolwandplaat uit 1981 die leerlingen liet kennismaken met een geschiedenis die op oudere schoolplaten vaak veel minder zichtbaar was: die van vrouwen, kinderen en het dagelijks bestaan. Niet koningen, veldslagen of staatslieden staan centraal, maar arbeid, gezin, opvoeding en maatschappelijke ongelijkheid.

De plaat bestaat uit verschillende taferelen. We zien onder meer vrouwen bij huishoudelijk werk, een vrouw achter een naaimachine, kinderen in een arm gezin en een contrasterende scène waarin beter geklede vrouwen en een kind aan tafel zitten. Korte teksten bij twee voorstellingen versterken het verhalende karakter.

De wandplaat werd uitgegeven door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en hoorde bij een onderwijsproject waarin de geschiedenis van vrouwen nadrukkelijker een plaats kreeg. Bij de plaat verscheen in 1981 een gelijknamig tekstboekje van Ilja Mottier.

 

Een schoolplaat uit het emancipatiebeleid van de jaren tachtig

De ontstaansgeschiedenis maakt deze plaat bijzonder. Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 was niet zomaar een algemene geschiedenisplaat, maar maakte deel uit van een overheidsproject rond vrouwen en emancipatie in het onderwijs.

Er werden drie wandplaten met begeleidende tekstboekjes ontwikkeld. Naast Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 waren dat een plaat over Aletta Jacobs en een plaat over vrouwen in het verzet van 1940–1945. De wandplaten waren bestemd voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs en werden ook in de volwasseneneducatie gebruikt.

Daarmee weerspiegelt de plaat niet alleen de samenleving rond 1900. Zij vertelt óók iets over Nederland rond 1980. In die periode ontstond meer aandacht voor de vraag welke groepen in schoolboeken en geschiedenislessen wel of juist nauwelijks zichtbaar waren.

Vrouwengeschiedenis kreeg hierdoor nadrukkelijker een plaats naast de traditioneel sterk politiek en militair georiënteerde geschiedschrijving.

 

Verschillende levens van vrouwen en kinderen in één beeld

De plaat is opgezet als een beeldverhaal. In plaats van één groot historisch tafereel zijn meerdere scènes samengebracht.

Linksboven bevindt zich een eenvoudig interieur. Een vrouw staat tussen verschillende kinderen; een jongen zit op een stoel terwijl een klein kind zich aan de vrouw vastklampt. Wasgoed hangt in de ruimte en op de achtergrond is een bed zichtbaar. Het geheel suggereert een huishouden waarin wonen, slapen, verzorgen en werken dicht bij elkaar plaatsvinden.

In het midden is een vrouw achter een naaimachine afgebeeld. Rechtsonder verandert het decor sterk. Daar zitten verzorgd geklede vrouwen en een meisje in een rijker interieur aan een gedekte tafel. In een kleinere voorstelling erboven is een vrouw bezig met huishoudelijk werk.

Door zulke beelden naast elkaar te plaatsen kon een leerling verschillen in leefomgeving, kleding, werk en maatschappelijke positie vergelijken.

 

Vrouwenarbeid was veel meer dan fabrieksarbeid

Wie aan arbeid rond 1900 denkt, ziet al snel rokende fabrieksschoorstenen en grote werkplaatsen voor zich. Voor vrouwen was de werkelijkheid veel gevarieerder.

Vrouwen werkten onder meer in fabrieken, ateliers, winkels, landbouw, huishoudelijke dienst en de kledingnijverheid. Daarnaast kon betaald werk thuis worden verricht. Tegelijkertijd bleven de zorg voor kinderen en het huishouden in sterke mate op vrouwen rusten.

Juist die combinatie is belangrijk voor het begrijpen van de plaat. Arbeid wordt hier niet alleen als werk buitenshuis voorgesteld. Koken, wassen, schoonmaken, verzorgen en naaien maken eveneens deel uit van de getoonde vrouwenwereld.

Voor veel vrouwen uit arbeidersgezinnen bestond daardoor geen scherpe scheiding tussen werkplek en woning of tussen betaalde arbeid en huishoudelijke taken.

 

De naaimachine als symbool van vrouwenwerk

De afbeelding van de vrouw achter de naaimachine vormt een opvallend onderdeel van de plaat.

Naaiwerk was een van de werkzaamheden waarmee vrouwen inkomen konden verdienen. Dat gebeurde zowel buitenshuis als in de eigen woning. Thuisarbeid bood de mogelijkheid werk en zorg voor het gezin te combineren, maar betekende niet automatisch gunstige arbeidsomstandigheden.

Op de schoolplaat functioneert de naaimachine daardoor als meer dan een herkenbaar gebruiksvoorwerp. Zij verwijst naar een vorm van arbeid die gemakkelijk buiten de grote verhalen over industrialisatie valt.

Voor het onderwijs was zo'n detail bruikbaar om leerlingen te laten nadenken over de vraag wat eigenlijk als ‘arbeid’ wordt gezien en waarom een groot deel van het werk van vrouwen historisch minder zichtbaar is gebleven.

 

Kinderarbeid verdween niet ineens door het Kinderwetje van Van Houten

Een centraal onderwerp van de plaat is kinderarbeid. In de negentiende eeuw droegen kinderen in veel gezinnen bij aan het inkomen of hielpen zij mee in het bedrijf, op het land of in het huishouden.

In 1874 kwam met het Kinderwetje van Van Houten een belangrijke eerste wettelijke beperking. Het werd verboden kinderen jonger dan twaalf jaar in dienst te nemen. De wet kende echter grote uitzonderingen: huishoudelijke en persoonlijke diensten en veldarbeid vielen buiten het verbod.

Bovendien was de controle aanvankelijk beperkt. Het Kinderwetje betekende daarom niet dat kinderarbeid in 1874 plotseling uit Nederland verdween.

Een volgende stap kwam met de Arbeidswet van 1889, die op 1 januari 1890 in werking trad. Deze wet beperkte onder meer de arbeid van jeugdigen en vrouwen in fabrieken en werkplaatsen en vormde de basis voor georganiseerd overheidstoezicht.

De invoering van de leerplicht rond de eeuwwisseling veranderde de positie van kinderen verder. Naar school gaan werd steeds meer de norm in plaats van meewerken als vanzelfsprekend onderdeel van het gezinsbestaan.

 

Waarom vrouwen en kinderen samen werden behandeld

Dat vrouwen- en kinderarbeid op één schoolplaat zijn samengebracht, sluit aan bij de geschiedenis van de eerste Nederlandse arbeidswetgeving.

De Arbeidswet van 1889 richtte zich specifiek op jeugdige personen en vrouwen. Voor deze groepen werden beperkingen gesteld aan onder meer arbeidsduur, nachtwerk en zondagsarbeid in fabrieken en werkplaatsen.

Volwassen mannelijke arbeiders kregen binnen deze wet niet dezelfde bescherming. De toenmalige wetgever ging ervan uit dat volwassen mannen beter in staat waren zelf voor hun belangen op te komen.

Vanuit hedendaags perspectief zegt dat veel over de maatschappelijke denkbeelden van die tijd. Vrouwen en kinderen werden door de overheid als groepen gezien die bijzondere bescherming nodig hadden. Tegelijkertijd waren vrouwen economisch actief en was hun arbeid voor veel gezinnen van groot belang.

 

Armoede en gezinsinkomen achter het verschijnsel kinderarbeid

Kinderarbeid kan moeilijk los worden gezien van de economische omstandigheden van arbeidersgezinnen.

Wanneer het inkomen van volwassenen onvoldoende was om een gezin te onderhouden, kon het geld dat vrouwen en kinderen verdienden noodzakelijk zijn. Ook kinderen die niet in een fabriek werkten, konden thuis, in de landbouw, in kleine bedrijfjes of als hulp binnen het gezin arbeid verrichten.

De plaat brengt die geschiedenis niet in cijfers in beeld, maar in menselijke situaties. Een woning, kleding, een bed, een naaimachine en de aanwezigheid van meerdere kinderen vertellen gezamenlijk iets over het bestaan waarin arbeid en gezinsleven nauw met elkaar verbonden waren.

Dat maakt de voorstelling toegankelijk voor leerlingen: een abstract begrip als ‘sociale kwestie’ wordt vertaald naar herkenbare personen en dagelijkse omstandigheden.

 

Twee versjes geven de plaat een tweede betekenislaag

Opvallend zijn de teksten die rechtstreeks op de schoolplaat zijn afgedrukt. Ze maken van de wandplaat meer dan een verzameling losse illustraties.

Bij het tafereel linksboven staat een vers waarin een kind zijn moeder vraagt niet te huilen en belooft later hard te werken en veel geld te verdienen. De woorden verbinden de afgebeelde gezinssituatie rechtstreeks met armoede, arbeid en de verantwoordelijkheid die zelfs aan kinderen kon worden toegedicht.

Bij de voorstelling rechtsboven wordt verteld over Mientje, die taartjes mag eten met rood en geel beleg en na één taartje nog een tweede mag nemen.

Door juist deze scènes tegenover elkaar te zetten ontstaat een scherp contrast. Het ene kind spreekt over later werken en geld verdienen; het andere krijgt lekkernijen aangeboden. De maatschappelijke verschillen worden daardoor niet alleen zichtbaar gemaakt, maar ook via taal voelbaar.

 

Sociale klasse zichtbaar gemaakt met kleding, voedsel en interieur

De plaat gebruikt herkenbare details om sociale verschillen aan leerlingen duidelijk te maken.

In de eenvoudigere scènes domineren huishoudelijke arbeid, kinderen, beperkte woonruimte en praktische kleding. Rechts onderin is de sfeer anders: de kleding is rijker uitgevoerd, het interieur oogt verzorgd en aan tafel worden lekkernijen geserveerd.

Zo kon de schoolplaat aanleiding geven tot observeren en vergelijken. Wie doet welk werk? Welke kleding dragen de personen? Hoe zien de woningen eruit? Welke rol spelen voedsel en bezit? En welke mogelijkheden lijken kinderen in verschillende omstandigheden te hebben?

Daarmee werd sociale geschiedenis letterlijk zichtbaar aan de klaswand.

 

Geen plaat uit 1900, maar een interpretatie uit 1981

Een belangrijk onderscheid is dat Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 niet rond 1900 is vervaardigd. De plaat dateert uit 1981.

De taferelen zijn dus geen directe visuele documenten uit de afgebeelde periode, maar latere reconstructies. Ze laten zien hoe men ongeveer tachtig jaar later de geschiedenis van vrouwen- en kinderarbeid voor onderwijsdoeleinden wilde verbeelden.

Dat maakt de plaat museaal dubbel interessant. Zij vertelt iets over maatschappelijke omstandigheden rond 1900, maar tegelijkertijd over de veranderende geschiedopvatting van de jaren zeventig en tachtig.

Waar oudere geschiedenisplaten dikwijls grote gebeurtenissen en bekende historische personen centraal stelden, vraagt deze wandplaat aandacht voor groepen die in traditionele geschiedverhalen veel minder zichtbaar waren.

 

De zichtbare signatuur Hvd Wüster ’81

Onderaan de grote voorstelling links is de signatuur “Hvd Wüster ’81” zichtbaar. Het jaartal sluit aan bij de bibliografisch aangetoonde uitgave van de wandplaat en het bijbehorende tekstboekje in 1981.

De eerder gebruikte toeschrijving aan Hans Wouters kan op basis van de beschikbare gegevens niet betrouwbaar worden bevestigd. Daarom wordt die naam hier niet als maker van de plaat overgenomen.

De volledige identiteit achter de op de plaat zichtbare signatuur Hvd Wüster kon op basis van de geraadpleegde gezaghebbende bronnen niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Voor een museale beschrijving is het beter die onzekerheid te behouden dan een niet-verifieerbare makersnaam als feit te presenteren.

 

Van geschiedenisles naar emancipatieonderwijs

De oorspronkelijke onderwijscontext geeft deze wandplaat een bijzondere plaats binnen de geschiedenis van het Nederlandse lesmateriaal.

Uit officiële overheidsdocumentatie blijkt dat de drie wandplaten over vrouwengeschiedenis onderdeel waren van maatregelen binnen het onderwijsemancipatiebeleid. Ze waren bedoeld voor leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs en vonden ook toepassing in de volwasseneneducatie.

Daarmee werd een duidelijke keuze gemaakt: leerlingen moesten in de geschiedenis niet alleen kennismaken met mannen die politieke of militaire macht uitoefenden, maar ook met het leven, werk en de maatschappelijke positie van vrouwen.

Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 was daarvoor bijzonder geschikt, omdat de plaat economische geschiedenis, sociale ongelijkheid, arbeid, opvoeding en wetgeving in één onderwerp samenbracht.

 

Een schoolplaat over 1900 die ook het Nederland van 1981 weerspiegelt

De betekenis van Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 ligt uiteindelijk in twee verschillende perioden.

De eerste is de tijd rond 1900: een samenleving waarin vrouwenarbeid vaak slecht werd betaald, kinderarbeid nog niet volledig was verdwenen en de overheid geleidelijk meer regels stelde aan arbeidsomstandigheden en onderwijs.

De tweede periode is 1981. Toen werd juist dit onderwerp bewust tot lesmateriaal gemaakt. Het dagelijks leven van vrouwen en kinderen werd daarmee onderdeel van de geschiedenis die leerlingen op school geacht werden te kennen.

Juist die dubbele tijdlaag maakt deze plaat tot interessant onderwijserfgoed. Zij laat niet alleen zien welke geschiedenis aan leerlingen werd verteld, maar ook hoe in de late twintigste eeuw veranderde wie in die geschiedenis zichtbaar mocht worden.

 

Bronnen

Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen – Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 – 1981.

Ilja Mottier – Vrouwen- en kinderarbeid rond 1900 – Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, 1981.

Tweede Kamer der Staten-Generaal – overzicht van maatregelen in het kader van het onderwijsemancipatiebeleid, stand per 1 oktober 1983.

Nationaal Archief – documentatie over het Kinderwetje van Van Houten, de Arbeidswet van 1889 en de geschiedenis van de Arbeidsinspectie.

Canon van Nederland – Het Kinderwetje van Van Houten.

 

Deze schoolplaat over Vrouwen-en Kinderarbeid wellicht zelf aanschaffen? Klik dan op de link

#VrouwenEnKinderarbeid #Kinderarbeid #Vrouwenarbeid #SocialeGeschiedenis #KinderwetjeVanHouten #Arbeidersgeschiedenis #Vrouwengeschiedenis #Onderwijsemancipatie #HistorischeSchoolplaat #Geschiedenisonderwijs