Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 9 – Voedselkringloop
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 9 – Voedselkringloop
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Inge van Noortwijk-de Boer
Voedselkringloop – eten en gegeten worden in de natuur
Deze schoolplaat Voedselkringloop is nummer 9 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. De plaat werd getekend door Inge van Noortwijk-de Boer en behandelt de voedselrelaties tussen planten en dieren.
De plaat is opgebouwd rond een centraal biologisch principe: organismen in de natuur leven niet onafhankelijk van elkaar. Planten vormen voedsel voor dieren, dieren worden op hun beurt gegeten door andere dieren en dood organisch materiaal wordt uiteindelijk weer afgebroken.
Van Noortwijk-de Boer heeft deze samenhang niet weergegeven in één natuurgetrouw landschap. Zij combineert verschillende dieren en planten met pijlen en afzonderlijke beeldgroepen, waardoor zichtbaar wordt wie of wat als voedsel dient voor een ander organisme.
Daarmee is Voedselkringloop een uitgesproken didactische schoolplaat: niet alleen de organismen zelf, maar vooral hun onderlinge relaties vormen het onderwerp.
De voedselrelatie zichtbaar gemaakt
Het meest karakteristieke onderdeel van de plaat is het gebruik van pijlen.
Die pijlen verbinden verschillende organismen met elkaar en maken relaties zichtbaar die in een gewone natuurillustratie alleen indirect zouden kunnen worden afgeleid.
De leerling hoeft daardoor niet uitsluitend naar een verzameling planten en dieren te kijken. De compositie laat zien dat er verbindingen tussen bestaan.
Een plant kan voedsel leveren aan een planteneter. Dat dier kan vervolgens weer worden gegeten door een ander dier. Zo ontstaan opeenvolgende schakels.
Het gebruik van pijlen verandert de schoolplaat daarmee van een natuurtafereel in een visueel biologisch model.
Planten aan het begin
Planten nemen een belangrijke plaats in op de plaat.
Dat is logisch binnen het onderwerp voedselkringloop. Groene planten kunnen met behulp van licht organische stoffen opbouwen en vormen daarmee de basis voor veel voedselrelaties.
Op de plaat zijn verschillende planten en plantendelen afgebeeld in relatie tot dieren die daarvan gebruikmaken.
Voor leerlingen maakte dit duidelijk dat een voedselrelatie niet pas begint wanneer het ene dier een ander dier opeet. Ook de plant vormt een belangrijke schakel.
Daarmee kon de onderwijzer vanuit één afbeelding de verbinding leggen tussen planten, planteneters en dieren die andere dieren eten.
Muizen als onderdeel van de voedselkringloop
Op verschillende plaatsen op de plaat zijn muizen te herkennen.
Zij vormen een goed voorbeeld van dieren die zelf voedsel zoeken, maar tegelijkertijd voor andere dieren een voedselbron kunnen zijn.
Juist dergelijke dieren zijn geschikt om duidelijk te maken dat een organisme binnen een voedselkringloop verschillende posities kan innemen.
Een muis is niet eenvoudigweg alleen 'eter' of alleen 'prooi'. Het dier maakt deel uit van een netwerk waarin verschillende relaties tegelijkertijd kunnen bestaan.
De schoolplaat maakt dat aanschouwelijk door meerdere organismen binnen hetzelfde schema te verbinden.
Roofdieren en roofvogels
Ook dieren die andere dieren eten zijn duidelijk vertegenwoordigd.
Op de plaat zien we onder andere een roofvogel, naast andere dieren die als predator binnen een voedselrelatie kunnen functioneren.
Hun aanwezigheid maakt zichtbaar dat voedselketens uit verschillende niveaus kunnen bestaan. Een dier dat zelf van planten of kleinere dieren leeft, kan vervolgens door een groter roofdier worden gegeten.
Voor het klassikale natuuronderwijs bood dit een directe mogelijkheid om begrippen als prooi en predator uit te leggen aan de hand van herkenbare dieren.
Het leven in en rond het water
De plaat beperkt zich niet tot voedselrelaties op het land.
Ook een waterrijke leefomgeving is in de compositie opgenomen. Daar zijn waterdieren en organismen uit de omgeving van sloot of plas afgebeeld.
Dit maakt duidelijk dat voedselrelaties overal in de natuur voorkomen. Een watermilieu kent zijn eigen planten, kleine organismen en dieren die van elkaar afhankelijk zijn.
Door land en water binnen dezelfde schoolplaat te behandelen, kon worden getoond dat het principe van eten en gegeten worden niet aan één bepaald landschap gebonden is.
Kleine dieren als belangrijke schakels
Een bijzonder waardevol aspect van de plaat is dat niet alleen grote en opvallende dieren aandacht krijgen.
Ook kleine dieren en andere organismen zijn opgenomen.
In een voedselkringloop zijn juist deze kleinere organismen vaak onmisbare schakels. Ze kunnen plantenmateriaal eten, zelf voedsel vormen voor grotere dieren of betrokken zijn bij de afbraak van organisch materiaal.
Van Noortwijk-de Boer laat daarmee zien dat de natuur niet alleen bestaat uit de dieren die het gemakkelijkst opvallen.
Een compleet voedselnetwerk omvat organismen van zeer verschillende grootte.
Afbraak hoort bij de kringloop
Bij een voedselkringloop gaat het niet uitsluitend om levende dieren die elkaar eten.
Dood plantaardig en dierlijk materiaal verdwijnt niet zomaar. Organisch materiaal wordt afgebroken en stoffen kunnen opnieuw beschikbaar komen binnen natuurlijke processen.
Op de plaat is daarom ook aandacht voor organismen en situaties die verband houden met afbraak.
Hiermee krijgt het begrip 'kringloop' zijn bredere betekenis. De voorstelling loopt niet eenvoudig van plant naar planteneter en vervolgens naar roofdier om daar te stoppen.
Materiaal keert uiteindelijk terug in het systeem.
Dat onderscheidt een kringloop van een eenvoudige rechte voedselketen.
Van voedselketen naar voedselweb
Hoewel de titel van de plaat Voedselkringloop luidt, laat de afbeelding vooral goed zien dat voedselrelaties in werkelijkheid ingewikkelder zijn dan één eenvoudige reeks.
Eén dier kan verschillende soorten voedsel eten. Tegelijkertijd kan hetzelfde dier door meerdere andere dieren worden gegeten.
Wanneer al deze relaties naast elkaar worden gezet, ontstaat geen enkele rechte lijn maar een netwerk.
De verschillende pijlen op de plaat maken juist die onderlinge verwevenheid zichtbaar.
Voor leerlingen was dat een belangrijk inzicht: de natuur bestaat niet uit losse voedselketens die niets met elkaar te maken hebben. Veel van die ketens grijpen in elkaar.
Inge van Noortwijk-de Boer als illustrator
Onderaan de oorspronkelijke plaat staat Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.
Bij Voedselkringloop stond zij voor een andere opgave dan bij een gewone natuurillustratie.
Het was niet voldoende om dieren en planten herkenbaar te tekenen. Zij moest tegelijkertijd een abstract biologisch begrip begrijpelijk maken in beelden.
Daarvoor combineert zij twee soorten beeldtaal.
Enerzijds gebruikt zij natuurgetrouwe illustraties van planten en dieren. De leerling kan de organismen daardoor herkennen als onderdelen van de echte natuur.
Anderzijds gebruikt zij grafische hulpmiddelen, vooral pijlen, om relaties zichtbaar te maken die je in de natuur niet letterlijk kunt zien.
Dat samenspel tussen natuurillustratie en schema is een van de sterkste eigenschappen van deze plaat.
De pijlen bestaan natuurlijk niet in het landschap. Ze zijn een hulpmiddel waarmee de illustrator kennis aan het beeld toevoegt.
Van Noortwijk-de Boer maakt daarmee niet alleen zichtbaar wat er in de natuur leeft, maar vooral wat er tussen die organismen gebeurt.
Een andere generatie schoolplaat
Juist door deze schematische benadering is Voedselkringloop interessant binnen de geschiedenis van de schoolplaat.
Veel oudere natuurhistorische wandplaten concentreerden zich sterk op soortherkenning. Dieren en planten werden zorgvuldig afgebeeld zodat leerlingen konden leren hoe ze eruitzagen.
Bij deze plaat staat een ecologisch principe centraal.
De afzonderlijke soort is belangrijk, maar krijgt pas betekenis door zijn relatie tot andere organismen.
Daarmee weerspiegelt de plaat een natuuronderwijs waarin ecologie en onderlinge afhankelijkheid een belangrijke plaats hebben gekregen.
Een complete les in één beeld
Voor klassikaal gebruik bood de plaat veel mogelijkheden.
Een onderwijzer kon beginnen bij één plant of dier en vervolgens samen met de leerlingen de pijlen volgen.
Wat eet dit dier?
Welk dier eet hem vervolgens?
Waar begint deze voedselrelatie?
Wat gebeurt er met dood materiaal?
En wat zou er gebeuren wanneer één van de schakels zou verdwijnen?
Zo kon vanuit één afbeelding stap voor stap een veel groter verhaal over de samenhang in de natuur worden opgebouwd.
De schoolplaat werd daarmee niet alleen bekeken, maar ook gelezen.
De natuur als netwerk
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap van deze plaat.
Een plant, muis, insect, vogel of ander dier staat niet op zichzelf. Ieder organisme maakt deel uit van relaties met andere organismen.
De pijlen die Inge van Noortwijk-de Boer tussen de verschillende afbeeldingen heeft geplaatst, maken die normaal onzichtbare verbindingen zichtbaar.
Daarmee vormt Nr. 9 – Voedselkringloop een karakteristiek onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten.
De door Inge van Noortwijk-de Boer getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven schoolplaat is niet alleen een aantrekkelijke natuurillustratie, maar ook een document van een veranderende manier van natuuronderwijs: van het afzonderlijk bekijken en benoemen van planten en dieren naar het begrijpen van de ecologische samenhang tussen organismen.
In één grote plaat wordt daarmee een fundamenteel principe van de natuur zichtbaar gemaakt: leven is met ander leven verbonden.