Maarten de Jongh’s Natuurplaten nr. 13 – Wintertijd
Serie: Maarten de Jongh’s Natuurplaten
Plaat: Nr. 13 – Wintertijd
Uitgever: De Ruiter BV, Gorinchem
Tekenaar: Inge van Noortwijk-de Boer
Wintertijd – dieren en planten tijdens het koude seizoen
Deze schoolplaat Wintertijd is nummer 13 uit Maarten de Jongh’s Natuurplaten, uitgegeven door De Ruiter BV in Gorinchem. Op de plaat staat Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.
De plaat behandelt de winter niet alleen als een seizoen van sneeuw en kou, maar vooral als een periode waarin de omstandigheden voor planten en dieren ingrijpend veranderen. Voedsel wordt schaarser, de temperatuur daalt en veel planten bevinden zich in een rustperiode. Dieren reageren daarop ieder op hun eigen manier.
Van Noortwijk-de Boer brengt verschillende van deze verschijnselen samen in één winterlandschap. Boven de grond zien we dieren in een besneeuwde omgeving; door middel van doorsneden wordt tegelijkertijd zichtbaar gemaakt wat zich onder de grond en in beschutte verblijfplaatsen afspeelt.
Daarmee is Wintertijd vooral een plaat over overwinteren en aanpassen aan veranderende omstandigheden.
Een winters landschap
Het grootste deel van de plaat wordt bepaald door een besneeuwd landschap. Kale bomen, sneeuw op de grond en gedempte winterkleuren maken onmiddellijk duidelijk welk seizoen centraal staat.
Toch is het landschap allesbehalve levenloos.
Verspreid over de plaat zijn verschillende vogels en zoogdieren te zien. Sommige zoeken voedsel, andere bevinden zich in of bij hun beschutte verblijfplaats. Daarmee wordt een belangrijk uitgangspunt van de plaat duidelijk: de natuur verdwijnt in de winter niet, maar het leven verandert van karakter.
Wie goed kijkt, ontdekt overal verschillende manieren waarop dieren de koude periode doorkomen.
Vogels bij de voederplaats
Een opvallende scène toont verschillende vogels bij een voederplaats.
Voor veel vogels betekent de winter dat natuurlijke voedselbronnen moeilijker bereikbaar of minder overvloedig zijn. Het bijvoeren van vogels brengt bovendien de mens indirect in het winterverhaal: een voederplek in tuin of bij huis kan vogels in de directe omgeving aantrekken.
Voor leerlingen was dit een bijzonder herkenbaar onderwerp. Vogels rond een voederplaats konden ook buiten het klaslokaal gemakkelijk worden waargenomen.
De schoolplaat bood zo een directe verbinding tussen de natuurles en wat kinderen in hun eigen tuin of woonomgeving konden zien.
Dieren die ook 's winters actief blijven
Op de plaat komen verschillende zoogdieren voor die tijdens de winter bovengronds kunnen worden waargenomen.
Zo zijn onder andere wild zwijn, eekhoorn en vos herkenbaar. Zij maken duidelijk dat winterrust of winterslaap geen algemene regel voor alle zoogdieren is.
Dieren die actief blijven, moeten ook tijdens koude perioden voedsel zien te vinden.
Door verschillende dieren binnen hetzelfde winterlandschap af te beelden, kon de onderwijzer leerlingen laten vergelijken: welk dier blijft actief, waar zoekt het voedsel en welke mogelijkheden heeft het om de winter door te komen?
De das onder de grond
Een van de interessantste onderdelen van de plaat bevindt zich onder het bodemoppervlak.
In een doorsnede is een das in zijn ondergrondse verblijfplaats weergegeven. Hierdoor kan de kijker iets zien wat bij een gewone wandeling door een winters landschap verborgen blijft.
Dit is een typisch voorbeeld van de kracht van educatieve illustratie. De tekenaar hoeft zich niet te beperken tot wat vanaf de buitenkant zichtbaar is. De bodem kan als het ware worden opengesneden, zodat het verblijf van het dier tegelijkertijd met het bovengrondse landschap kan worden bekeken.
Voor leerlingen werd daarmee duidelijk dat ook onder een ogenschijnlijk stille winterbodem dieren aanwezig kunnen zijn.
De eekhoorn en voedselvoorraad
Ook de eekhoorn heeft een duidelijke plaats op de plaat.
De aanwezigheid van dit dier biedt gelegenheid om te spreken over voedsel zoeken en het gebruik van voedselvoorraden. De eekhoorn is in de winter niet voortdurend in diepe winterslaap, maar kan tijdens geschikte omstandigheden actief zijn.
Dit maakt hem een interessant contrast met dieren die de koude periode op een andere manier doorkomen.
De verschillende voorbeelden op Wintertijd laten daarmee vooral zien dat er niet één strategie voor overwintering bestaat.
De egel in de winter
In de ondergrondse voorstellingen is ook een egel opgenomen.
De egel is een duidelijk voorbeeld van een zoogdier dat een winterslaap houdt. Tijdens deze periode neemt de activiteit sterk af en wordt energie bespaard wanneer voedsel schaars is.
Door het dier in zijn beschutte winterverblijf te tonen, maakt Van Noortwijk-de Boer een biologisch proces zichtbaar dat kinderen buiten vrijwel nooit rechtstreeks kunnen waarnemen.
De egel die in zomer en herfst door tuin of bosrand loopt, is tijdens de winter grotendeels uit beeld verdwenen. De schoolplaat laat zien waar het dier dan kan verblijven.
Ook onder water gaat het leven door
Een ander opvallend onderdeel van de plaat toont een watermilieu onder winterse omstandigheden.
Daarmee wordt het beeld verder verbreed. Winter heeft niet alleen gevolgen voor dieren op het land. Ook in en rond het water veranderen de omstandigheden.
De voorstelling maakt zichtbaar dat een bevroren of koud wateroppervlak niet betekent dat al het leven daaronder verdwenen is.
Dit soort doorsneden is didactisch bijzonder effectief: de kijker ziet tegelijkertijd de winterse buitenwereld én een leefomgeving die normaal aan het oog onttrokken blijft.
Planten in rust
Wintertijd gaat niet alleen over dieren.
Ook planten reageren op het seizoen. Veel bovengrondse delen sterven af of stoppen tijdelijk met groeien, terwijl andere delen van de plant de winter overleven.
Op de plaat zijn ondergrondse plantendelen weergegeven. Daardoor kon tijdens de les worden uitgelegd dat een plant die boven de grond verdwenen lijkt, niet noodzakelijk dood is.
Wortels, bollen, knollen of andere overwinterende delen kunnen onder de grond blijven bestaan en bij gunstiger omstandigheden opnieuw uitlopen.
De bodem wordt daarmee op de plaat een soort verborgen winterwereld.
Verschillende oplossingen voor hetzelfde probleem
Wanneer de verschillende scènes gezamenlijk worden bekeken, wordt het belangrijkste didactische principe van Wintertijd duidelijk.
Alle afgebeelde organismen worden geconfronteerd met dezelfde seizoensverandering, maar reageren daar niet allemaal hetzelfde op.
Sommige dieren blijven actief en zoeken voedsel. Andere trekken zich terug in een beschutte plaats. Weer andere verlagen gedurende langere tijd hun activiteit sterk. Planten kunnen bovengronds verdwijnen terwijl ondergrondse delen blijven voortbestaan.
De winter wordt daarmee gebruikt om een belangrijk biologisch inzicht zichtbaar te maken: verschillende organismen hebben verschillende manieren om ongunstige omstandigheden te doorstaan.
Inge van Noortwijk-de Boer als illustrator
Op de oorspronkelijke schoolplaat wordt Inge van Noortwijk-de Boer als tekenaar vermeld.
Bij Wintertijd is vooral haar gebruik van doorsneden opvallend.
Een gewone landschapsillustrator zou zich kunnen beperken tot de zichtbare winterwereld: sneeuw, bomen en dieren boven de grond. Van Noortwijk-de Boer doet dat nadrukkelijk niet.
Zij laat de kijker tegelijkertijd boven én onder het aardoppervlak kijken.
Daardoor kan één schoolplaat verschillende werkelijkheden samenbrengen die in de natuur nooit tegelijkertijd vanuit hetzelfde gezichtspunt zichtbaar zijn. Een vos of wild zwijn in het winterlandschap kan worden gecombineerd met een dier in een ondergronds verblijf en met overwinterende plantendelen.
Hierin ligt de kracht van haar educatieve illustratie. Zij tekent niet uitsluitend wat zichtbaar is, maar maakt ook verborgen biologische processen aanschouwelijk.
De zachte winterkleuren zorgen tegelijkertijd voor een overtuigende seizoenssfeer. Daardoor blijft de plaat een aantrekkelijk natuurtafereel, ondanks de grote hoeveelheid informatie die erin is verwerkt.
Een plaat die tot waarnemen uitnodigt
Veel onderwerpen op Wintertijd konden kinderen ook zelf onderzoeken.
Welke vogels komen bij een voederplaats? Zijn er pootafdrukken in de sneeuw? Welke bomen hebben hun bladeren verloren? Welke dieren zien we in de winter nauwelijks meer? Wat gebeurt er met planten die in het voorjaar opnieuw verschijnen?
De schoolplaat kon daarmee als vertrekpunt dienen voor eigen waarnemingen.
Tegelijkertijd liet zij juist ook zien wat leerlingen buiten niet gemakkelijk konden waarnemen: dieren in hun ondergrondse verblijfplaatsen en plantendelen onder de winterbodem.
De winter als biologisch onderwerp
Daarmee is Wintertijd meer dan een sfeervolle winterplaat.
De sneeuw vormt slechts het zichtbare decor voor een veel groter biologisch verhaal over seizoensverandering, voedsel, activiteit, rust en overleving.
Dat past uitstekend binnen Maarten de Jongh’s Natuurplaten. Ook elders in de serie worden dieren en planten niet uitsluitend als afzonderlijke soorten gepresenteerd. Hun gedrag, ontwikkeling en relatie met de omgeving staan steeds centraal.
Bij nr. 13 is die omgeving het winterse landschap.
Een waardevol document van het Nederlandse natuuronderwijs
Tegenwoordig vormt Nr. 13 – Wintertijd een fraai voorbeeld van Nederlandse educatieve natuurillustratie.
De plaat laat zien hoe één groot wandbeeld kon worden gebruikt om een ingewikkeld onderwerp begrijpelijk te maken voor een hele klas. Het zichtbare winterlandschap en de verborgen wereld onder de grond worden in één compositie samengebracht.
Daardoor vertelt de plaat niet alleen hoe de winter eruitziet, maar vooral wat de winter voor levende organismen betekent.
De door Inge van Noortwijk-de Boer getekende en door De Ruiter BV te Gorinchem uitgegeven Wintertijd is daarmee een karakteristiek onderdeel van Maarten de Jongh’s Natuurplaten: een schoolplaat waarop achter het ogenschijnlijk stille winterlandschap een wereld zichtbaar wordt waarin planten en dieren ieder op hun eigen wijze het koude seizoen doorkomen.